'China overtreedt regels wereldhandel'

China is door de WTO op de vingers getikt. Het land mag de export van grondstoffen niet langer beperken. Europa juicht. „Eindelijk is het probleem boven water.”

Samples of rare earth elements are converted to glass discs inside the testing building at the Molycorp Minerals Mountain Pass Mine in Mountain Pass, California in this August 19, 2009 file photo. Vast deposits of rare earth minerals, crucial in making high-tech electronics products, have been found on the floor of the Pacific Ocean and can be readily extracted, Japanese scientists said on July 4, 2011. REUTERS/David Becker/Files (UNITED STATES - Tags: ENERGY ENVIRONMENT) REUTERS

Caroline de Gruyter

China moet exportbeperkingen op negen grondstoffen opheffen, omdat die in strijd zijn met internationale afspraken. Dat heeft de Wereldhandelsorganisatie in Genève (WTO) gisteren beslist in een zaak die was aangespannen door de Europese Unie, de VS en Mexico.

Het panel met experts had de uitspraak amper gedaan, gistermiddag, of in Brussel ging de vlag uit. In een tijd waarin de Europese hoofdstad ondergedompeld lijkt in permanente euro-depressie, verspreidden functionarissen van eurocommissaris Karel De Gucht (Handel) opgewekt het goede nieuws. Grondstoffen als bauxiet, zink, magnesium en gele fosfor, waarvan China de belangrijkste leverancier is, zijn van groot belang voor de Europese staalindustrie, producenten van huishoudelijke apparaten en farmaceuten. Door de exportbeperkingen uit China werd het voor hen afgelopen jaren steeds moeilijker om betaalbare grondstoffen te bemachtigen voor batterijen, koelkasten, auto’s of CD’s. Deze import beslaat tien procent van alle import in de EU en raakt grote en kleine fabrieken in 27 landen.

Maar nog grotere relevantie van deze uitspraak ligt in de precedentwerking voor zogeheten ‘rare earths’. Dit zijn schaarse mineralen die voor 95 procent uit China komen en cruciaal zijn voor de productie van flat screen televisies, mobiele telefoons en dergelijke. De EU is na de VS en Japan derde importeur van deze mineralen, maar heeft als enige geen natuurlijke reserves of voorraden – en is dus van China afhankelijk. De EU heeft aanwijzingen dat China ook hier nationale bedrijven bevoordeelt en op de wereldmarkt prijzen opdrijft. Quota’s naar Europa nemen sinds 2009 af. Maar hard bewijs vinden voor protectionisme is lastig. De Chinezen, zegt een WTO-betrokkene, „spelen een kat-en-muisspel: catch me if you can”.

De Gucht noemt de WTO-uitspraak „een duidelijke uitspraak voor vrije handel en eerlijke toegang tot grondstoffen”. Hij zei erbij dat „China door dit resultaat ook vrije en eerlijke toegang tot ‘rare earths’ moet veiligstellen.” De EU, de VS en Mexico begonnen deze zaak in 2009. China heeft 60 dagen om in beroep te gaan. Naar verwachting gebeurt dat ook. Van Chinese kant is niet op de uitspraak gereageerd.

Volgens de Amerikaanse WTO-onderhandelaar Ron Kirk is dit een overwinning voor arbeiders en producenten in veel landen: „Het Chinese beleid bevoordeelt Chinese fabrikanten, ten koste van de niet-Chinese gebruikers van deze grondstoffen”.

Chinese exportrestricties bestonden al toen China in 2001 toetrad tot de WTO. Sindsdien zijn ze verscherpt. De WTO concentreert zich normaliter op importbeperkingen en gevallen van ‘dumping’. Ze heeft geen ontwikkelde regelgeving over exportbeperkingen. In 2001 werden er op exportgebied wel voorwaarden aan China gesteld, maar die bleken vervolgens voor meerdere uitleg vatbaar. Intussen is de export van grondstoffen uit China zo kostbaar, dat de rest van de wereld daar last van heeft. Prijzen op de wereldmarkt zijn hard gestegen. China voert als reden aan dat zij als soeverein land het recht heeft het milieu tegen overexploitatie te beschermen. Dit argument wordt, met succes, gebruikt door landen die de uitvoer van ivoor of teak beperken. Maar de WTO concludeert dat Chinese grondstoffen nu zo spotgoedkoop zijn voor Chinese bedrijven, dat die zélf worden aangemoedigd aan over-exploitatie te doen. Het milieu-argument gaat dus niet op. Bovendien dwingen Chinese exportrestricties – quota’s, cash heffingen, beperkingen van het aantal uitvoervergunningen en extra administratieve lasten – Amerikaanse en Europese bedrijven om zich in China te vestigen en dáár te produceren. Zo doen ook zij mee aan over-exploitatie.

Het WTO-panel oordeelt bovendien dat de exportrestricties strijdig zijn met beloftes in het Chinese WTO-toetredingsprotocol, en dat het land algemene WTO-regelgeving schendt. „Dit is een drieklapper,” zei een Brusselse ingewijde, „we protesteerden op drie punten en kregen op alledrie gelijk. Deze jurisprudentie helpt WTO-regels over exportbeperkingen aan te scherpen. Eindelijk is dit probleem boven tafel.” Omdat landen in crisistijd van alles bedenken om anderen met verkapte protectionistische maatregelen te benadelen, is dat belangrijk. De WTO, geleid door de Fransman Pascal Lamy, is hét orgaan dat daarover waakt. Lamy heeft de surveillance de afgelopen twee jaar opgevoerd. Bij de WTO lopen meerdere zaken tussen de EU en China.