Catfight in toga? Moddergevecht? Geen sprake van inzake Schalken

Het artikel ‘Kritiek rechter Schalken leidt tot moddergevecht’ op de voorpagina van 4 juli is opmerkelijk tendentieus en onzorgvuldig. De uitdrukkingen „catfight in toga”, „moddergevecht” en „op een niet eerder vertoonde wijze publiekelijk tegen elkaar tekeergaan” doen geen recht aan de feiten.

Mij vooral tot mijn eigen rol in deze kwestie beperkend, merk ik het volgende op.

Naar aanleiding van het interview met de heer Schalken en het door hem gevraagde ontslag als raadsheer-plaatsvervanger vroeg NRC Handelsblad mij op vrijdag 1 juli om commentaar. Mijn commentaar – per e-mail – was gelijkluidend aan mijn verklaring van zaterdag 2 juli, op rechtspraak.nl. In de door mij op radio en televisie afgelegde verklaringen heb ik zakelijk hetzelfde gezegd. Die verklaring ademde in geen enkel opzicht de door de krant gesuggereerde sfeer.

Het artikel spreekt van een „nieuw spektakel”: de president van het Amsterdamse gerechtshof op Twitter. Vervolgens worden – deels uit hun verband gerukte – uitspraken van mij uit de hiervoor genoemde verklaring en uit gegeven interviews vermengd met twee fragmenten uit een tweet. Daarmee wordt op zijn minst de suggestie gewekt dat ik er zaterdag lustig op los zou hebben getwitterd over dit gevoelige onderwerp. In werkelijkheid was er sprake van één tweet. Die luidde als volgt: „NRC interview Schalken. Werk aan de winkel. Zojuist interview met NOS radio en tv. Straks nogmaals radio en dan RTL tv.#geenrustigezaterdag”.

Daaraan voorafgaand had ik het persbericht van het hof, met daarin mijn verklaring, doorgezonden via een zogeheten retweet – niet meer en niet minder.

Het is één ding dat NRC Handelsblad het als nieuws beschouwt dat de president van het gerechtshof twittert, maar dat rechtvaardigt in geen enkel opzicht het op suggestieve wijze schetsen van een verkeerd beeld.

Ten slotte zeg ik nog iets over de uitdrukking ‘catfight in toga’. Die suggereert iets heel anders dan uit het artikel zelf voor de oplettende lezer blijkt. Maar liefst vijf van de geciteerde mensen zijn geen ‘togadrager’, althans niet in de door de uitdrukking gesuggereerde zin. Van de drie genoemde ‘togadragers’ kan mijns inziens niet worden gezegd dat ze tekeergingen.

Dit artikel creëert zelf de sfeer die het beschrijft. Het gooit olie op het vuur van een niet-bestaande bosbrand. Dit is een krant als NRC Handelsblad, en zeker de voorpagina daarvan, onwaardig.

mr. L. Verheij

President gerechtshof Amsterdam