De adel stelde in ons land weinig voor

Volgens de beeldvorming is Nederland een burgerlijke samenleving bij uitstek. De burgerij heeft in ons verstedelijkte land altijd de dienst uitgemaakt en de invloed van de Nederlandse adel is verwaarloosbaar, zeker als je dat vergelijkt met andere Europese landen.

Fout, zegt hoogleraar Wijnand Mijnhardt. Door de buitensporige aandacht voor de zeventiende eeuw zijn we vergeten dat in de achttiende en negentiende eeuw de adel in het oosten politiek en cultureel de toon aangaf.

In de achttiende eeuw verliezen de Nederlandse steden in het westen hun suprematie. De adellijke landeigenaren in het oosten profiteren van de stijgende vraag naar voedsel.

Die economische machtsverschuiving vertaalt zich ook in politieke invloed. Vanaf 1815 zijn het niet meer de rijke handelaren, maar oostelijke edellieden die in de Eerste en Tweede Kamer de dienst uitmaken en vaak de premiers leveren. Mijnhardt: „Wij denken dat we nooit adel hebben gehad, maar als je voorbij Utrecht kijkt, breek je je nek over de chique landhuizen.”