'Bij de bond weten ze niet hoe het kunstrijden werkt'

Voormalig kunstrijdster Joan Haanappel is, met Tineke Posno en Mary Dotsch, uit de Commissie Kunstrijden van de schaatsbond gestapt. „Ze snappen er niets van.”

Wat is de reden van jullie vertrek?

Joan Haanappel: „We zijn wegbezuinigd door de KNSB. We hielden eenderde van ons budget over. We konden niks meer, zelfs geen bondscoach aanstellen. En er zijn problemen met het ijs. De nationale selectie moest verhuizen van Zoetermeer naar de nieuwe baan in Dordrecht. Die was goedkoper. Maar dat kost aanzienlijk meer reistijd. Dat is voor shorttrackers en langebaanschaatsers te doen, maar niet voor de jonge kunstschaatssters. Die moeten gehaald en gebracht worden. Dan is het ondoenlijk om per dag drie uur langer in de auto te zitten. Dat kán gewoon niet. Laura Ponzio, een groot talent uit Purmerend, is om die reden met kunstrijden gestopt.”

Wat neemt u de schaatsbond kwalijk?

„Dat er sprake is van totale bureaucratie. Als Commissie Kunstrijden wilden wij talenten onder leiding van goede coaches aansluiting laten krijgen bij de toptien van Europa. Maar wat doet de KNSB? Ons budget inkrimpen, maar in de persoon van Jeroen Prins wel een disciplinemanager Kunstrijden aanstellen. Om het kunstrijden te ontwikkelen. En die man zegt in een interview met het blad Schaats, dat hij de kinderen schuimbekkend van het ijs wil zien komen. Nou ja, zeg. Hij is misschien goed in regelgeving, maar zijn gevoel voor de topsport is ver te zoeken. Echt, bij de bond weten ze niet hoe het kunstrijden werkt.”

U bent al jaren bezig om het kunstrijden in Nederland naar een hoger plan te brengen. Zijn al die inspanningen voor niets geweest?

„Ja, die strijd is zinloos geweest. Wij wilden ons drie jaar geleden al afscheiden van de KNSB en een aparte bond voor het kunstrijden oprichten. Maar dat werd tegengehouden door sportkoepel NOC*NSF. En zonder die hulp gaat het niet. Ik verdenk de KNSB en NOC*NSF ervan toen met elkaar afspraken te hebben gemaakt. NOC*NSF is alleen geïnteresseerd in grote bonden die op de Olympische Spelen medailles binnenhalen. Investeren in kleine sporten is er niet bij. Ik ben nog steeds verdrietig om die houding. Ik heb 50 jaar ervaring in de topsport, maar al onze plannen werden binnen een half uur van tafel geveegd door NOC*NSF. De houding was: jullie zitten wel goed bij de KNSB. Maar volleybal wordt toch ook niet aangestuurd door basketbal? Kunstrijden is totaal anders dan langebaanschaatsen. Het is geen rondjes rijden, maar een kunstzinnige, artistieke sport. Maar het interesseert ze bij NOC*NSF en de KNSB eenvoudigweg niet. Ik las onlangs in de krant dat een talentvolle jongen van zeventien, die aan biatlon deed, ook geen steun kreeg van NOC*NSF. Hoe kan dat toch? Je zult toch moeten investeren in talent. Maar nee, zo’n jongen wordt weggestuurd en op allerlei bondskantoren worden nieuwe mensen aangesteld. Jonge sporters laten ze barsten.”

Hoe moet het nu verder met kunstrijden in Nederland?

„Dat weet ik niet. De Stichting Kunstrijden Nederland (SKN), die drie jaar geleden een nieuwe bond had moeten worden, blijft bestaan. Om talenten te ondersteunen. Dat doen we bijvoorbeeld met het paar Dmitry en Rachel Epstein.”

Hoe diep zit bij u de frustratie?

„Heel diep. Ik heb voor verbetering van het kunstrijden gestreden, maar na drie jaar vallen we weer onder Arie Koops, directeur Sport van de KNSB. De zelfstandigheid waarvoor we geknokt hebben, is verkwanseld. Plat gezegd: We zijn geen zak opgeschoten.”