'Na zeven sprongen ben ik helemaal leeg'

Naam: Bart Helmholt

Leeftijd: 28

Sport: Fierljeppen

Prestaties: Nederlands recordhouder (21.26 m), Nederlands kampioen in 2003, 2006, 2007, 2008, 2009.

Hoe bereid je je voor op het seizoen?

Bart Helmholt: „De voorbereiding van het seizoen begint in september. Dan stel ik samen met de fysiotherapeuten een trainingsschema op en duik ik de sporthal in. In de winter trainen we vooral sprints. Gaandeweg ga ik steeds meer op explosiviteit trainen. Vanaf april begint de sprongtraining. Klimmen doe ik thuis. Net zoals de meeste fierljeppers heb ik een grote aluminium buis in mijn tuin staan, waar ik elke dag een keer of twaalf in omhoog klim.”

Is fierljeppen een technische sport?

„Er komt veel techniek bij kijken. De houding van het lichaam tijdens het klimgedeelte is zeer belangrijk. Bij een sprong probeer je het kantelpunt van je stok zo lang mogelijk uit te stellen. Om de paal stabiel te houden, moet je je volledige lichaam in evenwicht houden. Je hebt ook al gauw de reflex om naar beneden te kijken. Dat moet je echt afleren, anders val je schuin voorover en kom je niet ver.”

Doe je naast fierljeppen nog aan een andere sport?

„Absoluut, ik ben echt dol op sport. Zo doe ik survivalruns. Dat heeft technisch gezien niets met fierljeppen te maken, maar het is goed voor mijn kracht en souplesse. Ik beoefen ook gevechtsporten, maar dat is eerder recreatief. Tot slot voetbal ik ook nog, bij BCV in Burgrum. Ik heb al op alle posities gespeeld: spits, middenvelder, verdediger. Ik ben zelfs nog keeper geweest.”

Is fierljeppen fysiek afmattend?

„Tot voor een paar jaar zou ik gezegd hebben: eigenlijk niet echt. Tegenwoordig is dat wel even anders. Omdat ik de voorbije jaren zodanig aan explosiviteit heb gewonnen, zijn de wedstrijden nu een stuk zwaarder. Ik spring nu gemiddeld anderhalve meter verder, maar dat kost me enorm veel moeite. Als ik volledige sprongen train, kan ik er maar zes of zeven aan. Daarna ben ik helemaal leeg.”

Hoe belangrijk is het mentale aspect?

„Fierljeppen is best wel een mentale sport. Tot voor kort nam ik mijn aanloop slechts voor negentig procent. Pas sinds afgelopen jaar durf ik voluit te gaan. Dat is zowel een technische als een mentale kwestie. Je hebt een fijne techniek nodig om met volle snelheid te gaan klimmen. Maar eigenlijk moet je vooral durven. Bij een sprong ren je op een dood voorwerp af. Je lichaam heeft een soort angstreflex, waardoor je automatisch gaat inhouden. Als je tegen een lantaarnpaal aanrent, ga je ook nooit voluit sprinten.”

Je bent al Nederlands recordhouder. Kan je dat record nog verbeteren?

„Ik ben ervan overtuigd dat ik mijn record kan verbeteren. Ik heb dit seizoen een betere basis en ik ben explosiever in mijn aanloop. Enkele jaren geleden sprong ik als eerste Fries negentien meter. Toen zeiden ze me al dat ik niet verder zou kunnen, en ondertussen spring ik vlot twee meter verder. Ik weet niet waar de grens ligt. Eigenlijk wil ik dat ook niet weten. Als ik zou weten dat ik de maximale sprong gemaakt heb en ik onmogelijk nog verder kan springen, stop ik onmiddellijk.”