Lekker modern, zo'n monarchie

De meeste Europese landen zoals bijvoorbeeld Italië en Frankrijk ontwikkelden zich van agrarische monarchieën naar industriële, moderne republieken. Nederland niet, zegt historicus Wijnand Mijnhardt. In Nederland is het juist andersom gegaan. „Dat is een proces dat me mijn hele leven heeft gefascineerd”, zegt Mijnhardt.

Tijdens de Gouden Eeuw waren we een federale republiek, een van de weinige in Europa. We hadden een heel modern economisch systeem. Maar daarna is de handel in de steden afgenomen en zijn we veranderd in een agrarisch land met als staatsvorm de monarchie. De Oranjes zijn pas laat monarchen geworden, maar wij vinden dat blijkbaar zo normaal dat niemand daar ooit vragen bij stelt.

Waarom hebben wij nooit meer de stap naar een republiek gezet?

De republiek komt ten einde in 1806. En in 1815 beschouwt iedereen het als volstrekt normaal dat Willem van Oranje terugkomt als koning. Dat komt vooral door de adel, die in de periode daarvoor steeds rijker werd dankzij de stijging van de voedselprijzen. De adel wil die rijkdom verzilveren in politieke en culturele macht, en dat gaat ten koste van de macht van de burgerij. De Eerste en Tweede Kamer worden niet langer gedomineerd door Holland en Zeeland, maar door edellieden uit de oostelijke provincies.

Met de aanstelling van Willem van Oranje als vorst kan de adel zijn macht bestendigen en baantjes in het leger en het openbaar bestuur binnenslepen. Aan het einde van de negentiende eeuw erodeert de macht van de adel en wordt de burgerlijke lijn weer opgepakt.

Maar het koningshuis blijft.