De Bijlmermeermens

Opeens kom ik overal de schrijver Heere Heeresma tegen. Sterven is een goede manier om nog even voort te leven.

De kranten brachten lovende necrologieën, de Volkskrant voegde er het wrange bericht aan toe dat hij in Amsterdam zonder rouwdienst of speeches„in aanwezigheid van een handjevol nabestaanden” is begraven. Het zou Heeresma niet verbaasd hebben. Hij heeft vaak genoeg geschreven dat hij wist dat de mensen hem niet sympathiek vonden.

Ik loop langs boekhandel Athenaeum op het Spui en zie in de etalage alle boeken van Heeresma liggen, afkomstig uit iemands privécollectie. Een mooie hommage van een boekhandel aan een schrijver.

De etalage bevat ook een door Heeresma met de hand geschreven gedicht, getiteld ‘Het allerlaatste gedicht’. Het luidt: De hebzucht en de jaloezie zijn prima/ want vullen onze eenzaamheid en lust/ Hier in de Bijenkorf al, en dáár de Hema/ en straks de Dood voor de noodzakelijke rust…

Laconiek cynisme – helemaal Heeresma.

Ik loop door naar het Stadsarchief aan de Vijzelgracht voor een tentoonstelling over Theo van den Boogaard en ‘zijn’ Amsterdam. Van den Boogaard is een kostelijke tekenaar die Amsterdam op een bijzondere manier heeft vereeuwigd, onder meer in de strips rond Sjef van Oekel die hij samen met Wim T. Schippers gemaakt heeft.

In een vitrine zie ik een stripboekje uit 1972 liggen: Abe, hot story van een voetballerina. Tekeningen: Van den Boogaard, tekst: Nico Scheepmaker. Het boekje is opengeklapt op een pagina waarop een gebrilde Heere Heeresma staat afgebeeld, het typerende sigarettenpijpje in de hand, terwijl hij met de andere hand zijn boek Geef die mok eens door, Jet! vasthoudt. In het onderschrift wordt Heeresma, ‘de Bijlmermeermens’ genoemd, wat klopt, omdat Heeresma daar in die tijd inderdaad woonde. Scheepmaker kon dat weten, hij kende Heeresma persoonlijk.

Abe gaat niet over Abe Lenstra, maar over het meisje Abe dat zó goed kan voetballen dat ze voor Ajax gaat spelen, in travestie uiteraard, want niemand mag weten dat ze geen man is. Het meisje Abe was – niet toevallig – in 1953 geboren in het Friese Pingjum, het dorp waar Scheepmaker een huisje had. Als Abe met haar ouders naar Amsterdam is verhuisd, bezoekt Heeresma haar. Bewonderend roept hij tegen haar ouders: „U heeft een knappe zoon!!! De souplesse van Faas Wilkes, de kracht van Rinus Terlouw, de sluwheid van Abe Lenstra. Hij zal furore maken bij de meisjes! En bij de jongens natuurlijk!”

Terwijl ik me afvraag hoe het verhaal verder zal gaan, schiet me opeens te binnen: ik heb dit boekje zélf! Op de terugweg komt de twijfel: zou ik het nog wel hebben? Het hele huis zal ondersteboven moeten. Uren later, ik heb de moed al bijna opgegeven, vind ik het.

Abe bevat treffende karikaturen van de grote Ajacieden uit die tijd, maar ook van mediapersoonlijkheden als Willem Duys, Henk Terlingen en zelfs Henk Hofland. Abe wordt bij Ajax een echte vedette, ze kan alleen niet met de anderen onder de douche (wegens haar geloof, zegt ze). Aan het einde trouwt ze een gekleurde speler en stopt met voetballen. De koningin nodigt haar op Soestdijk uit. „Is er een mooier afscheid denkbaar?” schrijft Scheepmaker. „De vorstin van het land, hand in hand op het bordes met de vorstin van het veld.”

De dood van Heeresma deed voor mij ook anderen even herleven: Abe en, niet te vergeten, Nico Scheepmaker, haar schepper.