Waarom nies ik als ik aan seks denk?

Een man mailt dat hij altijd moet niezen als hij seksueel opgewonden raakt. Hij vraagt zich af hoe vaak dat voorkomt en wat de oorzaak is. Hij wil om begrijpelijke redenen anoniem blijven en sluit zijn mail af met de woorden: „PS. Mijn vrouw vind het wel handig, zo’n waarschuwing vooraf.”

De Britse psychiater Harold Maxwell kreeg een paar jaar terug een mannelijke patiënt, die beschreef dat dat hij oncontroleerbaar begon te niezen als hij aan seks dacht. Daar had hij nog nooit van gehoord! Er is weinig over dit verschijnsel bekend. Daarom besloot Maxwell samen met de arts Mahmood F. Bhutta een literatuuronderzoek te doen. En wat bleek: in de 19de eeuw hadden twee artsen het fenomeen al eens beschreven, maar zonder een verklaring te geven. Dan was er nog een jonge Duitse arts, een vriend van Freud, die een theorie had ontwikkeld die de slijmvliezen in de neus verbond met de geslachtsdelen. Maar hij beschreef niet hoe dit in zijn werk ging. Het enige wat ze verder vonden was een brief uit 1972 aan de Journal of the American Medical Association, waarin een 69-jarige man klaagt dat hij heel hard moet niezen als hij een orgasme heeft gehad.

Dus ja, hoe vaak komt het voor? Om die vraag te beantwoorden, besloten Maxwell en Bhutta een zoektocht langs chatrooms op internet te doen. En ja hoor, ze vonden veel discussies over het fenomeen. Zeventien mensen meldden dat ze niesden als ze aan seks dachten en drie als ze een orgasme hadden gehad. Hieruit concluderen de onderzoekers dat het verschijnsel veel vaker voorkomt dan we tot nu toe erkennen.

De oorzaak is echter veel lastiger te achterhalen. Niezen is een reflex die is ontwikkeld om de luchtwegen schoon te maken. Bekend is wel dat stimulering van de vijfde hersenzenuw, die de zintuiglijke waarneming in het gezicht regelt, kan zorgen dat je moet niezen. Denk aan plukken aan je wenkbrauw of kijken in zonlicht. Maar goed, dat heeft niets met seks te maken.

Aangezien er geen onderzoek naar is gedaan, kunnen Maxwell en Bhutta slechts speculeren naar de oorzaak. Ze denken dat het fenomeen wordt getriggerd door het parasympathische zenuwstelsel, dat ook zorgt voor een grotere productie van spijsverteringssappen, een snellere darmbeweging en verwijding van de aderen.

Toon Beemsterboer