EU: verlaging kredietstatus Portugal toont anti-Europese vooringenomenheid

Europese politici beschuldigen kredietbeoordelaars ervan anti-Europese sentimenten te koesteren, nadat Moody’s Investors Service gisteravond Portugal de zogenoemde junkstatus toekende. Die kredietbeoordeling is vergelijkbaar met die van een derdewereldland.

Moody’s vreest dat het land net als Griekenland een tweede ronde van financiële hulp nodig heeft.

Volgens de Portugese voorzitter van de Europese Commissie, Jose Manuel Barroso, zorgt de beslissing van de kredietbeoordelaar voor extra onzekerheid op de financiële markten en twijfels over reddingspogingen binnen de eurozone. Portugal is het derde land in de eurozone dat financiële noodhulp ontvangt van de EU en het Internationaal Monetair Fonds.

Na de verlaging van de kredietwaardigheid van Portugal, stegen de verzekeringskosten tegen faillissement van zwakkere lidstaten van de eurozone, meldt persbureau Reuters. Ook daalde de waarde van de euro en die van Europese aandelen.

Barroso merkte in het Europese Parlement op dat het “vreemd” is dat er geen kredietbeoordelaars uit Europa komen en spreekt van een “anti-Europese” vooringenomenheid bij de evaluatie van de economische omstandigheden op het continent. De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schaeuble riep op om de “oligopolie” van kredietbeoordelaars te beperken.

Van de drie grootste kredietbeoordelaars in de wereld zijn zowel Moody’s en Standard & Poor’s Amerikaans en heeft Fitch Ratings kantoren in New York en Londen (geen deel van de eurozone). Barroso liet weten dat er aan een voorstel wordt gewerkt die het opzetten van een Europese kredietbeoordelaar mogelijk maakt.

Volgens economieredacteur Melle Garschagen van NRC Handelsblad is die roep om een Europese kredietbeoordelaar niet nieuw. Na de huizencrisis in de Verenigde Staten werd de vraag naar een Europese equivalent van een bedrijf als Moody’s ook groter.

“De kredietbeoordelaars zeggen dat zij politiek onafhankelijk werken met rekenkundige methodes om te bepalen of landen of bedrijven hun leningen terug kunnen betalen op het moment dat dat moet. En nu tonen zij zich kritisch tegenover de Europese reddingsplannen. Bedrijven als Moody’s beargumenteren dat zij alleen maar laten zien dat de kans toeneemt op een faillissement, maar dat beleggers verantwoordelijk zijn voor de reacties daarop. In 2005 werd bijvoorbeeld ook de status van Griekenland verlaagd, maar dat had toen geen gevolgen. Op dit moment wordt er actief gereageerd op dit soort verlagingen.

Tijdens de huizencrisis in de Verenigde Staten is er kritiek geweest op de kredietbeoordelaars omdat zij zich te veel hadden laten leiden door banken bij hun beoordelingen, terwijl die ook een aanzienlijke rol speelden in die crisis. Daar hebben toen onderzoekscommissies naar gekeken en zijn zij flink door het stof gegaan. De roep om een Europese kredietbeoordelaar kwam toen ook al. Dat Barroso het nu ook weer heeft over het opzetten van een Europees bedrijf dat kredietwaardigheid toetst, toont ook een soort Europese vooringenomenheid. Barroso wil namelijk dat er geloof blijft bestaan in het reddingsplan van Portugal.”