Over wie heeft de partij het?

Op 1 januari 2009 woonden in Nederland 62.000 mensen die aangeduid worden als derde-generatie-niet-westers, maar die officieel autochtoon zijn. In 2000 waren dat er 24.500. Dit zijn de meest recente cijfers. Het gaat dus om een kleine groep die per jaar met zo’n 10 procent groeit. De eerste en tweede generatie omvat 1.858.000 niet-westerse allochtonen.

De derde niet-westerse generatie bestaat uit 11,2 procent ‘Turken’, 7,6 procent ‘Marokkanen’, 43,2 procent ‘Surinamers’, 18,1 procent ‘Antillianen/Arubanen’ en 19,9 procent ‘overige niet-westersen’. Tussen aanhalingstekens, want formeel hebben we het over autochtone Nederlanders.

Vorig jaar heeft het CBS in opdracht van Balkenende IV ook een zogenoemde Verkenning niet-westerse derde generatie gemaakt. De cijfers daarin zijn van 1 januari 2008, maar de uitsplitsing naar leeftijd is gedetailleerder. Acht op de tien waren jonger dan 15 jaar. Ruim 40 procent was jonger dan 5 jaar. Het rapport richtte zich daarom op de resterende 20 procent, omdat de integratie daarvan beter te meten is: 6.440 jongeren (15-24 jaar) en 4.590 volwassenen (25-44 jaar).