Nieuwkomers werden altijd gastvrij onthaald

Het multiculturele ideaal werd vervangen voor een hang naar Hollandse waarden.

Terwijl Nederland van oudsher het belang van immigranten inzag.

De multiculturele fratsen zijn eindelijk ten einde. Dit kabinet geeft ruim baan aan de Hollandse waarden. Minister Donner heeft met zijn Integratienota het definitieve einde van het cultuurrelativisme afgekondigd. Voortaan moeten immigranten op eigen houtje integreren. Daar horen een aantal stevige maatregelen bij: een verbod op gezichtsbedekkende kleding en een verbod op huwelijksdwang. Immigranten die zakken voor hun inburgeringexamen moeten vertrekken. En als klap op de vuurpijl: kennis van het Wilhelmus wordt verplicht gesteld.

Nu de multiculturele samenleving failliet schijnt te zijn, rijst de vraag hoe een succesvolle multicultimaatschappij eruit zou hebben gezien. Is dat een samenleving waarin homo’s worden geterroriseerd en alle vrouwen worden besneden? Dat lijkt niet erg waarschijnlijk. Er is nooit een serieuze multikuller geweest die homohaat en vrouwenbesnijdenis onder de alleraardigste tradities van ons mooie land schaarde.

‘Multicultureel’ was ooit een compliment voor ruimdenkende bruggenbouwers. Inmiddels is het een scheldwoord voor theedrinkende idioten. Daarom zijn we nu, met Donner voorop, op zoek naar de zogenaamde ‘Hollandse waarden’. Helaas is die zoektocht niet zonder valkuilen. Het doet denken aan een legendarisch Kopspijkers-fragment uit 2002. Daarin stelde de voorzitter van Oranjevereniging Sassenheim dat allochtonen het Wilhelmus uit het hoofd moeten leren. Vervolgens bleek de beste man zelf niet verder te komen dan de eerste regel. Laten we hopen dat Radio 2, straks met verplicht 35 procent Nederlandstalige muziek, ruime aandacht aan ons volkslied wil geven.

Het idee dat ons land naar de multiculturele knoppen gaat wordt steeds populairder, ook onder mainstream politici. Onze eigen premier wil bijvoorbeeld ‘dat prachtige Nederland teruggegeven aan de Nederlanders’. Als hij net na de Tweede Wereldoorlog was verkozen, was dit wel een begrijpelijke uitspraak geweest. Nu doet het ietwat xenofoob aan.

Het grootste gevaar ligt volgens sommigen in de zogenaamde ‘tsunami van islamisering’. Wil het daar al een beetje mee vlotten?

Enkele cijfers: vijf procent van de Nederlandse bevolking is moslim. Sinds de Vreemdelingenwet (2000) van niemand minder dan de vermeende multiculti-knuffelaar Cohen is de immigratie van islamitische allochtonen sterk afgenomen. Daarnaast zijn onze moslims niet zo vroom. Aan het einde van de jaren negentig ging 47 procent eens per maand naar de moskee, in 2008 was dat nog maar 35 procent. Alleen met het zielenheil van de katholieken is het treuriger gesteld: slechts 23 procent gaat eens per maand naar de kerk.

Planten de moslims zich voort als konijnen? Geenszins. Turkse en Marokkaanse gezinnen worden zelfs steeds kleiner. Demografen verwachten dat het aantal moslims in 2050 hoogstens met een paar procent zal zijn toegenomen. Wat de boerka’s betreft: daarvan zijn er zo’n 150 in Nederland. Niet bepaald een ‘groot maatschappelijk probleem’, zoals het in het wetsvoorstel gezichtsbedekkende kleding werd genoemd.

Misschien kunnen we onze angsten bestrijden met een beetje historische achtergrondkennis. De ‘tsunami van islamisering’ is namelijk niet de eerste tsunami van hysterie die over ons land raast. Op 4 maart 1853 besloot Paus Pius IX om de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland te herstellen. Een doodgewone reorganisatie zult u misschien denken, maar daar dachten de Nederlandse protestanten anders over. Er stak een storm van verontwaardiging op: nu zou het niet lang meer duren voordat alle katholieken in opstand zouden komen! De Tachtigjarige Oorlog leek voor niets te zijn geweest. Tienduizenden handtekeningen werden ingezameld om de ‘tsunami van katholisering’ een halt toe te roepen. Uiteindelijk moest zelfs het kabinet aftreden. Misschien moeten wij dit stukje vaderlandse geschiedenis in het curriculum van de inburgeringcursus opnemen. Dan zouden in ieder geval de allochtonen zelf in staat zijn om hun eigen gevaar te relativeren.

De multiculturele samenleving is geen nieuw fenomeen. Nederland is van oudsher een immigratieland. Onze Vader des Vaderlands was een Duitser. Prins Willem-Alexander is allochtoon en zijn kinderen ook. Het koningshuis is een mooie spiegel van een land waarin twintig procent van de bevolking allochtoon is en vrijwel iedereen van allochtonen afstamt. Voor de historische wortels van dit fenomeen moeten we terug naar 1492, het jaar waarin de Joden uit Spanje werden verbannen. Spanje had zich eeuwenlang gekenmerkt door het vreedzame samenleven van Joden, moslims en christenen. Dat legde het land geen windeieren. De Joden hadden centen en hun financiële expertise vormde de olie van het fiscale raderwerk.

Amsterdam was een gehucht met tienduizend inwoners. De Spaanse Joden, op de vlucht voor de Inquisitie, gaven de eerste kennis- en kapitaalinjectie aan onze hoofdstad. Toen in 1585 Antwerpen viel voor de katholieke Spaanse legers, vluchtten ook veel (rijke) Vlaamse protestanten naar het noorden. Dat was de tweede boost die wij aan de katholieke vervolgingsdrang te danken hebben gehad. In 1650 had Amsterdam al 200.000 inwoners. Dat waren geen geboren en getogen Nederlanders, maar allochtonen. De helft was geboren buiten de grenzen van het huidige Nederland. Het is dan ook merkwaardig om te constateren dat in het PVV-verkiezingsprogramma onze Gouden Eeuw wordt verheerlijkt, terwijl Wilders in 2007 nog beweerde dat het ‘volstrekt onwenselijk’ is dat Amsterdam 177 nationaliteiten kent.

U kunt zich wel voorstellen wat een multiculturele bende het moet zijn geweest. Diepe religieuze, politieke en culture tegenstellingen maakte de Republiek der Verenigde Nederlanden tot het grootste multiculturele experiment in de wereldgeschiedenis. Talloze talen en dialecten werden door elkaar gesproken. Migratiehistorici zijn het erover eens dat Nederland sterk afhankelijk is geweest van nieuwkomers. Zonder hen geen Gouden Eeuw. Onze vaderlandse geschiedenis laat zien dat immigratie een eeuwenoud verschijnsel is en dat het multiculturalisme eigenlijk typisch Nederlands is. Zelfs de tulp komt uit Turkije. De ironie wil dat er maar één echt Nederlandse traditie is: de onverschilligheid tegenover buitenlanders zolang ze maar werken of centen hebben. Dat deze hoogst haalbare nationale deugd (onverschilligheid dus) nu onder druk staat, is jammer. In een wereld die onherroepelijk globaliseert, lijkt culturele nuchterheid een voorwaarde voor welvaart en geluk.

Inmiddels wordt er alom en zonder blikken of blozen van de ‘joods-christelijke cultuur’ gesproken. Vóór de Tweede Wereldoorlog hadden we dat een absurde term gevonden. Antisemitisme was geen typisch Duits, maar een typisch Europees fenomeen.

De zwarte ironie is dat de Holocaust de doodsteek heeft toegebracht aan het antisemitisme. Na de industriële massamoord op zes miljoen Joden was Jodenhaat zo sterk in diskrediet geraakt, dat er na enkele decennia zowaar van een ‘joods-christelijke cultuur’ werd gesproken. Het PVV-verkiezingsprogramma spreekt zelfs van een ‘christelijk-joods-humanistische traditie’. Een betere samenvatting van de vetes in de Nederlandse geschiedenis is nauwelijks te geven.

Willen we weten wat ‘de Hollandse waarden’ zijn dan moeten wij niet naar ons verleden kijken, maar naar onze toekomst. Hoe zouden we willen zijn? Als we daar een idee van hebben, kunnen historici er zonder moeite de relevante nationale helden en gebeurtenissen bijhalen. Máxima had gelijk: dé Hollandse identiteit bestaat niet. Dat betekent echter niet dat we zonder waarden kunnen.

Laten we eens verder gaan dan de eeuwige oproep tot meer discussie. Bij dezen een voorstel voor nieuwe Hollandse waarden die in de stenen tafelen van Donners volgende Integratienota moeten worden gebeiteld:

Onze vrijheidsgeest. Vrijheid die zo ver gaat als het punt waarop de vrijheid van de ander wordt aangetast.

Onze tolerantie. Of tenminste onze onverschilligheid jegens mensen die anders doen dan wij.

Onze leergierigheid en koopmansgeest. Noem het de VOC-mentaliteit voor mijn part.

Vindt u dit een slappe hap, dan moet u vooral met iets beters komen. Natievorming is namelijk een continu proces voor allochtoon én autochtoon. Of de daaruit voortvloeiende waarden nu ‘typisch Hollands’ zijn zal mij een Gelderse rookworst wezen. Als ze het samenleven maar prettiger maken.

Rutger Bregman (23) doceert moderne geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Onlangs verscheen bij Van Gorcum zijn boek ‘Hoe haal ik mijn tentamen?’