Dosis Poolse energie voor Europa

De Polen verzetten zich als nieuwe voorzitter van de Europese Unie tegen het ‘egoïsme’ van regeringen. Dat is ook een harde boodschap aan Nederland.

De Hongaarse premier Viktor Orban gaf een vat met Hongaarse wijn aan de Poolse premier Donald Tusk, Tusk gaf Orban een zwaard. En ze praatten over sport. „Je moet niet ophouden met voetballen als je de EU leidt”, zei Orban. „Ik dacht zelf dat ik er geen tijd meer voor had. Als jij zo denkt, krijg je dezelfde omvang als ik.”

Zo gaf Hongarije het afgelopen weekend het halfjaarlijkse EU-voorzitterschap door aan Polen. De twee premiers sloegen elkaar op de schouders, ze lachten veel – over het voorzitterschap zelf ging het bijna niet.

Daar is ook niet zo veel meer over te zeggen sinds de Europese regeringsleiders in 2010 een vaste voorzitter kregen, de Belg Herman Van Rompuy, die de Europese topbijeenkomsten leidt en de agenda bepaalt. En de Britse EU-buitenlandcoördinator Catherine Ashton doet de vergaderingen van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken.

Het land dat tijdelijk voorzitter is, mag die taak overnemen als Ashton er niet is. En het bereidt de Brusselse bijeenkomsten voor van de vakministers van de 27 EU-landen.

Van Rompuy, die ook in Warschau was, wreef het er onbedoeld nog even goed in: het land dat tijdelijk EU-voorzitter is, zei hij, komt altijd met goeie ideeën en nieuwe impulsen. Maar het voorzitterschap is vooral bedoeld „om aan de bevolking te laten zien dat de EU een politiek project is van ons allemaal, en geen machine in Brussel die richtlijnen bedenkt en fondsen verdeelt”.

In Warschau waren er het afgelopen weekend concerten, er was vuurwerk, en Poolse kunstenaars en muzikanten zullen de komende maanden langs Europese hoofdsteden trekken om Polen te promoten.

Toch heeft Polen grootse plannen. Want hoe beperkt de ruimte ook is, media-aandacht is makkelijker te krijgen als je voorzitter bent. In het buitenlands beleid van de EU zou Polen ideeën kunnen doordrukken omdat Catherine Ashton een zwakke positie heeft. Al vanaf haar benoeming krijgt ze harde kritiek.

Polen wil als EU-voorzitter de economische en politieke samenwerking met de buurlanden in het oosten versterken. Polen wil de lessen die het zelf leerde in democratisering doorgeven aan de rest van de wereld. En de Poolse minister van Buitenlandse Zaken Radek Sikorski wil Catherine Ashton intensief gaan helpen.

Premier Tusk is zelf vooral van plan om de 27 EU-landen te „inspireren” met de sterke „pro-Europese energie” van de Polen. Zijn eerste optreden als EU-voorzitter, voor een groep Brusselse journalisten, gebruikte hij meteen voor een harde aanval op de anti-Europese, „egoïstische” gevoelens die hij bij Europese politici steeds vaker ziet. „Die zijn niet zozeer ideologisch, maar meer gedragsmatig en situationeel. Het gaat om politici die zeggen dat ze vóór de EU zijn, maar tegelijk beslissingen nemen of voorstellen doen die de EU verzwakken.”

Tusk had er een voorbeeld bij waarvan hij na de bijeenkomst toegaf dat het was bedoeld voor Nederland: Schengen. Polen wil als EU-voorzitter graag voor elkaar krijgen dat Roemenië en Bulgarije toetreden tot die vrij-reizenzone, maar Nederland houdt een beslissing daarover tegen. Tusk zei: „Sommige landen lijken vergeten te zijn hoe belangrijk het voor burgers is om vrij door Europa te reizen, misschien omdat ze dit voorrecht zelf al zo lang hebben.”

Nederlandse politici konden zich ook aantrekken wat Tusk zei over de crisis in Griekenland: „Mensen zeggen tegen elkaar: ‘Jij functioneert niet, jij zou uit de EU moeten gaan. Jij moet uit de euro worden gezet.’” Dat vond Tusk een ernstig gebrek aan solidariteit.

In Polen steunt meer dan 80 procent van de bevolking het EU-lidmaatschap van Polen. Polen krijgt van alle EU-landen ook het meeste geld uit Brusselse fondsen (167 miljard euro van 2007 tot 2013). Dat maakt het voor Tusk minder ingewikkeld om hard te zijn over anti-Europese gevoelens.

In gesprekken met Brusselse journalisten volgden Poolse ministers de lijn van Tusk: de pro-Europese geest van Polen werd stevig uitgedragen. In bijna alle gesprekken was er meteen ook een boodschap voor Nederland. Soms net zo impliciet als bij Tusk, soms uitgesproken, zoals in de bijeenkomst met de minister van Economische Zaken Waldemar Pawlak. Hij zei: „We maken ons zorgen over het afkoelende euro-enthousiasme in Nederland.”

De spanning tussen Polen en Nederland gaat vooral over de Nederlandse plannen om het werknemers uit Midden- en Oost-Europa moeilijker te maken om naar Nederland te komen of er te blijven. Als EU-voorzitter wil Polen zich daar niet over uitspreken, zei minister voor Europese Zaken Mikolaj Dowgielewicz.

Polen denkt als EU-voorzitter groter. Minister van Buitenlandse Zaken Sikorski zei het afgelopen weekend dat de EU-buitenlandcoördinator Ashton hulp nodig heeft, omdat ze „een onmogelijke portefeuille” heeft. „Ze probeert het buitenlands beleid van 27 landen te coördineren en ze bouwt een eigen ministerie op vanuit het niets. En elke dag zijn er vijf plaatsen waar ze zou moeten zijn.”

Sikorski zal voor haar op reis gaan naar Azië. Onder Poolse leiding zal de EU een handelsakkoord sluiten met Oekraïne. En als de Libische leider Gaddafi het Poolse luchtruim wil gebruiken om asiel aan te vragen bij de Wit-Russische dictator Loekasjenko, zei Sikorski, dan kan dat.