Niet alle studenten kunnen hetzelfde diploma halen

Het commentaar van 2 juli constateerde terecht dat veertig jaar onderwijspolitiek op haar einde loopt. Massale toegang tot het hoger onderwijs is inmiddels verzekerd.

Dat is niet genoeg. Bijna 30 procent van de studenten haalt geen diploma. Veel afgestudeerden hadden meer uit hun studie kunnen halen. Dit kan beter.

Daarvoor is maatwerk nodig – ander, beter passend hoger onderwijs voor studenten die de eindstreep niet halen en veeleisender hoger onderwijs voor studenten die beneden hun niveau presteren.

Differentiatie is de sleutel tot succes in landen als Canada en Zuid-Korea, waar 50 procent van de jonge generatie hoger onderwijs volgt. Dat was ook de kern van het advies van de commissie-Veerman.

In het commentaar raakte deze kant van de zaak op de achtergrond. De nadruk werd gelegd op selectie en competitie. Dat is het halve verhaal. Het is een illusie om te denken dat alle studenten dezelfde diploma’s kunnen behalen. Verschil moet er zijn, omdat er verschil aan talenten is en omdat de arbeidsmarkt om verschillende kwalificaties vraagt.

Samenwerking in het hoger onderwijs bevordert een rijker en gevarieerder aanbod van studietrajecten. Toen de besturen van de Amsterdamse universiteit en de Hogeschool van Amsterdam in 1995 besloten om nauwer samen te werken, gebeurde dat met de bedoeling om studenten beter te kunnen bedienen. Het motto was ‘de juiste student op de juiste plaats’. Niet de concurrentie tussen instellingen helpt de student, maar juist de samenwerking en het aanbieden van uiteenlopende studietrajecten. Binnen elk van die trajecten geldt – goede cijfers doen ertoe.

Sijbolt Noorda

Voorzitter VSNU, vereniging van universiteiten