Eerst met opa naar de koers, nu in de Tour

Voor de eerste keer de Tour de France rijden, het blijft bijzonder. Ook voor de Nederlandse renner Rob Ruijgh van Vacansoleil. „Opa kan beter tv kijken, anders wordt het te spannend.”

Eten, verplaatsen, fietsen, verplaatsen, eten, slapen. En dat 21 keer. „Ik probeer de Tour te zien als elke andere koers”, zegt Rob Ruijgh (24), door zijn ploeg Vacansoleil op het laatste moment aangewezen om zijn debuut te maken in de Ronde van Frankrijk. Hectiek van de eerste etappe, afzien in de ploegentijdrit? Niet te lang bij stilstaan. Op naar de start van de derde rit, vandaag van Olonne-sur-Mer naar Redon. „Volgende werkdag.”

Tot de Limburgse klimmer desgevraagd denkt aan zijn opa, die thuis voor de televisie geen minuut van deze Tour zal missen. „In 1999 overleed mijn vader. Mijn grootouders hebben een grote rol gespeeld in mijn leven. Ze zijn altijd met me naar de koers gegaan en hebben me de kans gegeven om te blijven koersen. Het is een prachtig cadeau voor ons allemaal dat ik dit heb bereikt. Hier droom je als klein jongetje van. Dat je hier staat, is heel bijzonder. Er zijn niet veel mensen die dat mogen meemaken. Ik heb het natuurlijk zelf afgedwongen, maar je moet wel de kans krijgen.”

De Tour als jongensboek. Middenin het nog altijd uitdijende circus van commercie en media blijft het gewoon bestaan. „Hoewel ik al 33 ben, voel ik me opgewonden als een kleine jongen”, zei een stralende Tom Danielson bij de start van de eerste rit. De Amerikaan van Garmin is de oudste Tourdebutant op de Fransman Jean-Christophe Péraud (34) na. En zie Bauke Mollema (24), in de eerste rit betrokken bij de val die ook Alberto Contador op achterstand zette. De Rabo-debutant beleeft zijn eerste dagen in het Franse spektakel met een constante blik van verwondering.

„In onze ploeg rijden allemaal jongensboeken”, zegt Daan Luijkx, voor het eerst in de Tour als manager van Vacansoleil. „Zonder overdrijven vervult dat me nog het meest met trots. Zes van de renners die nu de Tour rijden zijn er vanaf dag één bij geweest, toen we drie jaar geleden van de amateurs bij P3-Batavus een profploeg werden.” En daar zit Ruijgh nog niet eens bij; die kwam pas in 2009 aanwaaien als stagiair.

Jubelverhalen gingen door de Nederlandse wielerwereld toen de junior Ruijgh in 2004 de Giro della Lunigiana won, de prestigieuze Italiaanse rittenkoers waarin halverwege de jaren negentig ook Michael Boogerd, Leon van Bon en Koos Moerenhout schitterden. Hij versloeg onder anderen de Tsjech Roman Kreuziger, Robert Gesink, Matthew Goss en Jan Bakelandts. Samen met opa in de auto van koers naar koers, korte uitslagen, hogerop. Spaghetti van oma voor onderweg. Moeiteloos stapte de 1,72 meter lange en 64 kilo lichte renner over naar de beloften, waar oud-topsprinter Wilfried Nelisse zijn ploegleider was. Met in 2006 een felbegeerde plek in de Rabo-opleidingsploeg als beloning.

Daar stokte de veelbelovende carrière van de gedoodverfde opvolger van Limburgse toppers als Frans Maassen, Ad Wijnands of liever nog klimmer Peter Winnen. „Ruijgh had fysiek en mentaal wat tegenslagen”, herinnert Rabo-opleider Piet Kuijs zich. „En hij was gewoon te dik op een gegeven moment. Toen is hij bij ons weggegaan. Achteraf wil ik best toegeven dat hij een van de weinigen is van wie ik de mogelijkheden verkeerd heb ingeschat. Ik vind het alleen maar mooi om te zien dat hij het nu zo goed doet.”

Na het afscheid van Rabo volgde de bescheiden Duitse ploeg Sparkasse, dat na een jaar het budget verder terugschroefde. ‘Einde carrière Ruijgh’, riepen de media. „Ik stond voor de keuze: of een niveautje lager of een maatschappelijke carrière”, vertelt Ruijgh een half uurtje vóór de Tourstart. „Ik ben op de fiets blijven zitten en bleef geloven in mijn kwaliteiten. Ooit zou ik de Tour rijden. Dát heb ik alvast bereikt. Ik ben weer bij met de jongens uit mijn juniorentijd.”

Met dank aan Vacansoleil, dat hem in 2009 opviste bij PPL Belisol. „Ik had hem al eens eerder gesproken en wist hoe goed hij was als junior”, zegt manager Luijkx. „Hij had wat problemen en wilde niet. In 2009 reed hij een heel goed NK. ‘Wil je bij ons stagiair worden’, vroeg ik. Dat wilde hij wel. Vanaf dat moment is hij aan het groeien. Hij kan nog verder komen, maar heeft alvast laten zien dat hij uit het goede hout gesneden is.”

Hij straalde in de witte trui van beste jongere tijdens de Dauphiné Libéré. Klom met de toppers, kreeg een plaats in de Tourploeg. „De laatste weken had ik wel het idee dat ik per se naar de Tour moest.” Hij was uitblinker op het NK, waar hij ploeggenoot Pim Ligthart aan de titel hielp. Nu dan zijn debuut in de wedstrijd waarin vroeger zijn idool Lance Armstrong schitterde.

Tourdeelname betekent meer status en meer geld. En rijden in een select groepje met toppers als Contador en Samuel Sanchez, na een val in de eerste rit. „Het hoort erbij, voor die mannen was het lulliger dan voor mij”, zegt Ruijgh. „Ik zeg niet dat ik Philippe Gilbert even klop, maar ik voel me erg goed.”

Het thuisfront? „Mijn gezin zit in Frankrijk nu, ons zoontje Yentl werd zaterdag drie. Ze komen een paar dagen naar de Tour, ik ga ze zeker zien. Opa kan beter thuis naar de televisie kijken, anders wordt het te spannend allemaal.”