'Hof stapt makkelijk heen over rol VN'

Het vonnis dat Nederland verantwoordelijk stelt voor de dood van drie moslims in Srebrenica is baanbrekend, zeggen veel deskundigen. Maar of het internationaal gevolgen heeft, is onzeker.

Het hele systeem waarbij landen troepen voor vredesmissies beschikbaar stellen aan de Verenigde Naties komt op losse schroeven te staan, zegt Nico Schrijver, hoogleraar volkenrecht in Leiden. Schrijver reageert daarmee op het vonnis waarin het gerechtshof in Den Haag gisteren de Nederlandse staat verantwoordelijk stelde voor de dood van drie moslimmannen, die in 1995 bij de massamoord in Srebrenica door Bosnisch Serviërs zijn vermoord. Nederlandse blauwhelmen hadden de drie mannen ten onrechte weggestuurd van hun basis, oordeelde het hof.

Internationaal heeft het vonnis veel aandacht getrokken. Het nieuws uit Den Haag haalde onder meer de voorpagina’s van de Financial Times en de International Herald Tribune. Maar deskundigen zijn het er nog niet over eens wat de internationale gevolgen zullen zijn.

Volgens Schrijver, die bij de juridische dienst van de Verenigde Naties heeft gewerkt, zal het vonnis in elk geval leiden tot een groot internationaal debat over verantwoordelijkheden bij de overdracht van nationale militaire eenheden aan internationale organisaties. „Dan gaat het om vragen als: Wie zit er aan de trekker? Wie is verantwoordelijk voor schade – civielrechtelijk, zoals nu, of strafrechtelijk, als je een volgende stap zet.”

Schrijver juicht toe dat er een trend is waarbij er meer aandacht komt voor individuele slachtoffers. „Dit vonnis past daarin.” Maar tegelijk is hij kritisch over de uitspraak van het hof, dat „redelijk lichtvaardig lijkt heen ter stappen over het gegeven dat de Verenigde Naties de eindverantwoordelijkheid hadden, en dat ook hebben toegegeven”.

„Kofi Annan heeft, als oud-onder-secretaris-generaal voor vredesoperaties, het boetekleed aangetrokken. In hele gedegen rapporten hebben de VN ruiterlijk erkend dat zij volledige verantwoordelijkheid dragen voor de mislukte missies in Rwanda en Bosnië. Je moet als Nederlandse rechter wel van heel goede huize komen om dan een heel ander spoor te trekken. Natuurlijk was het Nederlandse optreden laakbaar, daar zijn we het inmiddels allemaal over eens. Maar het gaat wel erg ver om de Nederlandse staat onrechtmatig gedrag te verwijten. Dat is een hele grote stap. Ik vermoed dat de staat in cassatie gaat, want het is juridisch zo’n belangrijke zaak .

„Er zijn verschillende zaken geweest van individuele militairen van VN-missies die zich misdroegen. Maar dat is iets anders. De vraag of een staat verantwoordelijk gesteld kan worden voor wat gebeurt in een VN-missie, is van een veel grotere orde. Hier moeten de Veiligheidsraad en de secretaris-generaal zich over uitspreken. Dit zou op internationaal niveau geregeld moeten worden.”

De vrees dat het vonnis landen kopschuw zal maken om nog aan vredesmissies mee te doen, wordt gerelativeerd door Richard Gowan, VN-deskundige verbonden aan Center on International Cooperation van New York University. „Europese landen zijn al lang terughoudend om troepen onder VN-commando te plaatsen. Ze geloven niet dat de VN militaire situaties begrijpen. Dit vonnis zal hun bedenking waarschijnlijk wel versterken. Maar de meeste VN-troepen komen tegenwoordig uit Afrika en Azië, en ik denk niet dat zij zich hier zorgen over maken.”

Baanbrekend is het vonnis zeker, zegt Scott Sheeran, deskundige op het gebied van juridische kanten van VN-missies aan de universiteit van Essex. „Zo’n uitspraak is er nog nooit geweest. In alle eerdere gevallen zijn de Verenigde Naties verantwoordelijk gesteld. En de VN zijn immuun voor juridische procedures, wat het voor slachtoffers vrijwel onmogelijk maakt om verhaal te halen.

„Nu heeft het hof in Den Haag gezegd dat de immuniteit van de VN niet als schild kan dienen waarachter individuele staten zich kunnen verschuilen. Er is nu een parallelle verantwoordelijkheid vastgesteld van de VN en de staten die de troepen leveren. Dat is een unieke ontwikkeling. Maar het zal uiteindelijk vermoedelijk niet veel navolging vinden in andere landen. Hoe dan ook moet nog worden afgewacht of er nog een uitspraak van een hogere rechter komt.”

Niet verrast door het vonnis is Geert-Jan Knoops, hoogleraar international strafrecht en advocaat. „Dit komt niet uit de lucht vallen. Deze uitspraak is in lijn met een uitspraak die de bestuursrechter in 2005 heeft gedaan, in een zaak van een voormalige Dutchbat-militair tegen het ministerie van Defensie. De vraag was of de post traumatische stress stoornis (PTSS) van de man toerekenbaar was aan de staat. De staat zei; nee, want het was een VN-missie. Maar de bestuursrechter zei: Nederland blijft aansprakelijk, ook als de Nederlandse militairen onder gezag van de VN opereren.

„Daartegen heeft de staat hoger beroep aangetekend, en de Centrale Raad van beroep heeft de kwestie terugverwezen naar Defensie. De zaak loopt nog.”

Volgens Knoops zullen militairen die VN-missies leiden zich goed rekenschap geven van het vonnis. „Een vraag die nu gesteld moet worden is: In hoeverre werkt dit door naar de individuele verantwoordelijkheid van de militaire commandant? Die moet heel goed weten, ook al opereert hij in VN-verband, dat hij zijn eigen verantwoordelijkheid houdt. Onder welk mandaat je ook opereert, je behoudt je eigen aansprakelijkheid – dat moet in de opleiding worden meegenomen. Het is belangrijk dat Defensie hier iets concreets mee doet.”