Iraans regime paait en slaat

Om volksrumoer voor te zijn wordt de oppositie gepaaid.

Intussen sterven dissidenten vaak aan hartaanvallen.

Arrestaties, celstraffen en hongerstakingen: twee jaar nadat de herverkiezing van president Mahmoud Ahmadinejad tot ongekende protesten leidde, is het nog steeds vrijwel onmogelijk om oppositie te voeren in Iran. Vorige week werden twee journalisten gearresteerd. Documentairemaakster Mahnaz Mohammadi (34) in haar huis, persfotografe Maryam Majd (25) op de luchthaven toen ze op weg was naar Duitsland om daar het WK voetbal voor vrouwen te verslaan. Beiden staan bekend om uitgesproken meningen, maar zijn geen actieve politici.

Hoewel de meerderheid van de gearresteerden na een paar maanden weer vrijkomt, leiden arrestaties soms tot rechtszaken. Voor de aangeklaagden is het echter moeilijk advocaten te vinden, aangezien het toch al kleine aantal juristen dat zulke zaken wil snel slinkt. Verschillende advocaten kregen in de afgelopen maanden celstraf, Mohammad Ali Dadkhah gisteren zelfs negen jaar, wegens het in gevaar brengen van de nationale veiligheid. Dadkhah, die samenwerkte met Nobelprijswinnares Shirin Ebadi (in 2009 gevlucht naar het buitenland) gaat in hoger beroep. In afwachting daarvan is hij vrij.

Zijn collega Nasrin Sotoudeh zit al wel in de Evingevangenis, waar ze de eerste maanden van een straf van elf jaar uitzit, ook wegens het bedreigen van de nationale veiligheid, een vage veroordeling die de rechterlijke macht vaak gebruikt. Haar man, Reza Khandan, legt uit dat het leven in de Iraanse gevangenis minder gruwelijk is dan veel buitenlanders denken, maar dat onschuldig vastzitten zwaar is. „Als ik onze twee jonge kinderen meeneem naar het wekelijkse spreekuur in een hete cabine op het gevangenisterrein, slaan ze helemaal dicht als ze hun moeder zien”, zegt Khandan. „Als onze kinderen er niet waren, zouden Nasrin en ik het niet erg vinden als ze 30 jaar vast zou zitten. Ze is onschuldig, maar is bereid deze prijs te betalen voor haar overtuiging.”

Vorige maand stierf vrouwenrechtenactiviste Haleh Sahabi (54) toen de politie de begrafenis van haar vader – een oppositiepoliticus – kwam opbreken. Familieleden zeggen dat ze is geslagen, autoriteiten zeggen dat ze een hartaanval kreeg. Vervolgens begonnen twee gevangenen een hongerstaking, van wie de journalist en activist Hoda Saber (52) na twee dagen onder mysterieuze omstandigheden om het leven kwam. Ook hij kreeg volgens de autoriteiten een hartaanval. Na Sabers dood gingen achttien gevangenen in hongerstaking. Ze eisten een onderzoek naar de omstandigheden waaronder Sahabi en Saber omkwamen. Iraanse activisten in het buitenland publiceerden steunbetuigingen op internet. Na negen dagen werd de hongerstaking beëindigd, volgens een verklaring van de gevangenen omdat invloedrijke oppositiefiguren hun dit hadden gevraagd.

Ondanks de arrestaties proberen Iraanse leiders sommige critici over te halen tot deelname aan de parlementsverkiezingen in maart volgend jaar. Er moeten namelijk wel aantrekkelijke kandidaten zijn, zo vinden ze. Parlementsvoorzitter Ali Larijani zegt dat „het afwijzen van hervormers, het ontkennen van de werkelijkheid is”. Volgens hem zijn er „goede” hervormers, die „het systeem” steunen. In een recente toespraak zei opperste leider ayatollah Ali Khamenei ook al dat hij levendige verkiezingen wil, want „ons systeem is afhankelijk van deelname van het volk”, zo onderstreepte hij.

De avances van de machthebbers verdeelt de hervormers. Sommigen zeggen dat ze hoe dan ook willen meedoen om aanwezig te blijven, terwijl anderen de voorwaarde stellen dat alle gevangenen worden vrijgelaten en er een vrije pers komt. Een derde groep wil de verkiezingen boycotten. De leiders van de oppositie – de voormalige presidentskandidaten Mir Hossein Mousavi en Mehdi Karroubi – kunnen hun mening hierover niet geven. Ze zitten al meer dan vier maanden onder huisarrest.