Raad van State kraakt wetsvoorstel Opstelten over nationale politie

De invoering van een nationale politie leidt niet tot een grotere slagvaardigheid van de politie. Dat blijkt uit een advies van de Raad van State, die het wetsvoorstel van minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten (VVD) heeft beoordeeld. Persbureau Novum meldt dat dit vandaag openbaar is gemaakt.

Grotere slagvaardigheid is juist een van de redenen waarom het kabinet de politiekorpsen laat fuseren tot één landelijk korps. Met het huidige plan wordt dit “onvoldoende bereikt”, luidt het oordeel. Er zitten namelijk nog te veel bestuurlijke lagen in het voorstel.

Raad: bevoegdheid burgemeesters niet aantasten

Kritiek heeft de Raad van State ook op de “democratische inbedding” van de landelijke politie, zowel op lokaal als nationaal niveau. Hierdoor is het vaker aan de minister en minder aan de gemeenten om te bepalen waaraan de politie mensen en middelen besteedt.

De raad wil dat wettelijk wordt vastgelegd dat de bevoegdheid van burgemeesters om te beslissen over politie-inzet om bij evenementen en calamiteiten niet wordt aangetast. Ook zou de minister niet over het hele politiebudget mogen besluiten.

‘Opstelten moet volledig verantwoordelijk blijven’

De nieuwe opzet leidt er verder toe dat de nationale politie een zelfstandige positie krijgt ten opzichte van de minister. Hierdoor is Opstelten straks niet volledig verantwoordelijk voor de politie. De Raad van State vind het juist “van fundamenteel belang dat de politie direct en volledig” onder de ministeriële verantwoordelijkheid komt.

Opstelten heeft vandaag overigens de ‘kwartiermakers’ van de tien nieuw op te richten regionale eenheden aangesteld. Zij gaan werken aan de voorbereiding van het nieuwe landelijke korps, waarvan oud-chef van de geheime dienst AIVD Gerard Bouman de beoogd korpschef is. De nationale politietop is vorige maand al gekozen door de minister.