Commandant Karremans en collega's nu ook onder vuur

Nederland is volgens het Haagse hof verantwoordelijk voor de dood van drie moslims in Srebrenica. Die uitspraak heeft gevolgen voor meer zaken.

De uitspraak van het gerechtshof gisteren in Den Haag kan grote gevolgen hebben voor de rechtszaak van de Moeders van Srebrenica tegen de Nederlandse Staat en de aangifte tegen de leiding van Dutchbat. Want het gerechtshof heeft een paar belangrijke feiten vastgesteld. De Nederlandse blauwhelmen stonden in de zomer van 1995 weliswaar onder bevel van de Verenigde Naties, maar in Srebrenica was een bijzondere situatie ontstaan, omdat de Nederlandse regering zich intensief bemoeide met de evacuatie van de vluchtelingen.

De Nederlandse Staat is, zo vonniste het hof, daarom verantwoordelijk voor de dood van drie moslimmannen die na de val van de enclave door de Bosnische Serviërs zijn vermoord. Rizo Mustafic, een elektricien van Dutchbat, en twee familieleden van de tolk Hasan Nuhanovic hadden niet weggestuurd mogen worden van de Nederlandse basis in Potocari.

Deze feiten zullen een belangrijke rol spelen in de aangifte die in 2010 is gedaan tegen de leiding van Dutchbat-3. Vier nabestaanden van Srebrenica-slachtoffers hebben aangifte gedaan tegen commandant Thom Karremans, plaatsvervangend commandant Rob Franken en adjudant Berend Oosterveen in verband met volkerenmoord en oorlogsmisdaden.

„Karremans, Franken en Oosterveen hebben wellicht de omvang van de genocide niet kunnen voorzien, maar zij wisten van de diepgewortelde haat tegen de moslims en van eerdere executies van moslimmannen”, staat in de aangifte. „Door Rizo Mustafic en de familie van Hasan Nuhanovic van de compound te verwijderen, hebben zij geholpen bij de genocide.”

Het Openbaar Ministerie in Arnhem is bezig met een zogenoemd feitenonderzoek naar de leiding van Dutchbat-3. Dat betekent dat alle relevante publicaties, rapporten en dossiers – van onder andere het Joegoslaviëtribunaal – worden bestudeerd. Het is nog niet bekend wanneer dit is afgerond.

In 2007 hebben de nabestaanden van de slachtoffers van Srebrenica de Nederland en de VN aangeklaagd in een civiele procedure. Het gaat om tien vrouwen en de zogeheten Moeders van Srebrenica. Zij stellen dat Nederland en de VN de moslimbevolking niet hebben beschermd tegen de Bosnische Serviërs.

De enclave was door de Verenigde Naties uitgeroepen tot zogenoemd veilig gebied (safe area) en de burgers die zich daar bevonden zouden worden beschermd tegen de aanvallen van de Bosnische Serviërs. „U bent nu onder de bescherming van de VN (...) ik zal u nimmer verlaten”, zei de Franse generaal Morillon in maart 1993.

In 2008 oordeelde de rechtbank in Den Haag dat een Nederlandse rechter niet bevoegd is om een oordeel te vellen over de vraag of de VN aansprakelijk zijn voor de genocide in Srebrenica. Vorig jaar werd deze uitspraak in hoger beroep bevestigd. De advocaten van de Moeders van Srebrenica zijn in cassatie gegaan bij de Hoge Raad en eind van dit jaar wordt een uitspraak verwacht.

Dan wordt ook duidelijk of de zaak tegen de Nederlandse Staat wordt gecombineerd met die tegen de VN. De inhoudelijke behandeling van de rechtszaak tegen de Staat moet dus nog beginnen „en het vonnis van het gerechtshof is daarbij zeer waardevol”, zegt advocaat Marco Gerritsen, die ook de immuniteit van de VN in dit soort zaken aanvecht. Opzienbarend vindt hij „dat het hof Nederland medeverantwoordelijk stelt voor het handelen van Dutchbat”.

De drie vermoorde moslimmannen hadden een bijzondere relatie met Dutchbat. In het vonnis spreekt het hof van „een specifieke positie van individuele gevallen” en „er wordt geen uitspraak gedaan over de situatie van de overige vluchtelingen”. Toch zitten er volgens Gerritsen „zeer bruikbare elementen in het vonnis, want Nederland bemoeide zich met de hele evacuatie”.

De feiten zijn met het vonnis vastgesteld. Maar wie neemt de verantwoordelijkheid? „Ik hoop niet dat dat deze kwestie wordt uitgevochten over de rug van de nabestaanden”, zegt Liesbeth Zegveld, advocaat van Hasan Nuhanovic en de nabestaanden van Mustafic. „Met dit vonnis in de hand is het tijd voor een groot gebaar van Nederland richting de nabestaanden van Srebrenica.”

Nu de aansprakelijkheid van Nederland is vastgesteld, komt er een procedure voor schadevergoeding. Daarnaast bereidt Zegveld een civiele dagvaarding voor tegen de Bosnisch Servische legerleider Ratko Mladic. Zegveld: „Wij wachten het strafrechtelijk oordeel van het Joegoslavië-tribunaal niet af.”