Laat Schopenhauer liever met rust

Het is een maniertje geworden: filosofen laten buikspreken bij actuele debatten.

Zo maken we onszelf wijs dat we even filosoof zijn.

Een van mijn favoriete cafés in Parijs heet Les Philosophes. Het is een geliefde plek, midden in de Marais, waar je een steak tartare van tonijn en mango kunt eten. Het publiek is wat mijn kapper ‘mooie koppen, mooie mensen’ zou noemen. Op de muren staan filosofische teksten. Ik denk dat er in Amsterdam ook snel zo’n café gaat komen, waar je ‘Ik twijfel, dus ik ben’ kunt lezen terwijl je prosecco drinkt.

Filosofie is hip. En dat is fijn. Een filosoof is niet meer een wereldvreemd figuur zoals het personage Thales over wie Plato vertelt dat hij al wandelend zo ademloos naar de hemel staarde, dat hij in een kuil viel. De filosoof is nu een Bernard-Henri Lévy die met Schillerkraag en golvende lokken op tv verschijnt en over van alles en nog wat – van de Israëlisch-Palestijnse kwestie tot de DSK-affaire – zijn mening geeft.

Filosofen hebben namelijk overal verstand van omdat filosofie over alles gaat.

Wat zou Plato vinden van de populariteit van de filosofie die de laatste jaren zo sterk gegroeid is? Filosofen zie je tegenwoordig overal en je hebt ze nog niet gedag gezegd of ze hebben al een citaat van Hegel of Schopenhauer uit hun mouw geschud. Ze doen het graag en wij zijn ze er dankbaar voor. Waarom zijn filosofen opeens zulke graag geziene gasten?

Laatst kocht ik het boek Mad Men and Philosophy. Het boek is onderdeel van een reeks die begon met The Simpsons and Philosophy (inmiddels zijn er ook The X-Men and Philosophy en Batman and Philosophy). Ik ben fan van de televisieserie Mad Men en kon geen weerstand bieden aan een product dat kortsluiting veroorzaakt tussen mijn oppervlakkige zelf – dat het liefst de hele dag naar Don Draper en Roger Sterling kijkt – en mijn diepere zelf – dat snakt naar filosofie en beschouwing.

De serie past in een bredere trend: we leven in een tijdperk van instant-diepgang als remedie voor oppervlakkigheid. In nrc.next, bijvoorbeeld, wordt elke woensdag een filosofisch dilemma naar aanleiding van de actualiteit besproken. En als je de tv aanzet, val je in Het filosofisch kwintet met Ad Verbrugge en Clairy Polak. Niks mis mee. Of toch wel?

Soms kan een filosoof inderdaad de dingen het beste benoemen omdat hij lucide is en voldoende afstand heeft. Zo ben ik een groot fan van de Sloveense filosoof Slavoj Zizek, die ons wijst op het fascistische gehalte van The Sound of Music en die „a certain performance of theory” ziet in de kostuums, videoclips en muziek van Lady Gaga.

Minder fijn vind ik het laten buikspreken van dode filosofen. Je kunt best een filosoof citeren, maar het moet geen maniertje worden.

In deze krant vertelde Rutger Lemm onlangs hoe snel hij afgeleid is door Facebook en Twitter en hoe jammer het is dat hij nooit meer aan een boek toekomt. Vervolgens haalt hij er de filosofie van Jürgen Habermas bij, uit zijn boek Theorie des kommunikativen Handels uit 1981. En vorige week schoof Arthur Schopenhauer aan in het debat over cookies. Internetvrijheid werd door filosofe Eva de Valk vergeleken met het mensbeeld van Schopenhauer.

Het gevaar bij dit soort stukken is dat een filosoof wordt misbruikt als autoriteit of orakel in een opiniestuk dat vermomd gaat als filosofische beschouwing. Het trucje: de schrijver hoeft geen feitelijke argumenten te geven; hij ontleent zijn argumenten gewoon aan de filosofie. Wie durft hem tegen te spreken? Ga jij eerst maar eens de hele Hegel doorspitten!

Vaak wordt er maar wat rondgeshopt in de filosofie. Zo stond er onlangs een stuk van Coen Simon in nrc.next dat duidelijk tegen Wilders gericht was, maar tegelijk dienst deed als visie op de rechtsstaat. Er werden een paar filosofen bij gehaald om de argumentatie kracht bij te zetten. Maar als het om een links politicus was gegaan, had Simon waarschijnlijk met even groot gemak een paar andere filosofen uit de kast getrokken om het tegendeel te beweren. ‘My analyst warned me, but you were so beautiful I got another analyst.’

Zo wordt dus een filosoof die niet meer kan tegensputteren of protesteren, ingezet voor een ‘praktisch doel’: een stellingname in een politiek debat. Dit is wat Julien Benda, schrijver van La trahison des clercs (1927), het ‘verraad van de intellectuelen’ noemde. Een intellectueel kan zijn kennis, een machtig wapen, verkeerd inzetten. Als we filosofen citeren om de actualiteit te verklaren, lopen we niet alleen het risico de actualiteit verkeerd te begrijpen, maar ook de bedoelingen van de filosoof te verraden. Als intellectuele exercitie kleven er dus grote bezwaren aan het filosofische vluggertje. Maar het zal nog wel even populair blijven. Je hebt het gevoel dat je er wijzer van geworden bent en wel op een zeer efficiënte wijze, omdat eeuwen wijsheid in enkele zinnen voor je zijn samengevat.

Ga je daarentegen de hele Proust of voor mijn part de Phänomenologie des Geistes zitten lezen, dan spring je eigenlijk niet economisch met je tijd om. De verdieping die zo’n ervaring biedt, is te gering gezien de tijd die erin gaat zitten. Je houdt geen tijd over voor het nieuws, de sportschool, sociale media en prosecco met vrienden.

Er is een verschil, zei Plato, tussen een filosoof en een sofist. Een sofist was in het Athene van de vijfde eeuw v. Chr. een rondreizende filosofieleraar die tegen fikse betaling zijn encyclopedische vakkennis onderwees aan rijkeluiszoontjes. Daarbij was vooral van belang dat ze enige welsprekendheid opdeden en de nodige kennis paraat hadden om in een discussie hun mannetje te staan. Zo werden de rijkeluiszoontjes opgeleid tot advocaat of voorbereid op een carrière in de volksvergadering. De sofisten verdienden hier goed geld mee, maar werden door Plato sterk bekritiseerd omdat zij geen tijd overhielden voor de ware filosofie.

Misschien is mijn boek Mad Men and Philosophy ook wel door sofisten geschreven. Maar ik lees het met plezier. Zolang ik maar besef dat de ware wijsbegeerte – een verlangen naar ware kennis en wijsheid, ook al zijn die niet te bereiken – iets anders is dan een vluchtige trip down philosophy lane, waar Kant en Heidegger de koffie klaar hebben staan.

De actualiteit combineren met filosofie is prima, als er een intrinsieke reden is om die link te leggen. Niet als het is omdat we de combinatie zo smakelijk vinden. Dan verruilen we de ene vorm van oppervlakkigheid voor de andere. En maken we onszelf wijs dat we even filosoof zijn geweest.

Colin van Heezik is freelance journalist.