Sexy poëzie en cocktails met absint

In een pseudo-clandestiene bar in de Lower East Side zit The Poetry Brothel.

Bezoekers kiezen er dichters uit voor een ‘privélezing’.

Je moet er enige vrees voor het onbekende voor overwinnen. Maar wie dat doet, krijgt ook wat. Laat je in ieder geval niet afschrikken door twee in cancan-stijl uitgedoste jonge vrouwen die bij de ingang van een schaarsverlicht tunneltje op Norfolk Street naar je wenken. Wandel dat tunneltje in, neem aan het einde de trap naar boven en duw aldaar de zware metalen deur open.

Nu ben je in de Back Room, een als huiskamer vermomde bar die de bezoeker poogt terug te voeren naar de jaren van de Drooglegging – toen dipsomanische New Yorkers gedwongen waren hun heil te zoeken in illegale drankholen, ook wel speakeasies genoemd.

Aan de verlaten bar staan twee meisjes die eruit zien alsof ze zojuist zijn weggelopen uit een negentiende-eeuws bordeel, alwaar ze geroutineerd de beau monde van Parijs plegen te verwennen. Ze stellen zich voor als Cherrie Chérie en Germaine Blonde.

Als de Back Room voorzichtig begint vol te lopen, komen ook de twee vrouwen binnen die op straat naar voorbijgangers stonden te lonken. „Dat zijn de Madame en Cosette, die int het geld”, zegt Cherrie Chérie. „Madame introduceert ons, waarna we enkele dichtregels voorlezen. Dan bepalen de klanten van wie ze een privélezing willen ontvangen.” Ze neemt een slok van haar op absint gebaseerde cocktail. „Kies je mij? Een fiche kost vijf dollar, daarvoor lees ik speciaal voor jou twee gedichten.”

Cherrie Chérie, wiens werkelijke naam Carina Finn blijkt te zijn, studeert poëzie aan de University of Notre Dame in de staat Indiana. Deze zomer, die ze doorbrengt onder de vleugels van het Poetry Brothel in New York, staat geheel in het teken van de poëzie „Ik ben hun zomerhoer.” Ze geniet. „In een kostuum krijgen klank en taal op moleculair niveau een andere dimensie”, constateert ze verheugd. „En in deze rol kunnen we onze vrouwelijkheid uitleven. Bij een intieme lezing wordt poëzie dan al gauw sexy.”

Je komt overigens niet zomaar bij het Poetry Brothel, benadrukt de zojuist aangeschoven Madame. „Alleen zeer getalenteerde of reeds gepubliceerde dichters mogen de hoer spelen”, zegt ze. „Je hoeft niet mooi te zijn, als je maar stijl hebt.”

Madama is door de week Stephanie Berger, hoogleraar Engels aan Pace University. Ze is ruim drie jaar geleden met het bordeel begonnen om poëzie dichter bij de mensen te brengen. „Wanneer leest een dichter je nou uit eigen werk voor, als je niet zijn of haar geliefde bent? Openbare lezingen tellen niet, want die zijn afschuwelijk.”

Berger en haar dichters doen het „natuurlijk” om het geld, zegt ze: „Poëzie wordt ondergewaardeerd. Wij zouden de mensen niet moeten smeken om naar ons te luisteren; zij moeten dokken om ons te mogen horen.”

Tegen een uur of half elf is de Back Room gevuld met zo’n honderd mensen, waaronder opmerkelijk veel mannen met hoeden. Madame besluit dat het tijd is om haar darlings te verwelkomen. Vanaf de verhoging achterin de ruimte legt ze uiterst kort de regels uit: „Voorkeur voor een hoer? Meld je voor een fiche bij Cosette.” Dan sommeert ze haar meisjes – en een enkele jongenshoer – naar de microfoon.

De exotisch ogende Alka opent de avond met enkele regels over een luciferdoosje dat in een auto-alarm in Vancouver woont. Ene Veronique, een meer dan Playboy-waardige blondine, dicht over luchthavenbeveiliging, liefde en afscheid. Als laatste van de twaalf hoeren neemt Cosette, die als enige twee fiches rekent voor een privélezing, de microfoon:

Soms dood ik een kamerplant

Doelbewust. Uit wrok

Ik zit ernaast met een kan vol water

En ik drink eruit

Glas na glas na glas

Alvorens klanten zich mogen afzonderen met de hoer van hun keuze, voert Germaine Blonde een burleske dans uit op het nummer ‘I put a spell on you’. In niet meer dan een doorzichtig slipje, haar tepels bedekt met twee minuscule zwarte hartjes, eindigt Germaine haar dans uitgestrekt op de grond. Betoverd slaat het publiek fiches in bij Cosette.

Na een woest gedicht van jongenshoer La Petite Morte, getiteld ‘Mobilize Your Hands’, waarin de jonge dichter zijn dédain uitspreekt voor poseurs die met een notitieboekje in cafés zitten maar nooit echt schrijven, biedt Cherrie Chérie haar diensten aan. Ze staat erop haar werk in de beslotenheid van de telefooncel achterin de Back Room voor te lezen.

Haar eerste gedicht, ‘The Angel Knows Everything’, „dweept met abstractie”, zo geeft ze toe. Dan zet Chérie een tandje bij. Voor ‘Sonnets for a Man Who Likes Ampersands’ leunt ze licht voorover, aldus haar inmiddels roodgekoonde publiek een betere blik op haar decolleté gunnend. De ik-persoon in de sonnetten bekent „minder geobsedeerd te zijn door het gesprek dan het idee van jouw hand op mijn dij” en zich op enig moment voor te stellen „hoe het zou zijn om je te neuken.” Het gedicht zal nooit aanslaan bij literair establishment, vreest Cherie. „Daar weet men zich geen raad met licht confessionele poëzie door vrouwen. Maar het doet het goed bij de klanten.”