Machtige communisten

Een Nederlander stond aan de wieg van de tragedies én de successen van de Communistische Partij China (CPC): Henk Sneevliet, die in 1921 door de Russische leider Lenin naar Shanghai was gestuurd om het eerste congres te begeleiden. Negentig jaar later bezet de oudste nog bestaande communistische partij ter wereld nagenoeg alle kruispunten in de maatschappij. Haar macht is zo groot dat corruptie nu de grootste bedreiging is, zoals partijleider Hu vorige week waarschuwde.

Een communistische partij die het grootste kapitalistische land op aarde leidt: dat lijkt een ongerijmdheid die alleen kan worden verklaard door het woord communisme te bagatelliseren. Maar de CPC is toch nog steeds een klassieke communistische voorhoedepartij, die het hele leven van arbeiders, boeren en burgers pretendeert te begrijpen.

Meer nog dan in de voormalige Sovjet-Unie monopoliseert de partij in China het land: niet alleen via het bureaucratische apparaat, maar ook met onroerend goed en ondernemingen die ook nog winst maken. Vooral met dat laatste onderscheidt de Chinese partij zich van de Sovjet-Russische partij die, zeer ruim gerekend, tussen 1903 en 1991 uiteindelijk maar 88 jaar heeft bestaan. De CPSU was in de late jaren tachtig van haar bestaan terminaal. Gebrek aan economisch succes en corruptie deden haar de das om.

De CPC wordt hoogstwaarschijnlijk wel 100 jaar. Met tachtig miljoen partijleden en twintig miljoen Chinezen die willen worden toegelaten, is de CPC het onontbeerlijke voertuig voor iedereen die maatschappelijk aan de weg wil timmeren. Ruim 12,5 procent van de beroepsbevolking lift uit eigenbelang of politieke motieven met de CPC mee. Ook miljonairs en zakenlieden azen op het partijboekje. Eigenlijk doen alleen politieke idealisten en dissidenten niet mee.

De paradox is dat grote groepen uit de burgerij, die zich hebben ontworsteld aan de klassieke arbeiders- en boerenklassen waarop de CPC zich zegt te enten, de partij ziet als bescherming tegen de onderste sociale lagen. Liever een dictatuur van het proletariaat, waarbinnen alle tegenstrijdige belangen worden uitgeruild, dan een one man, one vote voor de arbeiders en plattelandsboeren die nog altijd in de meerderheid zijn. De CPC is zich daarvan bewust en voert een permanente balanceeract uit tussen socialistisch collectivisme en kapitalistische ontplooiing.

De kracht van dit dubbelzinnige model moet, zeker sinds de kredietcrisis in de democratische wereld, niet worden onderschat. Wie denkt dat het communisme na de terreur, hongersdood en massamoord door Stalin, Mao, Pol Pot en de Kims elke aantrekkingskracht wel heeft verloren, draait zich een rad voor ogen.