Pasta e basta

In de film Tampopo (Juzo Itami, 1985) leert een groep jonge Japanse vrouwen in een restaurant de etiquette van het eten van spaghetti. Hun lerares doet het voor – oprollen met een vork in de holle kant van de lepel en dan het kluwentje spaghetti in één keer geluidloos naar binnen brengen, zonder de mond

In de film Tampopo (Juzo Itami, 1985) leert een groep jonge Japanse vrouwen in een restaurant de etiquette van het eten van spaghetti. Hun lerares doet het voor – oprollen met een vork in de holle kant van de lepel en dan het kluwentje spaghetti in één keer geluidloos naar binnen brengen, zonder de mond te veel te openen. Dan blijkt aan een tafeltje niet ver van hen een westerse man iets te eten waarvan niet duidelijk is of het spaghetti is of Japanse noedels. Zijn luide gesmak leidt de jonge vrouwen zo af dat ze hun lerares niet meer volgen. Uiteindelijk werken ze net als de westerling, wild slurpend hun spaghetti naar binnen. Itami bekritiseert hier de westerse invloeden in de Japanse cultuur, maar stelt ook de Japanse zelfcontrole aan de kaak. Die staat het genieten in de weg.

We willen voedsel dat je met één hand kunt eten achter de pc

Je kunt nog meer lezen in deze scène. Met de verwijzing naar spaghetti en udon – noedels die je juist moet slurpen – zet de film ook de opmars van westers voedsel tegenover de populariteit van Japanse gerechten in de wereld. De spaghetti, de hamburger en de pizza arriveerden eerder in Japan dan het Japanse voedsel in het Westen, maar sinds tien jaar, schat ik, zijn sushi en sashimi hier ook gemeengoed. Dat wil zeggen dat ze op feestjes worden geserveerd en in damesbladen figureren. Ook wij eten nu Japans en voedsel uit alle windstreken.

Onze eetgewoonten zijn hoe langer hoe internationaler geworden. We begonnen ooit met de nog steeds populaire ‘Chinees’, gevolgd door de Franse en Italiaanse keuken en daarna door de Griekse, Spaanse en Indiase. Je kunt het zo gek niet bedenken of het wordt geserveerd in Nederland – Zuid-Afrikaans, Mongools, Peruaans, Filippijns of Ethiopisch. De globalisering van onze smaak lijkt compleet. Dat geldt niet alleen voor Nederland, maar voor bijna alle landen. De spruitjeslucht is definitief verdreven. Hoera, wij zijn allen wereldburgers!

Deze mondialisering wordt bevestigd door de onlangs verschenen enquête die opinieonderzoeksbureau Globescan hield in zeventien landen. Daaruit blijkt dat pasta, pizza en kip de favoriete of althans gewenste gerechten zijn van bijna alle aardbewoners.

Op dit onderzoek is zeer veel aan te merken, alleen al omdat de voedselcategorieën elkaar niet uitsluiten. Nederlandse respondenten zetten bijvoorbeeld pasta op de eerste plaats, maar noemen in de topdertien ook Italiaans eten, lasagne, spaghetti en macaroni. Ook melden ze een voorkeur voor chips (op de zevende plaats!), biefstuk en spinazie. Het is een merkwaardige en ongelijksoortige lijst, die het gebrek aan gelaagdheid per leeftijdsgroep weerspiegelt.

Het doel van de studie, in opdracht van Oxfam, was niet een kwalitatief overzicht van voedingspatronen, maar het aantonen van de effecten van de economische crisis op consumptie. Ook dat deel van de studie laat te wensen over. Wat betekent het precies dat de meeste mensen niet meer hetzelfde eten als twee jaar geleden?

Niettemin wijst het er op dat de voedselvoorkeuren overal snel veranderen. Je zou kunnen beredeneren dat de aantrekkelijkheid van westers voedsel in arme ontwikkelingslanden een kwestie van status is. Of bijvoorbeeld een jammerlijke uitwas van het postkolonialisme – het gevolg van slimme marketing van hamburgerketens, of lage prijzen. Hoe verklaren we dan die hang naar het exotische in het Westen? Italiaans voedsel, vooruit, dat kun je nog in verband brengen met la dolce vita in Toscane. Maar Vietnamees, of Mexicaans? Die voorkeuren ontstonden deels door het toerisme, maar vooral dankzij een aanwas van migranten. Zij vonden een plaats in de horeca.

Ondertussen is een merkwaardige paradox ontstaan. Terwijl de houding van veel Nederlanders tegenover Europa en migranten steeds krampachtiger wordt, lijken we steeds avontuurlijker te worden in wat we eten. Dat is schijn. Wie nauwkeuriger kijkt, ziet helemaal geen brede culinaire nieuwsgierigheid.

Enerzijds groeit juist de tegenbeweging tegen mondialisering, met een verlangen naar ‘authentiek’, ‘eerlijk’ en ‘lokaal’, naar schorseneren en Texels lam in plaats van chapatis. Hoewel voor het in ere herstellen van recepten veel te zeggen is, vergeten de aanhangers hiervan dat wat wij eten altijd evolueert. ‘Authentiek’ is slechts een momentopname. Nederlanders eten pas op grote schaal aardappelen sinds de achttiende eeuw.

Anderzijds vormen pizza, sushi, pasta, kippenpootjes en tortillawraps het bewijs van de verbazingwekkende opmars van het gemaksvoedsel, zonder iets te zeggen over openheid voor wat de wereld te bieden heeft. Kant-en-klaar en goedkoop is het devies – voedsel dat je met één hand kunt eten achter de pc, bellend of onderweg. De supermarkten liggen vol met opwarmmaaltijden. Zoals pasta die in niets meer lijkt op het gezonde, mediterrane dieet. Daarom is volgens de laatste gegevens ‘pasta’ populair en legt spaghetti het juist af. Alleen iemand die echt heeft geoefend, kan pasta met één hand aan een vork draaien en netjes opeten – langzaam, met aandacht en mate. Pasta e basta. Dat begrepen de Japanners al.