Stinkmaanden in Moskou

Mijn overbuurman Pjotr stinkt al een paar dagen. Dat is niet zo vreemd, want het gemeentelijk energiebedrijf heeft zijn warm water afgesloten. Om de twee dagen wast hij zich nu met water dat hij op zijn gasfornuis in een paar pannetjes opwarmt. Aan een koude douche moet hij niet denken, dan maar niet zo schoon als anders.

Voor veel Russen zijn juni en juli de stinkmaanden, omdat dan in veel huizen de warmwaterleiding wordt dichtgedraaid voor de jaarlijkse onderhoudsbeurt. Het gevolg daarvan ruik je overal – in winkels, in de metro, in de menigte bij het stoplicht. Zweet, zweet, zweet. En dat in een stad die wordt gegeseld door een hitte met subtropische temperaturen. De enige troost: de ontberingen duren tegenwoordig nog maar tien dagen. Een enorme verbetering met een paar jaar geleden, toen het warme water een hele maand werd afgesloten.

Om eens te zien hoe die profylactische operatie in zijn werk gaat, maak ik een afspraak met Mosenergo. In de controlekamer van het energiebedrijf staat een enorm televisiescherm met een digitale stadsplattegrond waarop precies te zien is wie waar aan het werk is en wat waar wordt afgesloten. „De buizen moeten nu eenmaal periodiek worden gereinigd en gecontroleerd op slijtage”, zegt plaatsvervangend hoofdingenieur Andrej Nikolajev vergoelijkend. Met de Pjotrs van zijn land heeft hij geen medelijden. „Als je tien dagen zonder water zit, moet je gaan douchen bij je familieleden of in je datsja.”

De hoofdingenieur vertelt dat inmiddels eenderde van alle warmwaterbuizen in Moskou al is vernieuwd, waardoor het aantal dagen zonder warm water in de toekomst misschien nog verder kan worden teruggebracht. Nikolajev stuurt ons naar buitenwijk Tekstiltsjiki om zelf te kunnen zien hoe die vervangingswerkzaamheden worden uitgevoerd.

In een bouwput zijn daar een paar arbeiders druk aan het werk. Ze snijden buizen op maat en lassen die aan elkaar. Samen met zijn mannen is ingenieur Michail Kazakov al een paar maanden bezig met de vervanging van de leidingen in dit deel van de straat. Niet dat de bewoners er last van hebben, want Mosenergo heeft alles zeer goed gepland. „Anders krijgen we maar klachten”, zegt hij. „Tegenwoordig betalen de bewoners behoorlijk wat geld voor hun energie, dus ze hebben recht van spreken.”

Voor Pjotr maakt het niet zoveel uit. Hij is jaloers op mij, omdat ik een boiler heb die ik straks kan aanzetten als ik aan de beurt ben om te worden afgesloten. Maar eigenlijk kan het hem niet echt schelen dat hij stinkt. Hij woont tenslotte alleen en zichzelf ruikt hij niet.

Michel Krielaars