Nederland verliest proces Srebrenica

De Nederlandse Staat is verantwoordelijk voor de dood van drie Bosnische moslimmannen die in 1995 door Bosnisch-Servische troepen zijn vermoord na de val van de enclave Srebrenica. Het gaat om een medewerker van de Nederlandse VN-macht Dutchbat en twee familieleden van de tolk van Dutchbat.

Dat heeft het gerechtshof in Den Haag vandaag in hoger beroep bepaald. Het is voor het eerst dat de Nederlandse Staat juridisch aansprakelijk wordt gesteld voor gebeurtenissen bij Srebrenica, waar duizenden moslims zijn vermoord. Advocaat Liesbeth Zegveld spreekt van „een moedig vonnis”. De nabestaanden van de drie mannen kunnen nu een schadevergoeding eisen. Hoe hoog hun eis zal zijn is nog niet bekend.

In 2002 begonnen nabestaanden van een elektricien van Dutchbat, Rizo Mustafic, en Dutchbat-tolk Hasan Nuhanovic – die zijn broer en ouders kwijtraakte nadat ze van de basis waren gestuurd – met de voorbereiding van een civiele procedure tegen de Staat der Nederlanden. Ze verwijten Nederland na de val van moslimenclave Srebrenica in juli 1995 niets ondernomen te hebben om Bosnisch personeel van Dutchbat en hun familie in veiligheid te brengen.

„Deze uitspraak is ongelooflijk”, zegt Damir Mustafic. „Wij procederen al ruim tien jaar. Zo’n uitspraak hadden we niet meer verwacht.” Er staan tranen in de ogen van de 31-jarige zoon van Rizo Mustafic. „Mijn vader is eindelijk geïdentificeerd en over zes dagen gaan we hem begraven. De uitspraak komt wel op een heel bijzonder moment.”

Hasan Nuhanovic zegt: „Eindelijk gerechtigheid.” Hij noemt 2011 „het jaar van de overwinning van het recht”. Hij doelt ook op de uitlevering van Ratko Mladic aan het Joegoslavië-tribunaal. Voor dat hof staat Mladic onder meer terecht voor de moord op de 8.000 moslims na de val van Srebrenica. „Ik was gisteren bij de zitting van Mladic en nu deze uitspraak.”

De landsadvocaat spreekt van „een onverwachte uitspraak” en wil het vonnis eerst bestuderen voor een beslissing wordt genomen over eventuele cassatie bij de Hoge Raad.

De landsadvocaat bestrijdt de aansprakelijkheid van de Nederlandse Staat. Dutchbat, zo luidt de redenering van de landsadvocaat, maakte deel uit van Unprofor, de VN-vredesmacht in Bosnië, en het bevel was overgedragen aan de Verenigde Naties. De verrichtingen van Dutchbat moeten niet worden toegerekend aan Nederland, maar aan de VN. De VN lieten eind 2002 al weten de aansprakelijkheid niet te erkennen.

Het vonnis van vandaag kan verstrekkende gevolgen hebben voor VN-vredesmissies, omdat de rechter vanochtend heeft bepaald dat de „effectieve controle” blijft liggen bij het land dat de vredestroepen levert. In dit geval: Dutchbat had Mustafic en de vader en broer van Nuhanovic niet van de basis mogen sturen. Srebrenica werd op 11 juli veroverd, op 12 en 13 juli werden de moslimmannen met bussen afgevoerd. Op basis van de toen al bekende feiten liepen, volgens de rechter, Mustafic en de vader en broer van Nuhanovic „een reëel risico” gedood te worden.

Het hof heeft uitdrukkelijk overwogen dat het oordeel in deze zaak uitsluitend betrekking heeft op de „specifieke situatie van deze individuele gevallen’’. Er wordt geen uitspraak gedaan over de situatie van de overige vluchtelingen. Er lopen nog meer zaken tegen de Nederlandse Staat. Zo hebben de Vrouwen van Srebrenica de Staat aangeklaagd omdat Nederland niets heeft ondernomen om de vluchtende moslimmannen in veiligheid te brengen. Ook loopt er nog een zaak tegen de leiding van Dutchbat.

Onduidelijk blijft, volgens het hof, waarom eerder in deze procedure een rechter werd vervangen. Het is in Nederland ongebruikelijk dat een goed ingevoerde rechter – dit dossier telt zo’n 10.000 pagina’s – wordt gewisseld. Het hof heeft besloten dat getuigen zullen worden gehoord om deze kwestie op te helderen.