Hoe vergaat het deze generatie?

De groep is volgens het CBS te klein om zinnige uitspraken over te doen, maar de cijfers geven wel een indicatie. Volwassenen van de niet-westerse derde generatie hebben ongeveer even vaak een baan als autochtone volwassenen. Ook de uitkeringspositie komt sterk overeen. Dit terwijl niet-westerse allochtonen (de eerste en tweede generatie dus) anderhalf tot twee keer zo vaak uitkeringen hebben als de derde generatie.

In de jaren 2004 tot en met 2007 verliet 15 procent van de niet-westerse derde generatie de school zonder startkwalificatie. Autochtonen scoren met 10 procent schoolverlaters beter. De derde generatie doet het wel enkele procenten beter dan de eerste en tweede generatie.

Voor de criminaliteit onder jongeren van 12 tot en met 17 jaar gaat het CBS uit van Halt-registraties. Als jongeren worden aangehouden, krijgen ze de kans hun fout recht te zetten zonder met justitie in aanraking te komen. De derde generatie wordt bijna even vaak naar Halt gestuurd als de eerste en tweede: 2,6 van de 100 jongeren. Dat is meer dan autochtone jongeren, waarvan minder dan 1,5 procent een Halt-afdoening krijgt.

Het wordt serieuzer in de groep 15-44 jaar. Zes procent van de niet-westerse derde generatie is verdachte of al veroordeeld. Autochtonen scoren met 3 procent flink lager. De derde generatie is wel braver dan de tweede. Zij scoren ruim 2 procent lager dan hun ouders. Het CBS merkt op dat de niet-westerse derde generatie van 15-44 jaar gemiddeld jonger is dan de autochtone groep van 15-44 jaar. Dat is relevant omdat mensen na het vijfentwintigste levensjaar meestal hun streken kwijtraken.

Gezien de geringe omvang en zeer jonge leeftijd van de derde generatie heeft een nieuwe verkenning volgens het CBS pas over tien jaar zin. Tachtig procent van de onderzoeksgroep is dan niet jonger dan 15, maar jonger dan 25.