Nederland en de VOC-mentaliteit

We zijn handelaren. Erfgenamen van de zeventiende-eeuwse stedelijke cultuur, waarin een kiene handelsgeest, daadkracht en durf bepalend zijn voor succes. Nederlanders kijken over de grenzen heen, zijn dynamisch.

Dat valt wel mee, zegt historicus Paul Brusse. Inderdaad was Nederland in de zeventiende eeuw de dominante economische macht in de wereld, maar daarna ging het snel bergafwaarts. Terwijl de Nederlandse steden krompen, profiteerde het platteland van de bevolkingsgroei in Europa. De vraag naar voedsel steeg enorm en daardoor werden de Nederlandse boeren steeds rijker.

Nederland beleefde in de achttiende en negentiende eeuw een boom in de commerciële landbouw. Ineens werd het grote geld niet meer in Amsterdam of Middelburg verdiend, maar rond Zutphen en Deventer. Boeren gingen luxer leven, ze kochten dure schilderijen en bouwden grote landhuizen. Volgens Brusse is de Romantische stroming in de kunst en literatuur van de negentiende eeuw ook tot die boerenwelvaart te herleiden. „Het platteland werd opgehemeld, het was een bron van welvaart geworden en werd geassocieerd met zuiverheid.”

Het huidige, sinds begin twintigste eeuw verstedelijkte Nederland spiegelt zich graag aan de zeventiende eeuw omdat we ons met de stedelijke cultuur van toen goed kunnen identificeren. Politici roemen onze VOC-mentaliteit en Randstedelingen denken dat er buiten dit verstedelijkte gebied eigenlijk maar weinig gebeurde. Maar zij vergeten dat nog maar honderd jaar geleden Nederland een meer agrarisch dan verstedelijkt land was. „Nog steeds wordt er neergekeken op een Brabants accent, maar ondertussen behoort Nederland wel tot de grootste agrarische exporteurs ter wereld.”