Eerste Kamer is nog haar oude, apolitieke zelf

De Eerste Kamer debatteerde gisteren over de regeling voor langstudeerders. Hoe spannend de verhoudingen ook zijn, ze deed dat in oude stijl. Rustig. Beschouwend.

Sinds de laatste senaatsverkiezingen zijn de verhoudingen in de Eerste Kamer ongemeen spannend. Het kabinet kan dankzij de SGP slechts rekenen op één stem meer dan de oppositie. Gisteravond, toen de senaat zich voor het eerst boog over een controversieel kabinetsvoorstel, kon worden getest of dit ook iets verandert aan de aard van de doorgaans nogal beschouwelijke senaatsdebatten.

Daar leek het niet op. De oppositie bestookte staatssecretaris Halbe Zijlstra (Onderwijs, VVD) met kritiek op zijn langstudeerdersregeling die óf makkelijk was te weerleggen – want dikwijls gebaseerd op verkeerde lezing van het wetsvoorstel – of die zo breed van opzet was, dat Zijlstra er eenvoudig zijn eigen wereldbeeld tegenover kon zetten. Zijlstra leek zich zelfs te amuseren met de betogen van de senatoren. Dat bleek vooral in de beantwoording van SP’er Eric Smaling. Toen die hem waarschuwde van jongeren niet te snel volwassenen te willen maken, zei Zijlstra dat als de SP’er dit werkelijk vond, hij ook zou moeten pleiten voor „het naar achteren plaatsen van de stemgerechtigde leeftijd”. Senatoren houden van dat soort antwoorden.

Het kabinet wil dat langstudeerders een grotere bijdrage leveren aan hun opleidingskosten. Aanvankelijk was het plan om de regeling het komende collegejaar in te laten gaan, maar omdat de SGP tegen deze snelle invoering is, koos het kabinet voor een regeling die een jaar later ingaat.

Opvallend genoeg besloot de enige SGP-senator, Gerrit Holdijk, het woord niet te voeren. Hij was er wel voor de stemming, rond middernacht. En ja, zijn stem bleek doorslaggevend. Het kabinetsvoorstel haalde het, met één stem verschil. Studentenorganisaties willen nu naar de rechter stappen. Zij menen dat het rechtszekerheidsbeginsel in het geding is omdat ook studenten getroffen worden die nu al studeren.

De oppositie probeerde het soms wel met krachttermen die doorgaans vooral in de Tweede Kamer klinken. Zo werd deze „draak van een wet” (Smaling, SP) „erdoor gejaagd” (De Graaf, D66) en verdedigd met „drogredenen” (Ganzevoort, GroenLinks). Maar de gewoonte won het toch, zeker met de klacht van de oppositie dat de voorbereidingstijd te kort was geweest – dit terwijl de Tweede Kamer zich in april al over het voorstel had gebogen. Traditiegetrouw haalden de senatoren er ook een Europees verdrag bij. Dit roept op onderwijs uiteindelijk kostenloos te maken. Vooral De Graaf (D66) maakte daar een punt van. Vreemd, meende Zijlstra. Waarom pleit D66 dan wel voor een sociaal leenstelsel voor studenten? Dat wil onderwijs toch ook allesbehalve kosteloos maken?

Slechts één moment wist Zijlstra even niet hoe te antwoorden. Maar dat kwam niet op conto van de oppositie, maar van CDA’er Essers. Die wees op een rechtsongelijkheid voor gehandicapten. Na een korte schorsing, beloofde Zijlstra reparatie hiervan – weg beeld van een oostindisch dove staatssecretaris. Tegelijk bleef de reputatie van de senaat intact: een niet al te politiek orgaan dat vooral let op de kwaliteit van wetgeving.

Dat dit apolitieke soms doorslaat in wereldvreemdheid bleek op het slot, toen de nieuwe senaatsvoorzitter Fred de Graaf (VVD) zich niet bewust bleek van de nieuwe zetelverhoudingen. Zijn griffier moest hem er bij de stemmingen op wijzen. De voorzitter telde het nog even na. En inderdaad, VVD, CDA en PVV beschikken met de SGP over een nipte meerderheid. Maar een echt spannend debat, dat moet nog komen.