Kritiek van Schalken op andere rechters is gepast

Natuurlijk mocht Tom Schalken in een interview andere rechters bekritiseren. In de VS is kritiek van rechters op andere rechters normaal, betoogt Gerard Spong.

Voor het interview met Tom Schalken in deze krant (NRC Handelsblad, 2 juli) heeft president Leendert Verheij van het gerechtshof in Amsterdam geen goed woord over. Schalken, die inmiddels heeft verzocht om zijn ontslag als raadsheer-plaatsvervanger van het gerechtshof van Amsterdam en als rechter van de rechtbank Maastricht, lucht in dat interview zijn hart over de gang van zaken rondom zijn getuigenverhoor in de zaak Wilders.

Verheij vindt het onaanvaardbaar dat Nederlandse rechters en oud-rechters openlijk, via de media, kritiek uiten op elkaars werk. Dergelijk gedrag zou het aanzien van de rechtspraak aantasten. Verheij laadt met deze kritiek de verdenking op zich dat hij zich schuldig maakt aan selectieve verontwaardiging.

Toen zijn ambtsgenoot Rinus Otte vorig jaar, in zijn boek De nieuwe kleren van de rechter, het gezeur en geklaag achter de muren van de rechtszalen breed had uitgemeten, hebben we van Verheij dergelijke kritiek niet mogen vernemen. De kritiek van Otte, die zelfs spreekt van „kwaadaardige collega’s” en die het gebrek aan eenheid tussen de strafkamers bekritiseert, is heel wat steviger dan Schalkens tegenwerpingen.

Als de rechtspraak één groot gevaar tegenover zich weet, is dat toch wel het door Otte gesignaleerde gebrek aan rechtseenheid tussen de strafkamers. Gebrek aan rechtseenheid leidt tot rechtsongelijkheid. Niet alleen de burger, maar ook de wetgever ervaart rechtsongelijkheid als een juridische gruwel. Dit was de reden dat de wetgever het instituut in de wet heeft opgenomen van cassatie ‘in het belang der wet’, of, beter gezegd, ‘in het belang van het recht’. Bij dit buitengewone rechtsmiddel staan rechtseenheid en rechtsvorming centraal.

Via zijn honderden annotaties onder arresten van de Hoge Raad, die meestal zeer kritisch van aard waren, heeft Schalken menig rechter publiekelijk de maat genomen en de les gelezen. Toegegeven moet worden dat het lezerspubliek van zo’n annotatie wat beperkter is dan dat van NRC Handelsblad, ofschoon een zekere overlapping niet onwaarschijnlijk lijkt, maar het is en blijft openlijke kritiek. Een kniesoor die dan zegt dat hij dit met een andere pet op deed. Verheijs kritiek snijdt dus geen hout.

Overigens toont het Amerikaanse systeem van dissenting opinions bij uitspraken van het Supreme Court dat het absoluut geen kwaad kan als rechters elkaar onderling, vaak uiterst ongezouten, bekritiseren. Lees het fascinerende boek The Nine, Inside the Secret World of the Supreme Court, van Jeffrey Toobin. Hij beschrijft de oorlog – the battle was on – tussen rechter Stephen Breyer van het Supreme Court aan de ene kant en zijn medeopperrechters Clarence Thomas en Antonin Scalia aan de andere. Breyer verweet Thomas en Scalia eerder al, in zijn boek Active Liberty, dat ze de neiging vertoonden om de Grondwet te ondermijnen. Dit Amerikaanse systeem illustreert dat openlijke kritiek elkaar scherp houdt.

Schalkens gebruik van zijn recht op vrijheid van meningsuiting is een goede zaak. Als het aanzien van de rechtspraak door het gebruikmaken van dit recht door een rechter schade lijdt, valt niet aan te ontkomen aan de conclusie dat Verheij impliciet sterke kritiek uitoefent op zijn ambtsgenoten in de Amsterdamse rechtbank. Dat waren tenslotte de rechters die Schalken als getuige hebben laten opdraven en hem daarmee de kans gaven om zijn mond open te doen. Met die actie lieten ze het recht op een vrijwel onbegrensde vrijheid van meningsuiting zegevieren.

Het verhoor van Schalken heeft de burgerij getoond hoe het recht werkelijk functioneert. We kunnen de rechtbank, advocaat Bram Moszkowicz, Tom Schalken en arabist Hans Jansen alleen maar dankbaar zijn.

Gerard Spong is advocaat. Zie ook de brief van Leendert Verheij op de pagina hiernaast.