Beursgang cajas is vuurproef kwetsbare Spaanse economie

Spanje is naast Griekenland een van de probleemlanden in de eurozone. Een beursgang van regionale banken moet rust brengen.

Merijn de Waal

Als later deze maand voor de tweede zomer op rij de stresstestresultaten van 91 Europese banken bekend worden gemaakt, zal opnieuw veel aandacht uitgaan naar Spanje. Vorig jaar vielen vijf van de zeven onvoldoendes in Spanje. Nu de eisen verder zijn opgeschroefd, zullen dit jaar bijna zeker opnieuw enkele Spaanse instellingen zakken. Maar naast de publicatie van de Europese stresstests is Spanje deze maand echter in afwachting van nog één financiële vuurproef, die misschien nog wel belangrijker is: de beursgang van Bankia.

Deze nieuwe consumentenbank is opgericht door een groep van zeven regionale spaarbanken in Spanje. Deze zogeheten ‘cajas de ahorros’ vormen ongeveer de helft van de Spaanse financiële sector. Deze semipublieke cajas zijn veel sterker geraakt door het instorten van de huizenmarkt, eind 2007, dan gewone banken als Santander en BBVA (Banco Bilbao Vizcaya Argentaria). De vastgoedproblemen van de cajas zijn zelfs zo groot dat ze een bedreiging vormen voor de Spaanse overheidsfinanciën. Dit maakt dat Spanje – ondanks een relatief lage staatsschuld – geldt als een van de ‘probleemlanden’ van de eurozone.

In een poging deze onrust te beteugelen heeft Spanje de spaarbanksector flink op de schop genomen. Vorig jaar werden de cajas aangezet tot ingrijpende reorganisaties door middel van fusies en saneringen. Toen de resultaten hiervan tegenvielen, stelde Madrid begin dit jaar strengere kapitaaleisen op. Uiterlijk 1 september moeten de cajas hun kernkapitaal hebben opgehoogd van 6 naar 10 procent. Slagen ze daar niet in, dan volgt nationalisatie, waarna de Staat de caja binnen twee jaar alsnog zal privatiseren.

Om dit lot te ontlopen hadden de cajas het afgelopen halfjaar de keuze uit twee mogelijkheden: private fondsen aanboren of een beursgang. De eerste optie bleek in deze tijd van kredietschaarste en wantrouwen echter onhaalbaar. Bleef de beursgang over. Een optie die door de regering extra aantrekkelijk is gemaakt: beursgenoteerde banken hoeven geen 10 maar ‘slechts’ 8 procent aan te houden.

Drie spaarbankgroepen kozen uiteindelijk voor de beursgang. Bij een handjevol kleinere, wankele cajas zal deze herfst waarschijnlijk geïntervenieerd moeten worden. Onder de beursgangers is La Caixa, een grote en gezonde caja uit Catalonië. Zij maakte begin deze maand een vlekkeloze beursentree. Voor Banca Cívica, een kwartet cajas uit verschillende delen van het land; en Bankia, een groep van spaarbanken verzameld rond de grote Caja Madrid, wordt het veel spannender. Beide begonnen eind juni met de voorverkoop van aandelen. Op 20 juli moet hun beursgang een feit zijn.

Bankia trekt veruit de meeste aandacht, omdat zij geldt als systeembank. Haar balanstotaal vormt 28 procent van het Spaanse bruto binnenlands product (bbp). Via de uitgifte van 824,5 miljoen aandelen wil Bankia de komende weken tussen de 3,6 en 4,1 miljard euro nieuw kapitaal ophalen. Lukt dit, dan zou dit een belangrijke opsteker voor de hele financiële sector zijn. Zo niet, dan zal de regering toch een kapitaalinjectie moeten geven. Hoewel Madrid hier de middelen voor heeft, zou het de onrust over Spanje hoog doen oplaaien.

Het centrale idee achter de strengere kapitaaleisen voor de banken is dat marktpartijen hen zullen dwingen hun vastgoedverliezen eindelijk serieus te nemen. Projectontwikkelaars die feitelijk al failliet zijn worden nu nog overeind gehouden, omdat de banken niet nog meer huizen op hun balansen willen krijgen. De huizen en de grond die ze bezitten, brengen ze maar heel beperkt op de markt teneinde de prijs niet verder te drukken. Het leidt tot stagnatie op de huizenmarkt en kredietschaarste in de echte economie.

Dit terwijl het voor de economie van cruciaal belang is, dat de financiële sector tot rust komt en weer geld gaat uitlenen. De huidige kredietschaarste frustreert het herstel. De groei in consumentenleningen en hypotheken is negatief. In het midden- en kleinbedrijf vallen ondernemingen als dominostenen om nu steeds meer klanten eindeloos wachten met het betalen van hun rekeningen.

Daarnaast ziet de regering een nieuwe ronde omvangrijke staatssteun als politiek onwenselijk. Caja Madrid leende al ruim 4 miljard uit het herstructureringsfonds (FROB) dat de regering voor de sector heeft opgericht. Hoewel deze FROB-leningen een onaantrekkelijk rentetarief (ruim 7 procent) kennen, liggen ze maatschappelijke gevoelig nu de onvrede over banken steeds hoger oplaait.

Elke dag worden in Spanje circa tweehonderd huiseigenaren uit hun woning gezet omdat ze hun hypotheek niet langer kunnen betalen. Dat tegelijkertijd banken met leningen uit de schatkist gestut worden, leidt tot onbegrip. De linkse jongerenbeweging die sinds half mei in Spanje regelmatig de straat opgaat, heeft de kwestie tot een speerpunt gemaakt. Ze zoekt naar schrijnende gevallen van huiseigenaren die met uitzetting bedreigd worden. Vervolgens proberen de jongeren de uitzetting te verhinderen. De acties kunnen op veel sympathie van de media en burgers rekenen.

Bankia wil 60 procent van zijn aandelen aan kleine beleggers verkopen en de overige 40 procent aan institutionele partijen. Om die laatste groep over te halen zou de centrale bank grote financiële instellingen als Santander en BBVA binnenskamers hebben ‘aanbevolen’ Bankia-aandelen te kopen. Deze internationale topbanken zijn kerngezond en halen een groot deel van hun omzet buiten Spanje. Maar in het kielzog van de overheid en de cajas zijn op de internationale geldmarkten ook voor hen de rentes opgelopen. Ook zij zijn hierdoor niet gebaat bij een slechte beursgang van Bankia.

Volgens de centrale bank vormt beleggen in Bankia op „middellange termijn” bovendien een interessante investering. Zo biedt Bankia nu aandelen aan met kortingen tot 70 procent op de oorspronkelijke boekwaarde. Het moet kopers overhalen vroeg in te stappen, vóór de daadwerkelijke beursgang van 20 juli.