Hitler liquideren was ‘onsportief’ geweest. Wees daarom voorzichtig met Gaddafi

Op 7 juni 2011 bombardeerde de NAVO een complex van Gaddafi. Foto AFP

Het is niet ondenkbaar dat Gaddafi om het leven komt bij een NAVO-bombardement. Weinigen zullen dat betreuren. Maar als blijkt dat het een gerichte aanval op de Libische leider was - een liquidatie – dan hebben de deelnemende regeringen iets uit te leggen.

Evan Thomas, hoogleraar journalistiek aan de Princeton University, schrijft vandaag in The Washington Post dat president Obama om ‘regime change’ heeft gevraagd. Tegelijkertijd verschaft de CIA inlichtingen aan de piloten en betaalt de VS minstens twintig procent van de NAVO-missie. “Als Gaddafi overlijdt bij één van de aanvallen”, schrijft Thomas. “Dan zal het lastig zijn om de wereld te overtuigen dat hij niet het doelwit was.”

Obama heeft volgens Thomas dus al indirect de verantwoordelijkheid genomen  voor pogingen om een staatshoofd te doden. “Dat is geen kleine stap voor een president”, waarschuwt hij. “Toch is er weinig discussie over. Noch in het congres, noch in de media.”

Past niet bij moderne beschavingen
Tot in de late 18e eeuw was het liquideren van politiek leiders vrij gebruikelijk, weet Thomas. Daarna kwam er de norm dat staten weliswaar oorlog met elkaar mogen voeren, maar dat de politieke leiding van een staat beschermd moet worden. Thomas Jefferson, derde president van de VS, deed het omleggen van staatshoofden al in 1789 af als iets dat hoorde bij de “donkere eeuwen” en niet past bij “moderne beschavingen”. Die richtlijn bood ook Adolf Hitler bescherming, doceert de professor. “In 1938 verwierp de Britse regering een voorstel van het leger om Hitler in Berlijn te vermoorden, omdat het “onsportief” zou zijn. Zelfs in 1944 was de regering nog verdeeld over een plan om de nazileider te liquideren.”

De norm dat liquidatie nooit een optie is werd na de Tweede Wereldoorlog geleidelijk losgelaten. “Men erkende dat staatshoofden zich kunnen gedragen als terroristen of oorlogsmisdadigers - zo niet menselijke monsters”, aldus Thomas. Gaddafi ondervond de gevolgen daarvan in 1986 toen zijn tent werd gebombardeerd. Hij was niet thuis, maar enkele familieleden kwamen wel om. De Amerikanen namen wraak vanwege de aanslag op Amerikaanse militairen in een nachtclub in Berlijn. En in 2003 joegen Amerikaanse bommenwerpers op Saddam Hoessein, die wegens gebrekkige inlichtingen niet geraakt werd. Het Witte Huis zal echter nooit toegeven dat dit een gerichte liquidatiepoging was.

Officieel nog steeds onaanvaardbaar
In 1975 was er - na omstreden moordcomplotten tegen Fidel Castro - weliswaar een antiliquidatierichtlijn aangenomen, maar in oorlogstijd wordt daar soepeler mee omgesprongen. “Het oorlogsrecht geeft duidelijk toestemming om dodelijk geweld te gebruiken tegen de commandostructuur in een gewapend conflict”, zo citeert Thomas een CIA-directeur uit de jaren negentig. Wel benadrukte deze inlichtingenman, Jeffrey H. Smith, dat de VS alle terughoudendheid moet betrachten. “Om een gevaarlijk precedent te voorkomen.”

In het boek The ethics of destruction: norms and force in international relations (Cornell University Press, 2001) citeert politiek wetenschapper Ward Thomas de voormalig presidentieel adviseur George Stephanopoulos. “Van alle woorden die je niet in het Witte Huis kan gebruiken is geen enkele meer taboe dan liquidatie”, zei hij. Dwight D. Eisenhower, de 34ste president, berispte eens een hoge ambtenaar die grapte over het “uit de weg ruimen” van Patrice Lumumba, begin jaren zestig premier van Congo. “Dat is onaanvaardbaar”, brieste Eisenhower. We praten niet over dit soort dingen. Zodra je er over begint, is het einde zoekt.” Toch wordt er rekening mee gehouden dat Eisenhower goedkeuring gaf voor het liquideren van Castro en Lumumba. Castro leeft nog, maar Lumumba is onder onopgehelderde omstandigheden gedood.

Waarom het schuldigste individu beschermen?
Interessant is het onderonsje tussen Jozef Stalin en Winston Churchill, waarover laatstgenoemde schrijft in Closing the Ring (1953). De communistische dictator zou de Britse premier voorgesteld hebben de machtigste vijftigduizend nazi-officieren te executeren na de oorlog, zodat er geen enkele dreiging meer vanuit zou gaan. Churchill: “Ik zei dat ik me liever zelf van kant zou maken dan de eer van mijn land zo te beschamen.” Het Britse parlement en het publiek zou zo’n massa-executie nooit accepteren, meende de premier.

Volgens Ward Thomas is liquidatie van “Hitler-types” moreel te rechtvaardigen mits er vele andere levens mee gespaard kunnen worden. Hij haalt de gepensioneerde luitenant-kolonel Ralph Peters aan. Die verbaast zich erover dat het aanvaardbaar is om hele divisies dienstplichtigen te doden, terwijl het ondenkbaar was om Saddam Hussein actief op te sporen en te vermoorden. En dat terwijl hij de hoofdschuldige was. “Waarom is het acceptabel om de gecommandeerde massa’s te slachten - en ik gebruik dat woord met opzet - maar is de liquidatie van het schuldigste individu, de commandant, onbespreekbaar?” De voormalig legerleider ziet om deze reden geen enkele ethische logica in het taboe op liquidatie. “Het is een morele warboel.”

Of het taboe moet worden doorbroken is aan de politiek. Mocht Moammar Gaddafi omkomen bij een NAVO-bombardement dan zal het Witte Huis dit niet betreuren, maar het woord liquidatie zal niet in de mond genomen worden. Voor zoiets ‘onsportiefs’ als het doden van een politiek leider is bij Westerse democratieën geen draagvlak. In ieder geval niet officieel.

Eerder in deze serie:
Schietpartij CIA-agent veroorzaakt diplomatieke ramp
Het Kill Team is angstaanjagend normaal
Congresleden schoten elkaar vroeger gewoon dood
Een onschuldige burger is ongeveer 2.500 dollar waard
Vijf tips om een dictatuur coupbestendig te maken
Osama bin Laden had een eerlijk proces moeten krijgen
‘Osama afknallen natuurlijke noodzaak’
Osama bin Laden mogelijk opgespoord dankzij martelverhoor. Verbod opheffen?