Minder studenten opgeleid tot beeldend kunstenaar

Hogescholen gaan minder studenten opleiden tot beeldend kunstenaar en tot musicus. De zestien hogescholen met kunstopleidingen (van Gerrit Rietveldacademie tot Fontys Hogescholen) hebben besloten dat ze een kwart minder beeldend kunstenaars en dansers gaan opleiden en tien procent minder klassieke of jazzmusici.

Het geld dat hiermee vrij komt geld zal worden geïnvesteerd in de kwaliteit van kunstvakdocenten en in extra begeleiding van (internationaal) toptalent.

Dat staat in het rapport ‘Focus op toptalent’ dat de HBO-raad, de vereniging van hogescholen, donderdag aan staatssecretaris Halbe Zijlstra zal overhandigen. In een reactie zegt de voorzitter van de HBO-raad, Guusje ter Horst:

“Minder kunstenaars, meer toptalent. Onze boodschap is duidelijk. Het gaat niet om bezuinigingen, maar om een betere aansluiting op de arbeidsmarkt.”

De hogescholen met kunstopleidingen, het zogeheten kunstvakonderwijs is een diverse sector. Van circus tot barokviool wordt gedoceerd aan deze hogere beroepsopleidingen. De werkgelegenheidskansen lopen uiteen: voor studenten design is veel werk, beginnend beeldend kunstenaars hebben het moeilijker.

Het kunstvakonderwijs staat al enige tijd onder druk. Uit de politiek en uit de cultuursector klinkt de kritiek dat er te veel studenten worden opgeleid die niet goed zijn voorbereid op de arbeidsmarkt. Op dit moment volgen ruim 20.000 studenten een opleiding aan het kunstvakonderwijs.

Om ingrijpen van buitenaf voor te zijn stelden de scholen zelf een toekomstplan op. Ook staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) vindt dat het kunstvakonderwijs strenger moet selecteren bij het toelaten van nieuwe studenten. Dat zei hij vorige week tijdens zijn overleg met de Kamer over de bezuinigingen op cultuur.

De jaarlijkse instroom bij de bacheloropleiding autonome beeldende kunst is landelijk 543 studenten, bij de bacheloropleiding muziek is dat 1002. De totale jaarlijkse instroom bij het kunstonderwijs aan de hogescholen is 5.491.