Pleidooi voor een 'islam-light'

Door zijn kritiek op de islam werd Egyptenaar Abdel-Samad in Duitsland bekend.

„We moeten afstand nemen van onze religie, de profeet en ons heilige boek – de Koran.”

Hamed Abdel-Samad is net op een congres in Berlijn geweest over de integratie van moslims in Duitsland. Bondskanselier Angela Merkel was ook aanwezig. Vrolijk is hij er niet van geworden, van „dit eindeloze gezwets over integratie”. Hij is moe en wil cola drinken.

Abdel-Samad is bij onze plaats van ontmoeting, een hotel in de Berlijnse wijk Charlottenburg, komen voorrijden in een vrolijk beschilderde Volvo. Het is de auto waarmee hij samen met de Joods-Duitse journalist Henryk M. Broder en het hondje Wilma een ‘safari door Duitsland’ maakt, een ‘bitter-boze reis’ die op televisie wordt uitgezonden. Met z’n drieën zoeken ze de brandhaarden op van racisme, antisemitisme en islamofobie, van integratie en religie.

Abdel-Samad is een man die met zachte stem harde opvattingen ventileert. Hij is auteur van De ondergang van de islamitische wereld. In dit kritische werk rekent de auteur, zoon van een soennitische imam, af met zijn eigen cultuur en geloof. In Duitsland veroorzaakte het grote commotie onder moslims en leidde het tot een fel maatschappelijk debat. Ook in zijn eerste vaderland Egypte is het uitgebracht en verkoopt het volgens Abdel-Samad goed. Maar populair is hij er in zijn geboorteland niet mee geworden. Zijn positie was daar al omstreden. Abdel-Samads autobiografie Mein Abschied vom Himmel (2009) leverde hem een doodvonnis van fanatieke moslims op. Dat heeft hem er niet van weerhouden Egypte regelmatig te bezoeken. Toen de Arabische revolutie eerder dit jaar Kairo bereikte, stond hij tussen duizenden landgenoten op het Tahrirplein. Hij heeft nog steeds vrijwel dagelijks contact met Egyptische revolutionairen. Abdel-Samad heeft de Arabische opstand weliswaar niet voorspeld („Ik ben geen profeet”), maar hij schrijft in zijn boek wel dat „een bittere confrontatie” in de islamitische wereld niet kan uitblijven.

Op het Tahrirplein zag hij ‘genialiteit en ongelooflijke domheid’. Een jongen stond in een zijstraat het chaotische verkeer te regelen „en iedereen gehoorzaamde hem, omdat hij de mensen op straat vertegenwoordigde en niet de gehate autoriteiten. Dat gaf me hoop. De oliedomme houding van de politie stemde me daarentegen weer somber.”

Hamed-Abdel-Samad is ervan overtuigd dat de Arabische opstand alleen kan slagen als de moslims ,,ook een revolutie in hun hoofd ontketenen, thuis en op school. En dat lukt pas als we afstand nemen van onze religie, van de profeet en ons heilige boek – de Koran.’’

Het centrale thema in De ondergang van de islamitische wereld is de onaantastbaarheid van het geloof, of, zoals de auteur het zegt, „het absolute godsbeeld dat tot sjabloon voor islamitische dictaturen is geworden.” Het zelfstandig en kritisch denken is er volgens hem tot stilstand gekomen. „In bijna alle landen met een in meerderheid islamitische bevolking is sprake van morele, maatschappelijke en economische achteruitgang. Omdat ons geloof geen antwoord geeft op de uitdagingen van deze tijd.”

Abdel-Samad schrijft dat veel moslims volharden in een chronisch beledigd zijn. „In mijn boek noem ik dit de woede-industrie: ik ben moslim en dus ben ik beledigd. Dat komt enerzijds door de machtspolitiek van het Westen, waarop moslims vanouds hun boosheid projecteren. Anderzijds, en dat is belangrijker, wordt deze staat van beledigd zijn veroorzaakt door het zelfbeeld van moslims. ,,We denken dat onze cultuur de hoogste is en dat we, zoals ooit tijdens de kalifaten van Bagdad en Córdoba, nog steeds een leidende positie innemen. Dat is een misvatting. We produceren niets behalve olie, we vinden niets meer uit, we innoveren niet, onze wetenschappelijke en culturele prestaties stellen weinig voor. De islam heeft dit machtsverlies nooit goed kunnen verwerken. Nu moet de wereld oppassen. Niets is gevaarlijker dan een zwakkeling met grootheidswaan.”

In zijn boek staat het misschien nog wel het duidelijkst: de islam heeft een probleem met zichzelf en met de interpretatie van zijn rol in de huidige tijd. Wat de islamitische wereld volgens Abdel-Samad nodig heeft, „zijn duidelijke, harde woorden. We hebben behoefte aan kritiek; we moeten principieel onze problemen ter discussie stellen. We moeten het aandurven de Koran in twijfel te trekken.”

Hamed Abdel-Samad gaat in zijn boek uitvoerig in op wat hij als ‘achterlijke islamitische gebruiken’ beschouwt. Zijn nichtje Wafaa staat voor de schrijver model voor „het half miljard moslimvrouwen die op grond van hun geslacht slachtoffer zijn van discriminatie, onderdrukking en geweld”. Wafaa is een getalenteerd meisje, ze is de beste van haar klas. Als Abdel-Samad over is uit Duitsland en zijn familie in Kaïro bezoekt, vindt hij haar sprakeloos in haar kamer. Ze is naar ritueel gebruik besneden en heeft daarbij veel bloed verloren. Op 16-jarige leeftijd is ze uitgehuwelijkt aan een 32-jarige man, die haar slaat en vernedert. Ze moet van school af.

Abdel-Samad raakt geëmotioneerd als hij over Wafaa praat. Haar lot herinnert hem aan zijn eigen donkere jeugd. Op vierjarige leeftijd werd hij misbruikt; toen hij elf was gebeurde het nog een keer. De geschiedenis van Wafaa verschaft De ondergang van de islamitische wereld een grote mate van authenticiteit. Het is een cri de coeur zoals sommige aangrijpende hoofdstukken van Abdel-Samads autobiografie Mein Abschied vom Himmel dat ook zijn. „Ik schrijf het in mijn boek, maar ik herhaal het graag nog eens: islamitische vrouwen worden besneden, hun wil wordt gebroken, hun intellect gecastreerd. Zo ontstaat een dictatuur in onze hoofden.”

Op mijn vraag of hij zich realiseert dat zijn kritische houding ten opzichte van zijn eigen cultuur en geloof koren op de molen is van islamcritici zoals de Duitser Thilo Sarrazin en de Nederlandse politicus Geert Wilders, antwoordt Abdel-Samad: „Maar ik verkondig juist de antithese van wat zij zeggen. Wilders en Sarrazin denken dat de islam op grond van demografische ontwikkelingen Europa zal overheersen. Ik zeg juist dat de islamitische wereld ten onder gaat als ze zichzelf niet verandert.”

Hamed Abdel-Samad voelt zichzelf nog steeds moslim. Af en toe grijpt hij nog weleens naar de Koran. Maar hij bidt vrijwel niet meer en met het vasten tijdens de ramadan is het ook afgelopen. In die zin is hij geen gelovige meer. Hij zegt: „Ik ben van geloven naar weten overgestapt. Wat niet betekent dat ik atheïst ben geworden. Wat ik bepleit is verlichting en rationalisme in de islam, zonder jihad en sharia. Noem het een islam-light.”

„Ons eeuwige geweeklaag” brengt de moslims volgens Abdel-Samad niet vooruit. In die zin heeft hij als immigrant bewondering voor Duitsland, zijn nieuwe vaderland. „Na de oorlog hadden de Duitsers eindeloos kunnen jammeren, maar ze zochten de samenwerking met hun vroegere vijanden en bouwden hun land weer op. Als de islamitische staten hun problemen te boven willen komen, moeten ze gaan samenwerken met andere culturen en zullen ze hun schizofrene houding ten opzichte van het Westen – verketteren maar er wel volop van profiteren – moeten opgeven.”

Hamed Abdel-Samad: De ondergang van de islamitische wereld. Uit het Duits vertaald door Menno Grootveld. Contact, 221 blz. € 21,95