Nederland is een tolerant land

Euthanasie, liberaal drugsbeleid, homohuwelijk, voorbeelden genoeg waarbij ons land voorloopt op de wereld. Historici doen vaak voorkomen dat Nederland altijd zo tolerant is geweest. Net als in de Gouden Eeuw, toen Nederland een baken van verdraagzaamheid was. Maar het einde van de twintigste eeuw en de zeventiende eeuw waren uitzonderlijke periodes. In de Gouden Eeuw was Nederland het belangrijkste en meest toonaangevende land van Europa, misschien wel van de wereld, zegt Wijnand Mijnhardt.

In de zeventiende eeuw was Nederland de bakermat van de Europese Verlichting. De steden en de handel groeiden, mede dankzij de duizenden migranten die uit alle delen van Europa naar Nederland kwamen: Spaanse Joden, Vlaamse protestanten, Duitse katholieken. Onder hen waren dissidente denkers, die naar Nederland kwamen vanwege de drukpersvrijheid. Bijvoorbeeld John Locke, die zijn belangrijkste werk Letters On Tolerance hier schreef. Deze culturele en religieuze smeltkroes zorgde voor een grote mate van praktische tolerantie. Mensen leefden zo dicht op elkaar in de steden, dat ze elkaars verschillen wel móesten verdragen.

Na de Gouden Eeuw verliest Nederland die voorsprong. In de achttiende en negentiende eeuw stokt de stedelijke motor van economische, culturele en politieke bloei. Nederland verandert in een relatief benepen en boers land, dat niet meer openstaat voor nieuwe ideeën.

Onze grote schrijvers en denkers, zoals Multatuli en Busken Huet, voelden zich intellectueel doodgezwegen en schreven hun belangrijkste werk in het buitenland. Pas aan het einde van de negentiende eeuw beginnen de Nederlandse steden weer te groeien en gaan onze universiteiten weer een rol in de wereld spelen.