Waterpas

Het zadel is het intiemste onderdeel van de fiets. Een plek waar de renner een groot deel van zijn sportleven op zit. Een broeinest van zweet en vuil, waar bacteriën elkaar de hand schudden.

Van een zadel blijf je af. Strikt privé, die plek. Niets te zoeken daar. Dus was Lars Boom gisteren boos. Een jurylid had uitvoerig zijn zadel besnuffeld en was tot de conclusie gekomen dat het ding niet waterpas stond.

Een aquarium staat waterpas. Een pick-up zette je vroeger precies horizontaal, zo voorkwam je slijtage van de groeven in de plaat. Ik zie het hulpmiddel voor me: een stalen balkje met een kijkglas met groene vloeistof erin. En een luchtbel. Die luchtbel moest tussen twee streepjes komen, dan was iets waterpas.

Lars Boom is geen man voor een aquarium. En elpees staan al helemaal niet in zijn huis. Boom is een moderne jongen. Hij houdt geen siervissen. Muziek slaat hij digitaal op. Wat nou waterpas?

Lars Boom heeft zich op de roller warm gereden voor de ploegentijdrit. Hij wil hard fietsen. Dan komt er een mannetje aan zijn zadel plukken, aan zijn persoonlijke zweetzetel, aan zijn stoel voor drie weken. En wat is de uitkomst: niet waterpas.

Een zadel dat te ver naar voren helt, is een ramp. Dat weet een kind. Je glijdt steeds naar de punt. Heel vermoeiend. Een zadel schuin naar achteren kan misschien extra kracht op de pedalen opleveren, maar levert ook ongemak op. In het ergste geval glijd je eraf en rem je het achterwiel met de zeem van je broek.

Boom had de juryleden gevraagd of ze wel zeker wisten of hun meetapparatuur waterpas stond. Dat konden ze niet zeggen. Boom was verontwaardigd, liet hij via Twitter weten. „Wel raar dat iedereen zijn zadel waterpas moet staan. Wat een belachelijke regel.”

Boom heeft volkomen gelijk. Mondiaal zijn er afspraken over tijd en gewicht. GMT, Greenwich Mean Time, bepaald tijdens een conferentie in 1884. Boom had tijdens de weging moeten vragen of ze in de Tour werkten met de standaardkilo.

Lars: „Messieurs, le vrai kilo de Sèvres, vous savez?”, daarmee verwijzend naar de enige serieus te nemen kilo die zwaarbewaakt onder een glazen stolp in de buurt van Parijs staat.

Wat is de standaard voor waterpas?

Het meten en wegen is een vergeefse poging tot gelijkheid en eerlijkheid. Dat bestaat niet op de wereld en al helemaal niet in het peloton.

De beste truc om de jury om de tuin te leiden hoorde ik van een oud-mecanicien: water in het frame gieten, bevriezen, na de weging snel verwarmen en via een gaatje in de onderste buis het smeltwater eruit laten lopen.

Gesink zei na afloop van de ploegentijdrit: „Het liep als een trein.” Het was niet bedoeld als cliché. Negen mannen op supersonische modellen rijden zo hard mogelijk achter elkaar. De voorband kust de achterband van zijn voorganger. De onderlinge wagons doen er niet toe, het gaat om de snelheid van de trein.

De ploegentijdrit staat model voor de voortschrijding van fietstechniek en aerodynamica. Met een knipoog naar het verleden; winnaar Thor Hushovd stak bij een bocht zijn hand uit en Lars Boom reed de hele tijdrit ouderwets waterpas.

Wilfried de Jong