Hoe schrijf je?

Schrijf je met de hand of op de computer?

Dit is een vraag die mij, raar genoeg, heel erg vaak wordt gesteld. Ook door journalisten. Raar genoeg, want je zou zeggen dat het geen zak uitmaakt. Laten we het over belangrijkere zaken hebben. Mijn nieuwe boek bijvoorbeeld. Maar het is blijkbaar een hardnekkige vorm van fetisjisme om te willen weten hoe de schrijver erbij zit terwijl hij zijn meesterwerken wrocht. Oké. Ik zal het voor eens en voor altijd haarfijn uit de doeken doen.

Het ligt er helemaal aan wat ik schrijf. Als ik voor de krant moet schrijven, schrijf ik alles direct op de computer. Een Apple Macintosh natuurlijk. Op een Windows-machine kan geen literatuur ontstaan. Het zou tijdverlies zijn om een column of recensie eerst met de hand te schrijven en daarna in te typen. Bovendien heb je met de krant altijd de lengte van een bepaald aantal woorden afgesproken. Heb je ooit wel eens woorden zitten tellen in een handgeschreven manuscript? Ik wel. Dat kost je sowieso een uur, omdat je je telkens vergist en weer van voren af aan moet tellen. Op de computer loopt er een tellertje mee onderin mijn scherm. Daarmee kan ik naar het afgesproken aantal woorden toe schrijven.

Dat is het werk dat ik meestal overdag doe, in de vroege middag. Als ik klaar ben, is het tijd voor het serieuze, creatieve werk. Maar dan heb ik meestal ook wel zin om mij een beetje te verplaatsen. Anders zit je de hele dag maar binnen in huis. Dus dan ga ik naar het café. Ik schrijf graag in het café. Als je bezig bent met een gedicht of een roman, kan het zomaar voorkomen dat je een half uur moet nadenken over één woord. Als ik thuis achter mijn computer zou zitten, zou ik gek worden. Ik zou van de weeromstuit gaan afwassen ofzo. In het café is het geen probleem. Want tijdens dat halve uur ben je toch bezig met iets nuttigs, namelijk bier drinken. En na een half uur wordt precies het woord dat je zocht heel toevallig uitgesproken in een gesprek aan het tafeltje naast je.

Hoewel ik een laptop heb, neem ik mijn computer niet mee naar het café. Dat ziet er veel te pretentieus uit. De grote schrijver is aan het werk. Oehoe. Welbeschouwd zit je gewoon voor gek. Zeker als je niet bij voortduring op je toetsenbord zit te hameren. Daarom heb ik altijd een klein, discreet opschrijfboekje bij me. Moleskine Sketch Book, ongelinieerd, dik kwaliteitspapier. En een zwarte fineliner. Het liefst Rotring, 0,3 millimeter. Daarin schrijf ik in een klein, zorgvuldig handschrift. Als ik bezig ben aan een roman en goed in vorm ben, is dat een ideale manier van werken: in de namiddag en vroege avond maak ik in het café een eerste versie in handschrift, die ik de volgende ochtend uitwerk op de computer, waarna ik in de namiddag naar het café ga om verder te schrijven.

Ilja Leonard Pfeijffer