Leiding Chemie-Pack van brandstichting verdacht

De leiding van Chemie-Pack, die gisteren op vrije voeten zou komen, is opnieuw aangehouden, ditmaal op verdenking van brandstichting. Uit verhoren van getuigen is gisteren volgens het Openbaar Ministerie gebleken „dat er vermoedelijk zodanig roekeloos is gehandeld dat er sprake zou kunnen zijn van opzettelijke brandstichting”.

De advocaat van de verdachten noemt de aanhouding „intimiderend” en zou vanmiddag onmiddellijke vrijlating vragen.

Het chemische verpakkingsbedrijf brandde op 5 januari volledig af. De brand op het industrieterrein Moerdijk leidde tot veel consternatie en paniek omdat een mogelijk schadelijke rookpluim over grote delen van Nederland dreef. Ook raakte water in de omgeving vervuild met verontreinigd bluswater. De schade bedroeg 40 tot 60 miljoen euro.

Vorige week dinsdag werden de directeur en drie medewerkers van Chemie-Pack in alle vroegte opgepakt. Zij werden toen verdacht van „opzettelijk grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen opslaan, bewerken en verwerken op plaatsen waar dit niet was toegestaan volgens de aan het bedrijf verstrekte milieuvergunning”. Bovendien waren volgens justitie de veiligheidsmaatregelen in het bedrijf onvoldoende.

De nieuwe verdenking geldt drie van de vier eerder aangehouden mannen. Waaruit hun roekeloosheid zou hebben bestaan, kon justitie gisteren niet zeggen. De maximumstraf voor brandstichting is twaalf jaar gevangenisstraf. Bij de vorige verdenkingen was dat hooguit zes jaar.

De drie mannen die nog vastzitten zijn de directeur van Chemie-Pack, de productieleider en de zogeheten KAM-coördinator, verantwoordelijk voor kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu. De vierde man, de productiechef, is gisteren op vrije voeten gesteld. Justitie ziet hem nog steeds als verdachte, „maar de nieuwe verdenking is niet tegen hem gerezen.”

De directeur van Chemie-Pack zei eerder in deze krant dat de brand voor het eerst werd gezien tijdens het ‘ompakken’ van een harssoort op de binnenplaats. Volgens hem had de brand niet zo groot hoeven worden, als de brandweer volgens afspraak met schuim zou hebben geblust in plaats van met water.