Kijk daar nu eens, ons Broadway

Hard, romantisch, exotisch. Elke wereldstad heeft zijn eigen imago. NRC Handelsblad gaat deze zomer op zoek naar de werkelijkheid achter het cliché van de wereldstad. Elke week een andere, op deze pagina’s en op zaterdag in de bijlage Lux. Deze week: Istanbul

07.15 uur Taxichauffeur Ihsan Aknur spreekt zijn eerste woorden van de dag. Praten doet hij graag. In het Engels nog liever dan in het Turks. „No sun without Ihsan.” Lach maar, want hij houdt van flauwe grappen. Zoveel zijn er niet zoals hij in Istanbul. „Mijn leven is niet te vergelijken met dat van mijn collega’s.” Ihsan is taxichauffeur, gids, clown. Zijn capriolen laat hij straks wel zien. Nu eerst thee bij café Ulas in Edirnekapi, bij de Gouden Hoorn.

08.00 Zijn vriend Erdogan heeft de thee al klaarstaan. Hij pocht. „Jij spreekt misschien beter Engels, Bram, maar ik ken meer kerken dan jij.” Dat doen ze het liefst. Opscheppen met hun kennis over de geschiedenis van deze stad. Ihsan heeft een taxi vol geschiedenisboeken. Over Byzantium vooral. „Ik lees die boeken in de file. Dat ontspant me. Ik ben als een theezakje, ik zuig me vol. Hoe meer ik lees, hoe meer ik weet. Ach ja, iedereen zegt dat ik gek ben.”

09.00 In de taxi. „34 Trabzon, Jandarme, Zonguldak 96”, spelt hij zijn nummerplaat. Hij is op weg naar zijn vaste standplaats bij het Ciragan Palace Kempinski Hotel, aan de Bosporus. Hier komen beroemde gasten. President Barack Obama sliep hier op zijn eerste trip naar het buitenland in 2009.

10.00 De eerste klanten melden zich, speciaal voor Ihsan. Hij zoekt hen niet, zij vinden hem, op www.besttaxidriver.com, zijn eigen digitale uithangbord. Welke chauffeur in deze stad heeft dat? Sadia en Kalim Yuddin stappen achterin. Twee Pakistanen, ze wonen in Texas. „We vonden hem op het internet. We hebben niet veel tijd. We hebben maar drie dagen in Istanbul. We komen net uit Venetië en straks vliegen we door naar Dubai. Dan naar Karachi, dan naar Lahore en dan naar Londen. Dit is onze huwelijksreis. De wereld in 28 dagen. Dan moet je een chauffeur hebben die je snel even alles in vogelvlucht kan laten zien. Zo kwamen we uit bij Ihsan.”

10.45 „Dit is Beyoglu, en daar ligt de Istiklal Boulevard. Dat is ons Broadway”, zegt Ihsan. Hij jaagt de taxi de heuvel af, richting de Gouden Hoorn. Vlak voor de Atatürkbrug gooit hij de auto op de handrem, springt naar buiten, grist de camera uit de handen van het Pakistaanse echtpaar en springt op een verhoging. „Ik maak de mooiste foto’s voor jullie”, zegt hij, terwijl hij zich door de spijlen wurmt voor een goed uitzicht op de Süleymaniye moskee, aan de overkant van het glinsterende water. „Als ik doodga, dan neem jij de taxi, goed Bram? Er zijn tachtigduizend taxichauffeurs in deze stad, wie maalt er om een meer of minder?” Ihsan begint nu te dansen voor de bumper van zijn auto, kont naar achteren, twee armen draaiend in de lucht. Zoals het een echte Turk betaamt. „Ihsan is de beste dansende taxichauffeur van Istanbul. Alle vrouwen houden van me.”

11.15 „Dit is de Fatih Moskee. Gebouwd in 1463. Bovenop de resten van de Byzantijnse Kerk van de Heilige Apostelen. Vernield in de aardbeving van 1509, opgebouwd en opnieuw volledig vernield door de aardbeving van 1766. Ik weet alles. Ik ben de taxiprofessor.” Binnen ligt de tombe van Yavuz Sultan Selim Kahn, de negende sultan van het Ottomaanse Rijk en de 47ste kalief van alle moslims. Het ruikt er naar zweetvoeten.

12.00 Tijd voor het verhaal van Ihsan. Hij is getrouwd geweest. „Ik heb drie dochters en een jongen. Ach, ik heb kinderen over de hele wereld. Niet jaloers zijn, Bram.” Hij spreekt een Russische toerist aan, voor de tombe van de Sultan. „Jij bent toch Russisch? Ik spreek Russisch, maar alleen romantisch Russisch.” Ihsan stopt de vrouw zijn visitekaartje toe. „Ik ben taxichauffeur. Maar wel de beste van Istanbul.” Een knipoog en een gokje. „Wedden dat ze belt vanavond?” Zijn vrouw werd jaloers op al die vrouwen die hij dagelijks tegenkomt. „Elke keer zei ik ‘ik zal het nooit meer doen’. Maar ja, zo is mijn baan.” In 2003 ging ze bij hem weg. Hij begrijpt ook wel waarom.

12.45 Lunch. Vleesballen, köfte met cola.

13.30 De toer wordt vervolgd, door de wijk Carsamba. „Ik noem het klein Iran.” Mannen met lange baarden. Vrouwen in lange zwarte chadors. „Ik houd van deze buurt. Hier zijn de mensen nog blij met wat ze hebben. Ze hebben geen Mercedes nodig. Een bord eten is genoeg. Ik ben niet religieus op hun manier. Ik ga naar de moskee, ik doe mee aan de ramadan. Maar ’s avonds drink ik. Geloven doe je in het hart. Heb ik gelijk of niet? If I’m right, then you are left, Bram.”

14.20 Ihsan wil even wat laten zien. Hij springt uit de auto. De taxi snort vrolijk verder, de chauffeur rent ernaast. Tegenliggers wijzen met een vinger naar hun voorhoofd. Wie heeft er ooit zo’n chauffeur gezien?

14.30 Pitstop bij Eyüp, aan de Kop van de Gouden Hoorn – die benaming komt van Abu Ayyub al-Ansari, een boezemvriend van de profeet Mohammed. Dankzij hem is Istanbul een belangrijke plek voor gelovigen uit de hele wereld. Ihsan maakt een praatje met een Zweedse en een Duitse toerist. Dit keer is er geen tijd voor de uitwisseling van een kaartje.

16.00 Op de terugweg naar het hotel van de twee Pakistaanse Amerikanen komt de vraag van de achterbank waarom Ihsan zwijgen zoveel moeilijker vindt dan praten. Kreeg hij wel genoeg aandacht van zijn moeder? „Toen ik werd geboren, had ik een tweelingbroer. Hij ging dood toen ik zes maanden oud was. Daarom kreeg ik extra zorg van mijn moeder.”

16.30 Ihsan zet de gasten uit de VS af bij een hotel in de wijk Sultanahmet.

17.00 Terug bij het Ciragan Kempinski Hotel. Wachten.

18.00 Een ritje naar Sunset Restaurant met een Turks stelletje.

19.00 Ihsan komt thuis in zijn appartement in Edirnekapi. Schoenen uit, pantoffels aan. Hij heeft köfte klaargemaakt, met een gekruide salade. Hij showt zijn trofeeën. Een boekenkast vol bedankbrieven van passagiers die hij de stad heeft laten zien. Voor ieder land een gastenboek. Brieven uit Nederland, uit 1994 alweer. Zo heeft hij dertig boeken vol.

20.00 Ihsan serveert kebab. Hij knikt voldaan. De avonden zijn vaak eenzaam, in dit appartement. In het weekend komt zijn Turkmeense schoonmaakster, en niet alleen voor de schoonmaak. Ze smeekt hem al maanden om bij hem in te trekken maar Turkmeense vrouwen brengen volgens Ihsan te veel gezeur. Voor de stille avonden heeft hij altijd nog zijn gastenboeken.

23.30 Ihsan zegt niets meer. Geen woord.

bram vermeulen

Morgen: Istanbul in foto’s