Warschau wil EU met een sabel leiden

Nieuwe EU-voorzitter Polen wil Europa inspireren.

Want, zo zegt Warschau, de kortzichtigheid regeert.

De Poolse premier Donald Tusk houdt een hard verhaal over het gebrek aan solidariteit in Europa en het gevaar van anti-EU-gevoelens. Zijn land is nu, tot het eind van het jaar, voorzitter van de Europese Unie. Hij noemt Schengen als voorbeeld en zegt dat „sommige landen vergeten lijken te zijn hoe belangrijk het voor burgers is om vrij door Europa te kunnen reizen, misschien omdat ze dat voorrecht zelf al zo lang hebben”. Doelt hij ook op Nederland? Dat houdt de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de vrij-reizenzone immers tegen. „Ja”, zegt Tusk, als hij even later met journalisten uit Brussel op de foto gaat. Hoe denkt hij Den Haag te overtuigen? „Met argumenten.”

Vrijdag droeg Hongarije het halfjaarlijkse EU-voorzitterschap over aan Polen: de Hongaarse premier Viktor Orbán gaf Tusk een vat met Hongaarse wijn, Tusk gaf Orbán een Poolse sabel en er werd gebabbeld over sport. „Je moet niet ophouden met voetballen als je de EU leidt”, zei Orbán tegen Tusk, een fanatieke amateurvoetballer. „Straks krijg je dezelfde omvang als ik.”

Drie dagen lang kregen journalisten, op bezoek in Warschau, een uiteenzetting over de plannen van Polen. Warschau wil een betere omgang van de EU met buurlanden in het oosten, Poolse kunstenaars en muzikanten reizen langs hoofdsteden om het land te promoten, minister van Buitenlandse Zaken Radek Sikorski wil de EU-coördinator voor het buitenlands beleid – de Britse Catherine Ashton, die al heel lang een zwakke indruk maakt – intensief ondersteunen.

Maar Tusk zette de toon. De premier zei dat de Europese Unie „een van de moeilijkste periodes” meemaakt. De huidige anti-Europese gevoelens zijn volgens hem anders dan het anti-EU-sentiment dat iedereen wel kent van Groot-Brittannië. „Er is een nieuw fenomeen ontstaan. Ik bedoel het gedrag van politici die zeggen dat ze de EU en verdere integratie steunen, maar tegelijk stappen nemen die de Unie verzwakken.”

Hij noemde Schengen. Maar Nederlandse politici konden zich ook aangesproken voelen door wat hij zei over de crisis in Griekenland: „Mensen zeggen tegen elkaar: jij functioneert niet, jij zou uit de EU moeten gaan. Jij zou uit de euro moeten worden gezet.” Dat vond Tusk ongepast. Polen, zei hij, zal proberen om met zijn „pro-Europese energie” de hele EU te inspireren. Regeringsleiders, zei hij, moeten politieke moed tonen.

In Polen steunt meer dan 80 procent van de bevolking het EU-lidmaatschap van Polen. Polen krijgt van alle EU-landen ook het meeste geld uit Brusselse fondsen (167 miljard euro van 2007 tot 2013). Dat maakt het voor Tusk minder ingewikkeld om hard te zijn over anti-Europese gevoelens. Door de financiële crisis zijn er wel minder Polen die het een goed idee vinden als hun land bij de eurozone komt: nu zo’n 40 procent. De Poolse minister van Financiën Jacek Rostowski zei dat het nog steeds van „vitaal belang” is voor Polen om de euro te krijgen. Maar die moet dan wel eerst „crisis-proof” worden. Over de steun aan Griekenland zei Rostowski dat hij zich verbaasde over de „adembenemende kortzichtigheid bij sommige politieke partijen in Europa die zich daartegen verzetten”. Wéér een sneer die Nederland zich kan aantrekken.

Zo ging het in bijna alle gesprekken met Poolse bewindslieden en ambtenaren, óók over Nederland. Soms impliciet, zoals bij Tusk. Soms met diepe zuchten. Soms anoniem, zoals de opmerking dat Nederland „nu wel echt het meest eurosceptische land in de EU is”. En soms onomwonden, zoals in de bijeenkomst met minister Waldemar Pawlak (Economische Zaken). Hij zei: „We maken ons zorgen over het afkoelende euro-enthousiasme in Nederland.”

Zijn eigen zorg betrof vooral de Nederlandse plannen om het voor werknemers uit Midden- en Oost-Europa moeilijker te maken om naar Nederland te komen of om er te blijven. Hij zei hoe welkom Nederlandse bedrijven altijd waren geweest in Polen – Nederland hoort samen met Duitsland en Oostenrijk tot de grootste investeerders in Polen.

Mikolaj Dowgielewicz, minister voor Europese Zaken, zei dat er de afgelopen maanden „robuuste gesprekken” waren geweest met Nederland. „Vooral toen de Nederlandse regering in het parlement zei dat het Roemenen, Bulgaren en Polen zijn die de sociale zekerheid misbruiken. En toen er zelfs een verband werd gelegd met vluchtelingen uit Noord-Afrika.” Als tijdelijk EU-voorzitter wil Polen zich er verder niet over uitspreken, zei Dowgielicz. „Ik ga ervan uit dat Nederland de Europese wetgeving respecteert.”