Geen vooruitgang dus

Seedorf is weer in Suriname, om met president Bouterse over de oprichting van een sportacademie te praten.

En hij constateert dat het voetbal niet echt verbeterd is.

Het kan niemand ontgaan wanneer de vedette van AC Milan in het land is. Seedorf wordt groots ontvangen in de volkswijk Abrabroki, waar stemmen opgaan om een plein naar de voetballer te vernoemen. Hij gaat op audiëntie bij de president en nodigt het volk uit voor de tiende verjaardag van zijn sportcomplex. Tussendoor laat Seedorf zich informeren over de problematische status van het Surinaamse voetbal. Want terwijl in september de WK-kwalificatie begint, is het nationale team al maanden niet in actie geweest. Sterker, er is niet eens een bondscoach.

Terwijl de aanleg van het Seedorf Sportcomplex juist was bedoeld om het Surinaamse voetbal een impuls te geven. Daarvan is nog niet echt sprake. Er werd een interne competitie voor de voetbaljeugd van het district Para op poten gezet. Daarnaast stapte de familie Seedorf, met vader Johan als animator, in twee clubs uit de hoogste klasse die in het stadion hun thuisduels mochten spelen. Om voeling te houden met de nationale top, niet om kampioen te worden. Het gaat juist om een geleidelijke aanpak, zegt Seedorf: „Op langere termijn willen we met jonge spelers iets bereiken. Dat kost acht, tien, misschien zelfs twaalf jaar.”

Er bestaat ook een snellere manier om het voetbal te ontwikkelen: via de Surinaamse voetbalbond (SVB). Maar daarmee botert het niet. Ruim drie jaar terug liepen gesprekken over een samenwerking met Seedorfs organisatie ON International op niets uit. Alleen het bedrag dat ermee gemoeid was bleef hangen: drie miljoen euro. Hoe welkom ook, de bond ging er niet op in. Uit angst voor te veel bemoeienis van de Seedorfs en vermoedelijk ook uit eigenbelang. Zoals nieuwe ideeën in Suriname wel vaker op weerstand stuiten.

Seedorf liet het er niet bij zitten en nam het een jaar later, bij de bestuursverkiezingen van de bond, op tegen het zittende bestuur. Zijn organisatie presenteerde kandidaten, blauwdrukken voor de invoering van profvoetbal, een stappenplan voor het Surinaams elftal en een solide financiering. Het bleek opnieuw vergeefse moeite. De tientallen leden met stemrecht kozen voor consolidatie. Volgens hardnekkige geruchten had het herkozen bestuur daar de nodige vergoedingen tegenovergesteld.

Zo ver reikt de informatie van Seedorf niet. Wel spreekt hij van „eilandjes” binnen de Surinaamse sport: „Hoe kan het dat in een land met 500.000 inwoners zo veel mensen langs elkaar heen werken? In Milaan wonen tien keer zoveel inwoners die elkaar over het algemeen prima weten te vinden. We moeten de krachten bundelen. Ik ben hier ook om een beroep te doen op het lokale bedrijfsleven. Dat zou moeten investeren in het lokale voetbal.”

Datzelfde bedrijfsleven zou ook geld moeten reserveren voor de nieuwe sportacademie van de Caricom (samenwerkingsverband van landen in de regio), die de Surinaamse regering naar zich toe heeft getrokken. Het project is bedoeld voor topsporters uit de Caraïben en verrijst volgens plan vanaf volgend jaar naast zijn eigen stadion. „Het valt onder verantwoordelijkheid van de Surinaamse overheid. Wij hebben met ons complex en met ons management aangeboden om samen te werken. Het is aan de regering om daar invulling aan te geven.”

Voorlopig kan hij de ontwikkelingen in Suriname alleen op afstand volgen. Over een paar jaar hoopt hij zich intensiever op zijn geboorteland te richten. Maar eerst wil hij zijn carrière mooi afsluiten. Op het hoogtepunt welteverstaan, want aan afbouwen doet Seedorf niet. En voor alle duidelijkheid: dat gebeurt niet in Ajax-shirt, hoezeer die club hem ook nog aan het hart gaat. Inmiddels zit hij alweer twaalf jaar in Italië; zijn kinderen gaan er naar school en dan is een verhuizing naar Nederland geen logische optie.

En het Nederlands elftal? Seedorf heeft zeker niet bedankt. „Veel mensen verklaren me zo langzamerhand voor gek, maar zolang ik nog in de Europese top speel, kan ik van waarde zijn voor Oranje. Mijn hart verlangt nog altijd naar een eindtoernooi.” Vorig jaar bij het WK was hij commentator voor de BBC en heeft hij genoten van de resultaten van Oranje. Niet zozeer van het spel, voegt hij eraan toe. „Meestal is het andersom bij Nederland.” En op sommige momenten vond hij dat hij op het middenveld had „willen, kunnen en waarschijnlijk ook had moeten staan”. En hij zou er volgend zomer bij het EK ook wel bij willen zijn.