Jongens deden het ooit beter

Naar het hoger onderwijs? Alleen met goede cijfers en motivatie, zegt het kabinet. Neurowetenschappers hebben twijfels bij het plan.

Jongenshersenen, zeggen neurowetenschappers, ontwikkelen zich anders dan meisjeshersenen. Jongens zouden daardoor meer in techniek geïnteresseerd zijn en een beter ruimtelijk inzicht hebben. Maar ze zijn ook drukker, beweeglijker, minder beheerst en slechter in planmatig werken. Op school halen ze lagere cijfers.

Wat als universiteiten en hogescholen hun studenten voor topopleidingen gaan selecteren, zoals het kabinet wil, en gaan kijken naar de cijferlijst en de motivatie van scholieren die toegelaten willen worden? Zijn jongens dan in het nadeel?

Ja, zegt arts en neurobioloog Dick Swaab, auteur van de bestseller Wij zijn ons brein. „Want jongens lopen wat betreft hun hersenontwikkeling twee jaar achter, hè. Laatst hoorde ik iemand al zeggen dat we de dienstplicht maar weer moeten invoeren, dan kunnen jongens die achterstand inhalen. Ik denk dat schoolcijfers niet het goede selectiecriterium zijn. Er is geen duidelijke relatie aangetoond tussen die cijfers en de prestaties op de universiteit. ”

Er komen ook gesprekken met aankomende studenten.

„Die gesprekken kun je voorbereiden. In China [waar Swaab sinds zijn emeritaat in Nederland hoogleraar is] hebben ze toelatingsgesprekken voor bachelorstudenten. Die worden daar zeer professioneel op voorbereid, waardoor docenten steeds het idee krijgen dat er erin gelopen zijn. En dan nog: er zou met duizenden scholieren gepraat moeten worden. Hoe ziet het kabinet dat voor zich?”

Wat zou een goed selectiecriterium kunnen zijn?

„Geen idee, maar ik zou willen weten wanneer jongens hun achterstand inlopen en hoe. Ik had daar een gesprek over met het bestuur van de Universiteit Utrecht en terwijl we zaten te praten, kwam de pedel binnenlopen met de beoordelingen van de proefschriften van de afgelopen tien jaar. Praktisch alle cum laudes waren voor jongens.”

Hoe komt het dat jongens tot een jaar of twintig geleden geen nadeel hadden van hun langzamere ontwikkeling?

„Omdat de meisjes toen nog werden afgeremd. Mijn zusje [Els Swaab, de net afgetreden voorzitter van de Raad voor Cultuur] kreeg het advies naar de huishoudschool te gaan.”

En nu worden jongens afgeremd?

„Ik denk dat jongens door het studiehuis en ‘het nieuwe leren’ meer op achterstand zijn geraakt.”

Jelle Jolles, hoogleraar hersenen, gedrag en educatie aan de Vrije Universiteit, zegt ook dat jongens in het nadeel zijn als universiteiten en hogescholen gaan selecteren op cijfers.

Maar hij is wel blij met het plan van het kabinet, als het tenminste óók en éérst leidt tot verbetering van het onderwijs. Daar zit volgens hem het probleem: jongens, en ook sommige meisjes, zijn slechter gaan presteren doordat het onderwijs in de jaren 90 veel te vrij is geworden. „We dachten dat scholieren beter zouden plannen en zich verantwoordelijker zouden gedragen als ze meer vrijheid kregen. Het omgekeerde is waar gebleken.”

Logisch, vindt Jolles, want inmiddels heeft neurowetenschappelijk onderzoek aangetoond dat de hersenen van jonge mensen daar nog niet rijp voor zijn.

Hoe moet het onderwijs verbeterd worden?

„Structuur, sturing, van ouders en van leraren. Jonge mensen moeten léren leren, léren plannen, léren zich verantwoordelijk te gedragen. En daar moeten ze bij geholpen worden. Als we alleen selecteren, zonder het onderwijs aan te passen, gaan jongens nog meer achterlopen.”

Lopen jongens ook achter omdat het van hen verwácht wordt?

„Je bedoelt dat ze tegen hun ouders zeggen dat ze er niks aan kunnen doen dat ze niet kunnen plannen: ‘want het ligt aan mijn prefrontale cortex’? Het is een bekende grap, ja. Maar dat betekent niet dat je dat zo moet laten. Het ligt zéker aan hun prefrontale cortex en ik zeg: help ze dan. Stimuleer ze. Jongens zijn ondernemender dan meisjes, ze durven meer risico te nemen. Kap dat niet af, maar bedenk iets waarmee je ze verder brengt. Die ondernemingslust hebben we hard nodig.”

En de meisjes?

„We hebben nu net een groot onderzoek afgesloten onder jongens en meisjes van twaalf, en daarin zien we weer verschillen. Meisjes die goed presteren, maar denken dat ze níét goed presteren en gevoelig zijn voor wat hun omgeving denkt. Jongens die helemaal niet bezig zijn met nadenken over presteren.”

Dus?

„Stimuleer meisjes om onafhankelijker te zijn, ondernemender. En jongens om beter naar zichzelf te kijken. En laten we ophouden met in stereotypen te denken. De verschillen in aanleg zijn helemaal niet zo groot. Jongens kunnen ook goed zijn in zorgverlening. Meisjes zijn echt niet slechter in wiskunde.”

Waarop zouden universiteiten en hogescholen moeten gaan selecteren?

„Als neuropsycholoog kijk ik naar talent. Een traag groeiende boom kan best de hoogste worden. Je moet iemands motivatie onderzoeken. Waarom ga je studeren? Wat wil je bereiken? Een tweede huis en een auto voor je dertigste? Dan kun je misschien beter wat anders gaan doen. Het moet gaan om een brede, academische belangstelling. Nieuwsgierigheid. Groeipotentie. Eagerness.”

Toelatingsgesprekken in plaats van cijferlijsten?

„Citotoetsen en cijferlijsten zijn hulpmiddelen. Gedrag en interesses zijn belangrijker. Met toelatingsgesprekken is al behoorlijk wat ervaring opgebouwd bij de university colleges. Het moet wel goed gebeuren, door ervaren mensen. De vraag is wel of het logistiek te organiseren valt. Duizenden gesprekken per jaar. Wie gaat dat doen?”