Repressie slecht voor gevangen jongeren

Als de groepleiders goed zijn, kunnen jongeren beter uit de gevangenis komen dan ze erin gingen. Dat concludeert Peter van der Helm in zijn proefschrift.

„Dit is misschien wel het moeilijkste werk ter wereld.” In het gesprek over zijn promotieonderzoek naar jongeren in Nederlandse jeugdgevangenissen spreekt Peer van der Helm die zin verschillende keren uit. Hij heeft het dan niet over zijn eigen werk, maar over dat van de groepsleiders (pedagogen en andere hulpverleners). „Die begeleiden jongeren met een heel scala aan problemen: ze zijn verwaarloosd, hebben vaak over straat gezworven, zijn mishandeld, hebben veelal een licht verstandelijke beperking. Sommigen hebben nooit geleerd om met mes en vork te eten, laat staan op hun beurt te wachten. Veel van hen zijn gewend om problemen op te lossen met agressie. Deze jongeren hebben vaak zo’n laag zelfbeeld – als je ze te lang recht in de ogen kijkt, slaan ze er al op.” En die jongeren, die in groepen van 8 tot 10 in een jeugdgevangenis zitten nadat ze verschillende keren in contact zijn geweest met justitie, moeten in het gareel gebracht worden. Ga er maar aan staan.

Het goede nieuws is dat er ten minste iets werkt, vertelt Van der Helm: het creëren van een ‘open leefklimaat’ binnen de groep. Dat wil zeggen: een sfeer waarin jongeren zich gesteund voelen door hun groepsleider, het idee hebben dat ze zelf iets leren, niet onderdrukt worden door allerlei regels en elkaar kunnen vertrouwen.

Van der Helm, docent/onderzoeker aan de Hogeschool Leiden, interviewde honderden gedetineerde jongeren en groepsleiders en ontwikkelde een vragenlijst om zo’n leefklimaat te meten. Vandaag promoveert hij op dat onderzoek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Maar mijn proefschrift is alweer verouderd”, lacht hij. In zijn vervolgonderzoek volgt hij jongeren in 24 jeugdinstellingen gedurende langere tijd. Daaruit blijkt dat verbetering van het leefklimaat jongeren gemotiveerder maakt voor de behandeling en hun empathie en gevoel van controle vergroot.

Veel van deze jongeren geven de omstandigheden de schuld van hun gedrag, legt hij uit. „Iemand die zit voor doodslag, zegt bijvoorbeeld rustig: als die jongen niet in het café was geweest, had ik hem ook niet doodgeslagen.” Het is uiteraard beter als jongeren de verantwoordelijkheid voor agressief gedrag bij zichzelf leren leggen. „En empathie is belangrijk omdat dat sterk gerelateerd is aan recidive.”

Hoe kun je het leefklimaat in een jeugdgevangenis verbeteren? Dat is nog niet eenvoudig, zegt Van der Helm. „Er is geen handboek Open Leefklimaat. En als je ’s ochtends de deur opendoet van een jongen die een slechte nacht heeft gehad en meteen agressief is, moet je leren pedagogisch na te denken en niet terug te meppen. Bij agressie is het het makkelijkst om terug te grijpen op repressie: nóg strakker, nog meer regeltjes, iemand in zijn kamer zetten – en dat is dan een kamer met een dikke deur en een klein kijkraampje erin. Dat moet je doorbreken.”

Hoewel het opvallend is, zegt Van der Helm, dat meer steun van de groepsleider belangrijker is voor een goed leefklimaat dan minder repressie. „De groepsleider is de spil.” Wat hielp, zegt hij, is dat hij groepsleiders liet meewerken aan zijn onderzoek. „Veel van hen moeten toch van mbo naar hbo-niveau gaan, dus ze konden meedoen in het kader van hun opleiding. En dat was een soort natuurlijke manier om die denkomslag te maken.”

In Nederland zitten zo’n 5.000 jongeren in justitiële inrichtingen, vertelt Van der Helm, en eigenlijk is er nauwelijks onderzoek gedaan naar het effect van die detentie. „Het is nu ook te vroeg om iets te zeggen over het effect van het leefklimaat op de periode na de detentie. Daar zijn ook allerlei andere factoren op van invloed. In Rotterdam wachten ze jongeren bijvoorbeeld op met een welkomstcomité: een wijkagent en een maatschappelijk werker helpen hen verder. We weten dat dat werkt. Maar op het moment dat een gemeente zegt: we hebben ook nog 5.000 eerlijke jongeren die we éérst aan een baan en een huis willen helpen, dan zie je dat jongeren na hun detentie gewoon weer verdwijnen. Het enige wat ze dan kunnen doen, is hun oude vak oppakken.” Jongens gaan de criminaliteit weer in, meisjes de prostitutie.

Had Van der Helm zelf eigenlijk last van agressief gedrag tijdens de interviews? „Nee, de meeste jongeren vonden het heel fijn dat er naar ze geluisterd werd. Ze kregen er trouwens ook iets voor: een telefoonkaart. En weet je wat ze daarmee deden? Hun moeder bellen. Ja, het blijven gewoon kinderen.”