Huiselijk geweld

Ik hoor klachten uit het peloton. Jaarlijks terugkerende klachten. Er wordt zo nerveus gekoerst in de eerste Tourweek. En meestal vallen in deze context ook de volgende woorden: de belangen zijn zo groot.

De klagende renners dienen het belang van hun shirtsponsor en dus ook van hun eigen portemonnee. Vervelend is het wel dat ze te maken hebben met coureurs die een andere sponsor op hun shirt gedrukt hebben, en andere private portemonnees moeten behagen. Die coureurs slingeren op hun beurt vage klachten de ether in.

Het is het eeuwige cirkeltje, zo in de aanvang. De ploegen die een sprinter in huis hebben houden die man van voren op de cruciale stukken van het parcours. De ploegen met een klassementrenner doen exact hetzelfde, en dat wringt. Het peloton is de woonwagen waarbinnen het huiselijk geweld zich manifesteert.

Grote winnaar is altijd Tourorganisator ASO. De conflicten in de woonwagen zijn haar duistere reden van bestaan.

De eerste dagen van deze Ronde wist ASO haar sponsoren weer uitstekend te behagen. Het beste dat hen kon overkomen was de toeschouwster in nota bene een geel truitje die een half peloton tegen de vlakte werkte waardoor superfavoriet Alberto Contador alvast anderhalve minuut aan zijn broek gelapt kreeg.

De Tour is een aquarium van menselijk drama, en dat rendeert.

De klacht van de renner is meer ideologie dan economisch gejammer, meer de uitdrukking van een innerlijke roeping dan van zenuwpijn. Buiten de tourselectie vallen, dat is pas een ramp. Niet in de Tour zijn is niet-bestaan.

Op het televisiescherm zie ik de dreigende meute zich door een groener dan groen Bretagne wurmen. Het is niet zonder weemoed dat ik me mijn eigen geprefabriceerde klachten herinner. In het peloton ben je een strengetje zeewier in een veld dat deint op de stroming van een grotere waarheid. De angst om te vallen is gelijk aan het vertrouwen dat dit niet gebeurt. En zo zwenk je in nederige overgave van links naar rechts over de weg in een zee van ruggen.

Het gehoor is het allerbelangrijkste zintuig. Daar waar het kraakt moet je niet wezen. Hoor je het achter je kraken dan weet je dat de kijker op de bank getrakteerd wordt op een ontvelde bil.

Vreemde wetmatigheden gelden in het peloton. Lig je er een keer bij dan kun je er donder op zeggen dat dit het begin is van een reeks. Zoals de eerste lekke band de aankondiging is van een golf. Pech is een onzichtbaar beest met groot gevoel voor ritme.

Nog een vreemde wetmatigheid: het is altijd dezelfde die je in de weg zit. Mijn persoonlijke kwelgeest heette Massimo Ghirotto, een grote Italiaan die me dagelijks met zijn zwenkende knieën om de oren sloeg.

Wat is er van Massimo Ghirotto geworden? Ik google zijn naam. Op een fotootje staat hij voor een klas aandachtige schoolkinderen. Massimo vertelt vast over een rossige Hollander die hem altijd voor de voeten reed.