Koepel NOC*NSF: Bolhuis in het IOC

André Bolhuis (64) is door sportkoepel NOC*NSF voorgedragen om lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) te worden. De voorzitter van NOC*NSF is enige tijd geleden officieel per brief aangemeld. Vooralsnog zonder resultaat, want Bolhuis behoort niet tot de drie geselecteerde kandidaten tijdens de 123ste Sessie, die morgen in de Zuid-Afrikaanse stad Durban begint.

NOC*NSF doet al geruime tijd pogingen om naast Kroonprins Willem-Alexander een tweede IOC-zetel te bemachtigen. Die noodzaak is in de ogen van het koepelbestuur gegroeid sinds drie van de vier Nederlandse IOC-leden zijn weggevallen. Nadat Hein Verbruggen zich in 2008 vrijwillig had teruggetrokken, moest een jaar later Els van Breda-Vriesman haar kwaliteitszetel opgeven, omdat zij niet werd herkozen als voorzitter van de internationale hockeyfederatie FIH. Na het overlijden van Anton Geesink, vorig jaar augustus, bleef Willem-Alexander over. Maar zijn toekomst als IOC-lid is ongewis, omdat hij na de troonsopvolging zijn zetel moet opgeven. Zo is dat bij zijn aantreden afgesproken met de toenmalige minister-president Wim Kok.

NOC*NSF heeft al twee jaar een klasje voor toekomstige internationale sportbestuurders en hoopt daaruit een jonge kandidaat voor een langere periode als IOC-lid te kunnen voordragen. Die persoon zou dan de plek van de kroonprins moeten innemen. Die tijd wil de sportkoepel overbruggen met Bolhuis. Hij kan hooguit vijf jaar zitting nemen, omdat de termijn bij 70 jaar ophoudt. En Bolhuis wordt in oktober 65 jaar. De NOC*NSF-voorzitter zou één van de vijftien kwaliteitszetels voor de nationale olympische comités moeten innemen. De lobby was schijnbaar niet sterk genoeg om Bolhuis nu al het IOC binnen te loodsen.

De kandidaatsstelling van Bolhuis wordt door NOC*NSF ontkend noch bevestigd, hoewel directeur Gerard Dielessen zegt dat het deze Sessie niet speelt. Omdat het kandideren van IOC-leden een delicate zaak is wil Dielessen alleen toegeven dat NOC*NSF met het IOC in gesprek is over toekomstige Nederlandse IOC-leden. Dielessen: „Die discussie wordt gevoerd, dat ontkent ik niet.”