Fairouz en haar fans

Vorige week stond ik voor Carré in de rij voor het veelbesproken concert van Fairouz, de meest bekende, beminde en geëerde zangeres van de Arabische wereld. Wachtend in de ellenlange, zich traag verplaatsende mensenmassa, merkte mijn vriendin op dat ze een ander soort moslim om haar heen zag dan ze normaliter in Holland tegenkwam.

Ik beaamde dat, maar zei erbij dat ik die mensen niet zou willen aanduiden als moslims maar veeleer als de Arabische elite. De kranten zouden hen de volgende dag heel accuraat bestempelen als de ‘Arabische chic’. Ze waren van erg ver weg naar Amsterdam gevlogen – uit het Midden-Oosten of andere Europese landen – om de 75-jarige Libanese megadiva en legende, die al sinds de jaren vijftig het Arabische volk in de ban houdt van haar diep-fluwelen stem, sterke chansons en soevereine karakter, misschien wel voor de laatste keer te zien optreden, hier op het Holland Festival.

Ik had ze verwacht, deze Arabische chic, op het Fairouz-concert. Ik moet eerlijk bekennen, ik had er net zozeer naar uitgekeken om hen te zien als om de zangeres te horen. Fairouz heeft honderden miljoenen fans. De meeste in de Arabische wereld en dus veelal moslims. Fairouz, die zelf christen is, wordt al decennialang door al deze moslims vereerd en aanbeden.

Ze geven haar benamingen als ‘ambassadeur van de sterren’ of ‘de naaste van de maan’ of ‘Engel van Libanon’ – kortom, een vrouw die dichtbij de hemel staat en dus dichtbij God. Enkele jaren geleden zouden zelfs de islamitische gebedsoproepen en gebeden op de Syrische radiostations zijn stopgezet, zodat ze haar liederen dag en nacht konden draaien.

Ik wilde haar aanbidders, die moslims, zien. Ik wilde weten of de kosmopolitische, stijlvol en modern geklede, vrolijk ogende muziekliefhebbers nog bestonden onder de moslims, die ik weleens op oude plaatjes van Beiroet van de jaren zestig de twist had zien doen.

En ze bestaan natuurlijk nog. Tijdens het concert zongen ze mee, riepen de diva bekoord toe en applaudisseerden eerbiedig, sprongen uit hun stoelen en dansten, heup- schouder- en borstwiegend, typisch Arabisch, uitbundig, zonder gêne, zonder angst, in alle vrijheid, in de kleine ruimte tussen de stoelen.

Begrijp me niet verkeerd. Ik weet als geen ander dat heel veel moslims geen intolerante, cultuurvijandige fundi’s zijn. De groep van fundi’s is zwaar in de minderheid. Maar het doet toch goed om de kosmopolieten onder de moslims weer eens in levenden lijve in actie te zien.

Ze bestaan!

naema tahir