I'm Dutch, so I can be blunt

Over Griekenland en de euro volgt de ene beslissende vergadering op de andere.

Met minister Jan Kees de Jager in een dominante rol.

DEN HAAG - Vandaag werden in de Tweede kamer de leden van de nieuw gekozen Kamer geinstalleerd. Namens het CDA legde Jan Kees de Jager de belofte uit Dijkstra bv

Als de ministers van Financiën van de eurolanden in de nacht van 19 op 20 juni om half twee de vergadering verlaten, hebben ze maar één bestemming: de auto. Na zeven uur beraad over de Griekse schuldencrisis in Luxemburg moeten we de situatie niet verder op scherp zetten, is het devies. Niemand wil praten met de wachtende journalisten. Eén minister staat de pers wel te woord. Jan Kees de Jager.

Samen met zijn Duitse collega Wolfgang Schäuble had hij er wekenlang op aangedrongen dat banken, verzekeraars en pensioenfondsen ook een deel van de Griekse rekening betalen. Zonodig met „drang”, want de kiezers zijn het „zat” voor de kosten op te draaien. Nederland zou alleen nog extra aan Griekenland kunnen lenen als ook de private sector „een substantiële bijdrage” levert.

Maar de euroministers reppen in hun gezamenlijke verklaring niet van zulke harde voorwaarden. Financiële instellingen mogen geheel vrijwillig meedoen, staat er, niemand kan hen dwingen. Had De Jager nu een nederlaag geleden of niet? Die vraag wilde hij die nacht graag zelf beantwoorden, voor iemand anders het kon doen. Want het was natuurlijk een compromis. Ingewijden vertellen dat De Jager razend was, omdat hij zich „verraden” voelde: zijn Duitse collega Schäuble had „drang” op het laatste moment afgezwakt naar „vrijwilligheid”.

Niettemin moest de uitkomst in zijn ogen verkocht worden als een overwinning. Tegenover de pers had hij het over een resultaat dat „voor Nederland belangrijk” was. Over „een Nederlands feestje”.

Jan Kees de Jager (42) opereert in het hart van de eurocrisis. Vooral Brussel domineert zijn agenda. Hij moet ervoor zorgen dat de schuldencrisis niet verder escaleert. Onder zijn verantwoordelijkheid werd steun gegeven, eerst aan Griekenland en daarna aan Ierland en Portugal. Dat vinden veel Nederlanders pijnlijk, desondanks doet hij het goed in de peilingen. Hij wordt genoemd als potentiële CDA-leider.

Bij De Nederlandsche Bank hebben ze gemerkt wat het betekent als een minister van Financiën van een ‘stevige’ opstelling houdt. Traditioneel wordt behoedzaam met dit instituut omgegaan – als er geen vertrouwen is, kan dat negatieve gevolgen hebben op de financiële markten en voor Nederland zelf. Voorganger Wouter Bos hield ervan de zaak op scherp te zetten, maar haalde niet zomaar de trekker over. De Jager stuurde DNB-president Nout Wellink weg door zomaar af te kondigen dat bestuurders voortaan maximaal twee termijnen van zeven jaar mochten dienen. Exit Wellink.

Kritiek op de minister van Financiën hoor je in Den Haag niet snel. Daar is een goede reden voor. De ene minister doet de files, de ander doet de regels en de rellen. Maar de minister van Financiën heeft een bijzondere positie. Hij is de bewindsman van vertrouwen. Van geld. Dat heeft alleen waarde zolang er vertrouwen bestaat in de gemaakte afspraken.

Tegelijkertijd begon De Jager met een achterstand. Zijn voorgangers Gerrit Zalm en Wouter Bos waren sterke, handige en goedgebekte politici die er in slaagden moeilijke onderwerpen in gewonemensentaal uit te leggen. Ze waren beiden ideeënrijke economen met brede blik en ervaring.

De Jager was automatiseerder en rolde minder ervaren de politiek in. Waar zijn de vergezichten en de drang om de samenleving te hervormen? „De Jager heeft nooit op die manier wat gedaan met het economische”, zegt een ingewijde.

Arie Slob, partijleider van de ChristenUnie, noemt de taak van De Jager „onmenselijk zwaar”. „Hij zit in Brussel tussen heel zware jongens. Terwijl De Jager zich geen uitglijder kan permitteren.” Slob houdt zijn hart vast sinds De Jager eerder dit jaar na een bijeenkomst in Brussel zei dat er geen afspraken over een permanent noodfonds waren gemaakt, terwijl andere Europese ministers in belendende zaaltjes het tegenovergestelde beweerden. „Daar is hij in Nederland nog mee weggekomen, maar dat was niet dankzij, maar ondanks zijn communicatie.”

Op het ministerie wordt met weemoed teruggedacht aan Zalm en Bos die hun ambtenaren meer uitdaagden. Op het departement wordt ook gemord dat Financiën onder De Jager macht verliest door het zeer boekhoudkundige regeerakkoord. Financiën zou als denktank wegzakken.

De Jager komt goed over op de buis, ook al heeft hij meer moeite dan zijn voorgangers de lesstof te vertalen. Hij vlucht al snel in jargon. Rept dan van EFSF, van beleidsconditionaliteit, reviews, ESM en puntkaders. In zijn pogingen het toch helder uit te leggen laat zijn gevoel voor creatief taalgebruik hem dikwijls in de steek. Dan komt hij opvallend vaak uit op ‘ons huishoudboekje’ en ‘uw portemonnee’.

Juist in crisistijd is hij de minister van stoere oneliners. Hij laat zich er graag op voorstaan dat hij niet te vermurwen is in discussies over de problemen van andere lidstaten. „Wij zijn er de veroorzakers van dat er nog geen akkoord ligt”, zei De Jager onlangs trots in de Tweede Kamer, doelend op Europese onderhandelingen. Hij steekt zijn zorgen in de eurogroep naar eigen zeggen niet onder stoelen of banken. „Dat is misschien mede de oorzaak dat ik in Brussel soms met weinig enthousiasme word ontvangen. Ik geef dit namelijk altijd met Hollandse botheid aan. Ik zeg altijd: I am Dutch, so I can be blunt.”

Zijn favoriete mantra over Athene: er gaat geen geld van de belastingbetaler naar Griekenland. Bij de eerste leningen aan Griekenland bleek De Jager de ultieme vertegenwoordiger van de Hollander: een koopman en een dominee. De Grieken hadden er een potje van gemaakt. Ze moesten zelf maar op de blaren zitten.

Accepteren de kiezers het als Griekenland tóch geld zal kosten? Of als zijn kordate optreden niet leidt tot resultaat op het internationale podium? Het is geen verrassing dat De Jager op het Europese toneel heel wat minder geliefd is dan in eigen land. De Jager, zeggen mensen die hem meemaken tijdens Europees crisisberaad, is een van de meest competitieve ministers. Iedereen verdedigt de belangen van zijn/haar eigen land. Sommigen doen dat subtiel en indirect. Anderen met de botte bijl. Tot die laatste groep behoort De Jager.

Hij maakt „héél veel lawaai”, weet een diplomaat. Naar de mening van velen is dit, gemeten naar het soortelijk gewicht van een relatief klein land, wat veel van het goede. Juist in het eurosysteem waarbij elk land een beslissing kan tegenhouden, moeten ministers zich weten in te houden.

In Luxemburg vertelde de bewindsman twee weken geleden de andere Europese ministers – volgens een diplomaat „op hoge toon” – dat zijn manoeuvreerruimte ongeveer nul was bij de vraag of er extra geleend moet worden aan Griekenland. „Hij misdroeg zich echt”, vindt een betrokkene. „Als elke minister zo veeleisend was als De Jager, zou er nooit een Europees akkoord komen”, zegt een deelnemer. Beiden willen anoniem blijven. Ook dat is Europa: publiekelijk laat je anderen in hun waarde.

Heeft De Jager als een van de machtigste mannen van het land daarmee onvoldoende politieke handigheid? Of beschikt hij juist over een portie bravoure waardoor hij veel gedaan krijgt? De Jager kan soms iets te enthousiast een succes claimen. Onlangs zei hij dat op zijn voorstel alle privatiseringen in Griekenland door onafhankelijke niet-Grieken uitgevoerd moeten worden. Navraag bij de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de eurozone, leverde een ander beeld op. Juncker zei langzaam, zodat iedereen het kon horen: „Dat idee waren wij al aan het bespreken voordat de Nederlandse minister er ook maar van hóórde.”

Wie terugkijkt op de afgelopen anderhalf jaar, kan zich afvragen wat nu echt Nederlands succes is. Inderdaad, Nederland pleitte voor betrokkenheid van het IMF. Maar dat gebeurde uiteindelijk door een draai binnen het Duitse kamp. De Jager was tegen leningen aan Griekenland. Er kwámen leningen. Op zijn verzoek waren dat bilaterale leningen, geen ‘pot’ waar iedereen geld in stopte, „want dan is het eind zoek”. Die bilaterale leningen stopten de turbulentie op de markten niet, dus kwam er tóch een gezamenlijke pot – een tijdelijk noodfonds. Dat was ook niet genoeg. Er komt zelfs een permanent noodfonds.

Voorlopig werkt de methode-De Jager, want verkiezingen zijn nationaal. Hij heeft pas een probleem als het binnenlandse electoraat gaat twijfelen aan zijn buitenlandse successen. Misschien was dat de reden dat De Jager vorige week in Luxemburg klaarwakker was. Middenin de nacht deed hij zijn best om een nieuwe financiële toezegging in Europa als een overwinning voor Nederland te verkopen. Voor het thuisfront, althans.