De groei van de zorg beteugelen is moeilijk

Minister Schippers wil de groei van de zorgkosten terugdringen. Dat lukte alleen midden jaren 90. Gevolg: lange wachtlijsten. „Die speelden een grote rol in de opkomst van Fortuyn.”

Meer centrale planning. Uniforme tarieven. Zorgaanbieders en verzekeraars die overeenkomsten met elkaar moeten sluiten.

Het is 1974 en staatssecretaris Jo Hendriks (Volksgezondheid, KVP) tracht met zijn Structuurnota gezondheidszorg een eind te maken aan de voortdurende stijging van de kosten in de zorg. Na zijn nota kwamen er nog talrijke commissies en werkgroepen die zich met dezelfde kwestie bezighielden. En gisteren was er het zoveelste vervolg. Minister Edith Schippers (Zorg, VVD) sloot met verzekeraars en zorginstellingen een akkoord in een nieuwe poging de zorgkosten te beteugelen. Die mogen voortaan, exclusief loon- en prijsstijgingen, niet meer dan 2,5 procent per jaar oplopen. De afgelopen jaren was het meer.

In de aanpak van Schippers valt vooral de dominante rol van verzekeraars op. Zij bepalen welke ziekenhuizen welke behandelingen mogen aanbieden. En tegen zo’n scherp mogelijke prijs. Ook moet er een einde komen aan overbodige operaties, ziekenhuiscapaciteit en medicijnen.

Volgens Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie in Maastricht, zijn de ervaringen met de verzekeraars niet heel positief. „Zij zitten in een moeilijke positie, eigenlijk een spagaat. Enerzijds leggen de verzekeraars de nadruk op kostenbeheersing, anderzijds willen zij verzekerden graag zorg bieden. Zij zijn ontzettend bang voor hun imago, bang dat verzekerden weglopen en zeggen daarom niet snel nee.”

En dat terwijl de verzekeraars volgens Groot toch al in een lastig parket verkeren: vanaf volgend jaar kunnen ze grote tegenvallers moeilijker doorschuiven naar de overheid.

Consultant Lieke Boonen constateerde vijf jaar geleden in haar dissertatie dat premiebetalers wantrouwend tegenover verzekeraars staan. Dat maakt verzekeraars weer terughoudend om, vooral op financiële gronden, diensten van ziekenhuizen te selecteren. „Je merkte toen ook dat de media negatief stonden ten opzichte van verzekeraars. In de beeldvorming zaten die verzekeraars al snel op de stoel van de arts.”

Dat ligt nu wellicht anders, zegt Boonen. „Toen verzekeraar CZ openbaarde waar de beste borstkankerzorg wordt geboden, vroegen journalisten: waarom zijn jullie daar niet eerder mee gekomen?”

Die positieve houding maakt het verzekeraars wellicht makkelijker zich kritisch op te stellen. Boonen: „Tot nog toe ontbreekt een financiële prikkel voor verzekerden. CZ, en ook andere verzekeraars, geven wel aan waar de beste zorg gehaald kan worden, maar het is niet zo dat de zorg bij minder goede aanbieders niet meer vergoed wordt.” Dat verzekeraars die stap niet nemen, schrijft ze toe aan vrees voor hun imago. „Ze zien nog steeds wantrouwen bij verzekerden.”

Op de lijstjes van goede en slechte zorgaanbieders is trouwens ook wel wat aan te merken. „Een ziekenhuis dat hoog scoort bij de ene verzekeraar, kan laag staan bij de ander. Dat vergroot het vertrouwen bij verzekerden natuurlijk ook niet.”

Om de kostengroei te beteugelen, zal toch eerst íémand nee moeten zeggen. Want mensen worden ouder, hebben meer zorg nodig, en willen betere zorg. En hoe kan je mensen zorg onthouden die technisch mogelijk is? Geen gemakkelijke boodschap voor politici en verzekeraars.

Maar met wat creativiteit kan je ver komen. Groot wijst op de invoering van het preferentiebeleid, een paar jaar geleden. Sindsdien wordt alleen nog de goedkoopste variant van een groot aantal geneesmiddelen vergoed. „Dat heeft veel geld bespaard.”

Volgens de Maastrichtse hoogleraar wist slechts één kabinet de groei van de zorgkosten te beheersen: het eerste kabinet-Kok (1994-1998). „Toen kwamen we uit op een reële groei van 2 procent, terwijl Schippers nu op 2,5 procent hoopt uit te komen. Maar dat beleid zorgde destijds voor enorme wachtlijsten. Ik ben ervan overtuigd dat dit een belangrijke rol heeft gespeeld in de opkomst van Pim Fortuyn. Hij heeft toen veel over zijn moeder in een verpleeghuis geschreven.”