De helden van Ghibli zijn hoogbejaard ...

Beste van het Westen versus beste van het Oosten. Het Amerikaanse Pixar en Japanse Ghibli gelden als de twee titanen van de animatie en combineren kassucces met integriteit. Werken de formules nog?

Scene uit de film Arrietty (2010) FOTO: Paradiso Filmed Entertainment

Arrietty. Regie: Hiromasa Yonebayashi. In: 7 bioscopen. ***

Bij een film horen notities voor de pers. Die bij Arrietty, de jongste film van Japans roemruchte studio Ghibli, zijn nogal bizar. Zo vaak gebeurt het niet dat producent en regisseur te kennen geven niet zo warm te lopen voor hun eigen film. Ze maakten hem vooral uit respect voor twee legendes van de Japans animatie: Hayao Miyazaki en Isao Takahata.

Onder insiders geldt studio Ghibli al een kwart eeuw als misschien de beste animatiestudio ter wereld, en zeker van Japan. Vooral dankzij de ‘god van de anime’, de 70-jarige Hayao Miyazaki. Hij voorzag Ghiblifilms van de nu zo vertrouwde elementen: een kind of adolescent in de hoofdrol, milieuzorgen, natuurgeesten uit de Shinto-religie, vliegen als ontsnapping uit het alledaagse, geheime identiteiten, magische werelden en metamorfoses: bezielde voorwerpen, mens wordt dier, dier mens.

Ghibli verwijst naar de Arabische naam voor de sirocco, de Saharawind die vaak als een föhn de Italiaanse kust zandstraalt. De studio wilde in de jaren tachtig als frisse wind in de Japanse anime waaien. Maar hoe fris is een wind van een 70- en 76-jarige nog? Want zo oud zijn de oprichters Hayao Miyazaki en Isao Takahata inmiddels. De laatste regisseerde vier films voor Ghibli, maar het was de lichtere toets van Hayao Miyazaki die de studio zijn doorbraak bezorgde. Miyazaki’s genie bereikte een hoogtepunt met de complexe ecofabel Princes Mononoke (1997) en Spirited Away, dat in 2003 de Gouden Beer en de Oscar voor animatie won. Films die betoveren en kippevel bezorgen, als dromen die zomaar in nachtmerries kunnen omslaan.

Maar niets is voor eeuwig. Hayao Miyazaki kondigde sinds 1998 al driemaal zijn pensioen aan – zijn comebacks leverden meesterwerken als Spirited Away en Howl’s Moving Castle op. Maar binnen Ghibli leidt dat tot wrijvingen. Producer Toshio Suzuki schrijft opvallend openhartig over diens rol in Arrietty, een bewerking van The Borrowers van Mary Norton - of is het spot? Van hem hoefde de film niet zo nodig, maar Miyazaki en Takahata drongen aan. Waarom nu, vroeg Suzuki. Omdat, aldus Miyazaki, het tijdperk van massaconsumptie voorbij is en dat van duurzaamheid en hergebruik begint. Zoals de minimensjes in Arrietty leven van kruimels, suikerklontjes en draadjes die ze van grote mensen ‘lenen’. Suzuki gaf toe „uit respect voor senioriteit” en vroeg animator Hiromasa Yonebayashi als regisseur. Die gaf ‘tegenstribbelend’ toe. Daarna, vervolgt Suzuki, was het zaak de oude Miyazaki op afstand te houden: de regisseur liet weten zijn suggesties niet op prijs te stellen. „Dat is mijn jongen! Wees dapper!” zou Miyazaki hebben geantwoord. Suzuki: „Maar we bleven vrezen dat Miyazaki-san de studio binnenstormde met ongevraagd advies of ideeën.”

Suzuki kwam als hoofd van de studio al eens met Miyazaki in botsing. In 2006 wees hij diens zoon Goro, opgeleid als landschapsarchitect, aan om Tales From the Earthsee te regisseren. Vader Hayao protesteerde, het kamp-Goro wreef hem Oedipale rancune aan: pa zou bang zijn dat zijn zoon hem overvleugelde. Goro zelf schreef: „Als vader een nul, als regisseur een tien.” Met Goro Miyazaki zette een generatiewisseling in bij Ghibli. Hij voltooide zijn film tweemaal zo snel als pa en boekte een hit in Japan, al vergeleken critici Tales from the Earthsee ongunstig met pa’s oeuvre. Qua stijl en thema Miyazaki, maar zonder dat snufje toverstof.

Ook Arrietty voelt als een goede kopie. Minimeisje Arrietty woont met haar familie onder een vloer, foerageert en biedt gevaren als kat, kakkerlak en pesticide het hoofd. Als een mens je ziet moet je verhuizen, zo wil de code van de ‘Leners’ waartoe ze behoort. Maar Arrietty sluit vriendschap met een ziek jongetje terwijl een nieuwsgierige huishoudster op jacht gaat. Volop Ghibli-ingrediënten dus, maar geen diepte. Echt een kinderfilm, dus. Ghibli legt de lat lager, zo lijkt het: de gloriedagen zijn voorbij.