Dus vindt het ziekenhuis het een goed plan

Nog even en ziekenhuizen kunnen niet meer alle behandelingen aanbieden die ze willen. In plaats daarvan zullen ze zich specialiseren, waarbij kwaliteit en kosten bepalen wie wat gaat doen. Verzekeraars zijn blij: nu wordt de zorg minder duur. En ziekenhuizen wisten dat het ging gebeuren. In Noord-Holland zijn ze al begonnen onderling afspraken te maken.

Alle kankerpatiënten in Noord-Holland zullen in de toekomst naar de stad Hoorn moeten voor bestraling. Voor borstkanker, darmkanker, longkanker, alles. Daar, in het Westfries Gasthuis, komt een spiksplinternieuw radiotherapiecentrum. Het wordt gerund door specialisten van het Amsterdamse VUmc, het ziekenhuis verbonden aan de Vrije Universiteit. Hoorn is een kwartier rijden voor de patiënt uit Purmerend, een half uur voor de patiënt uit Zaandam. Maar dan wordt hij wel heel goed bestraald.

In Noord-Holland waren de ziekenhuizen al begonnen met kwartetten, vertelt algemeen directeur Rob Dillmann van het Zaans Medisch Centrum. Dat is een middelgroot ziekenhuis, met 119 artsen en 288 bedden, in het centrum van Zaandam. Voor hem komt het akkoord dat verzekeraars, ziekenhuizen en minister Schippers (Zorg VVD) vandaag hebben gepresenteerd, niet als een verrassing.

Een voorbeeld: zijn ziekenhuis, en die van Hoorn en Purmerend, zijn al drie jaar bezig met de oprichting van Esperanz – het oncologisch centrum voor alle kankerpatiënten in de regio. Niet alleen patiënten zullen daar voortaan heen moeten rijden, ook de artsen. Niet dagelijks, wel regelmatig. De arts die heel goed is in een bepaald soort operatie, zal daarvoor worden opgeroepen uit Zaandam of Hoorn. Esperanz wordt zo een specialistisch centrum met alle gespecialiseerde artsen uit de regio. Met veel vlieguren, zoals dat heet. Dillmann: „Alle artsen weten dat ze een ingreep minimaal twintig keer per jaar moeten doen om hem goed te kunnen.”

De samenwerking met Hoorn en Purmerend is het gevolg van onderhandelingen met de verzekeraar die de meeste patiënten heeft in de Zaanstreek: Achmea. Van de Zaankanters is 70 procent daarbij verzekerd, waardoor Achmea behoorlijk wat te vertellen heeft. Op zichzelf is dat niet erg, zegt Dillmann, want Achmea kent de regio goed. „Dat is wel belangrijk: de verzekeraar kan niet zaken afdwingen als hij de streek niet kent. Dan moeten ziekenhuizen zelf bepalen waar zij goed in zijn en waar ze minder goed in zijn.”

Een van de afspraken die het Zaans MC onlangs met Achmea maakte, was dat het geen ‘complexe ingrepen’ meer doet. Operaties voor slokdarmkanker bijvoorbeeld. Ze zijn te ingewikkeld en komen te weinig voor om ze goed te doen. Wie zo’n ingreep nodig heeft, reist voortaan naar een ander ziekenhuis.

Voor een ingewikkelde nierdialyse, waarbij een machine het bloed zuivert van afvalstoffen omdat de nieren het niet doen, kan de patiënt straks alleen nog in Hoorn of Zaandam terecht. En weer niet in Purmerend. Een lichte dialyse kan weer wel in elk ziekenhuis, dichtbij huis.

Bedoeling van overheid, verzekeraars én ziekenhuizen is dat chronische patiënten, met bijvoorbeeld suikerziekte of reuma, voor lopende zaken altijd in de buurt terecht kunnen. Controles, medicijnen, lichtere ingrepen. In het ziekenhuis of bij de huisarts.

Ziekenhuizen zitten sinds de invoering van de marktwerking, vijf jaar terug, in een lastige positie, vertelt Dillmann. Enerzijds moeten ze concurreren met andere lokale ziekenhuizen. Ze willen de patiënt heel goed behandelen en steeds meer service aanbieden, anders zou die zijn zorg misschien elders halen. Maar service kost geld. „En aan de andere kant moeten we de kosten juist drukken. Dus moeten we elke behandeling zo efficiënt mogelijk doen.”

Wat Dillmann mist in het akkoord van vandaag, is beloning voor ziekenhuizen die kwaliteit leveren voor een specifiek ziektebeeld. Wat is kwaliteit volgens het ziekenhuis? „Als de uitkomst voor de patiënt goed is, en de ervaring van de patiënt goed is, dan vinden wíj dat we kwaliteit hebben geleverd. En we zouden voor zulke kwaliteit dan ook een hogere prijs willen kunnen vragen. Daar staat volgens mij niets over in het akkoord.”