Schaam je, subsidiezuiger met je witte kruis

De enige domper op theaterfestival De Parade waren de kunstenaars met hun protestkruizen.

Waarom denken ze niet wat kapitalistischer?

Op mijn toiletdeur hangt al een paar weken een artikel uit de Pers, met de prachtige titel ‘Greed is still good’. Het is een interview met filosoof Hans Achterhuis over de opkomst van het objectivisme, een bijna puur kapitalistische filosofie die is gebaseerd op logica. Een paar jaar geleden kreeg ik van een vriend het boek Atlas Shrugged van Ayn Rand, filosoof en schrijver en de grondlegger van het objectivisme. En ik moet eerlijk zeggen: ook ik ben door het superkapitalistische virus aangestoken.

Een van de kernpunten van het objectivisme is dat je zelf verantwoordelijk bent voor je doen en laten; je hoort daar ook zelf de consequenties van te dragen. Het is onmogelijk om voor iemand anders te leven; in beginsel is ieder volwassen, weldenkend mens op zichzelf aangewezen. Die eigen verantwoordelijkheid gaat hand in hand met een ‘rationeel egoïsme’.

In eerste instantie was ik dan ook blij toen de VVD vorig jaar als grootste partij uit de verkiezingen rolde; de VVD is traditioneel een partij die de eigen verantwoordelijkheid hoog in het vaandel heeft staan. Helaas is mijn vreugde inmiddels aardig verslapt. Van de grote liberalistische woorden is een jaar later weinig meer over. Maar één ding is gelukkig wél blijven hangen: het snijden in subsidies, het zelf verantwoordelijk maken van mensen.

Vorige week bezocht ik met een vriendin het theaterfestival de Parade in Rotterdam. Het was heerlijk warm, de zon scheen. Ik heb met volle teugen genoten van de drie voorstellingen die ik die dag heb gezien en ik vond iedere euro goed besteed. Het was kortom toch wel de leukste culturele activiteit die ik de afgelopen tijd heb ondernomen.

Tussen de bedrijven door zijn we nog een ommetje in Rotterdam gaan maken. Bij terugkomst op het festivalterrein stond de straat voor de ingang ineens helemaal vol met mensen met spandoeken, borden, ludieke acties – het was één grote kakofonie. Het was de Mars der Beschaving, klaar voor vertrek naar Den Haag.

Tussen al die mensen liep een meisje, type hipster: neppe Ray-Ban, skinny jeans en bijpassende Vans-schoenen, verveelde blik. Ze droeg een bord op haar buik met de tekst: ‘IK BEN EEN SUBSIDIEZUIGER’. Toen ik dat zag, kreeg ik bijna tranen in mijn ogen. Als je dit leest: schaam je, alsjeblieft. Als de demonstranten het nou echt zo goed voor hadden met ‘de’ cultuur, waren ze op het festival gebleven en hadden ze al hun spaargeld uitgegeven, daarmee iedere voorstelling uitverkocht laten raken, om vervolgens stomdronken van het festivalterrein af te waggelen, en de volgende dag (met een kater!) weer hard aan het werk te gaan. Het geld moet toch ergens vandaan komen.

Ik werd een beetje triest van de aanblik van al die mensen met witte kruizen. Ik dacht: als ik eenmaal door die enorme mensenmassa heen kom, ga ik geld uitgeven op het festival. Ieder kaartje dat ik koop, ieder drankje dat ik betaal, levert winst op voor de artiesten en de organisatie, waarmee ze weer minder afhankelijk zijn van subsidies.

Daan van den Berg studeerde natuurkunde en werkt als systeembeheerder bij een uitgeverij.