Duits hof buigt zich over Griekse steun

De hoogste Duitse rechter heeft gisteren de klacht behandeld van tegenstanders van de miljardensteun aan Griekenland. Daarin gaat het ook om de toekomst van euro.

Joost van der Vaart

Op vrijdag 7 mei 2010 ging de Duitse Bondsdag onder grote druk van de regering-Merkel akkoord met de wet die financiële hulp aan Griekenland mogelijk maakt: de Währungsunion-Finanzstabilitätsgesetz.

Dat woord alleen al was zo ingewikkeld dat misschien niet alle parlementariërs in Berlijn begrepen zullen hebben waarvoor ze hun stem uitbrachten. Het kwam erop neer dat Griekenland met 110 miljard euro kredieten ‘gered’ zou worden: 80 miljard van de Europese Unie, 30 miljard van het Internationaal Monetair Fonds. Duitsland moest als grootste EU-lidstaat 28 procent voor z’n rekening nemen, ofwel 22,4 miljard euro.

De eigenzinnige Beierse afgevaardigde Peter Gauweiler, lid van de Christlich-Soziale Union (CSU), stemde tegen de wet met de lange naam. Sterker nog: hij diende er een klacht tegen in bij het Bundesverfassungsgericht, het federale constitutionele hof in Karlsruhe.

Eerder had de conservatieve Gauweiler, tegenstander van verdere Europese integratie, gedeeltelijk succes gehad met een klacht tegen het Europese Verdrag van Lissabon.

Gauweiler staat niet alleen. Zijn klacht over de vermeende ongrondwettigheid van financiële steun aan Griekenland is vandaag samen met die van een vijftigtal andere Duitse klagers door het constitutionele hof behandeld. De uitspraak volgt waarschijnlijk pas na de zomer, maar Europa kijkt vol spanning naar wat er in Karlsruhe is besproken.

Er staat veel op het spel. Allereerst het antwoord op de kernvraag of de Bondsdag met de Griekse steun de Duitse grondwet heeft geschonden. Als afgeleide kwesties zijn de toekomst van de euro en de rechtmatigheid van de andere hulppakketten in geding.

Rond Gauweiler hebben zich Duitse economen, fiscalisten en juristen van naam gegroepeerd. Onder deze medeklagers bevinden zich gerenommeerde (ex-)hoogleraren als Joachim Starbatty, Wilhelm Hankel, Wilhelm Nölling en Markus C. Kerber. Een van de meest uitgesproken juristen die tegen de Griekse steun klagen, is Karl Albrecht Schachtschneider. Uit het bedrijfsleven heeft zich voormalig bestuursvoorzitter Dieter Spethmann van staalconcern Thyssen AG gemeld.

Markus C. Kerber, hoogleraar economie in Berlijn, schreef gisteren in dagblad Handelsblatt: „Het geduld van de Duitse burgers met de Griekse bankroetiers en met politici in Berlijn die de afgrond opzoeken, begint op te raken.” Dat is ferm gezegd, maar het hof in Karlsruhe velt geen oordeel over Griekse bankroetiers en ook niet over de vraag of hulp aan Griekenland economisch zinvol is. Het hof moet uitzoeken of de Duitse regering mocht meewerken aan steun, terwijl Europese verdragen een wederzijdse bail out verbieden.

Jurist en hoogleraar Schachtschneider, gespecialiseerd in Europees recht, somde eergisteren in de Frankfurter Allgemeine kernachtig op tegen welke regels en beginselen uit de Duitse grondwet de steun aan Griekenland indruist": „Tegen het begrotingsrecht van het parlement. Tegen het principe van de beperkte kredietopname. Duitsland gaat met de financiële hulp over de rand van het wettelijk toelaatbare. Aangetast wordt ook het principe van de sociale stabiliteit. Door het regeringsbeleid belandt Duitsland in een precaire financiële situatie.”

De klagers laten de Bondsdagleden met zoveel woorden weten dat deze niet zijn gekozen om besluiten te nemen die indruisen tegen de grondwet. Of, zoals Schachtschneider het zegt: „Hopelijk beantwoordt het hof in Karlsruhe de vraag of je er als burger aanspraak op kunt maken dat de Bondsdag niet alleen handelt, maar ook rechtmatig handelt.”

Dat de steun aan Griekenland aan harde voorwaarden is gebonden, maakt de zaak volgens de klagers alleen maar erger. Schachtschneider geeft een voorbeeld. In de federaal geregeerde Bondsrepubliek dragen de rijke deelstaten Beieren, Baden-Württemberg en Hessen het meeste geld af aan het federale budget. Zij zijn de betalers; de dertien overige deelstaten zijn de ontvangers. „Stel dat het rijke Beieren aan het arme Saarland kredieten zou verstrekken en daarvoor inspraak zou eisen in de manier waarop de deelstaatregering in Saarbrücken [de hoofdstad van Saarland, red.] haar geld uitgeeft.” In Duitsland zou zoiets ondenkbaar zijn, aldus Schachtschneider.

De klacht tegen de steun aan Griekenland kan ertoe leiden dat het Bundesverfassungsgericht de rechten van het Duitse parlement opnieuw versterkt. Zoals dat ook het geval was toen CSU-Bondsdaglid Gauweiler bezwaar maakte tegen het Verdrag van Lissabon.

Bondskanselier Angela Merkel en haar minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, lopen het risico nog meer door het parlement op de vingers te worden gekeken. Duitsland zou daarmee als ‘redder’ van Europese schuldenlanden danig worden ingesnoerd.